Oppassen

We zijn een tijdje in Nederland om op het huis te passen van onze zoon en schoondochter die met vakantie zijn. Huis inclusief kat. Het is nog wel even spannend geweest of het huis mèt kat of zonder kat zou zijn want deze avontuurlijke dame op onderstaande foto is pas geleden zo’n drie weken de hort op geweest. ’s Ochtends vroeg geen vrolijk koppie dat via het kattenluik in de deur naar binnen keek, geen aandacht vragend gemiauw, helemaal niets. Ze hebben in de buurt overal aangebeld, flyers door de brievenbussen gedaan, foto’s opgehangen, de vermissing bij Amivedi aangemeld, noem maar op. Uiteindelijk na drie weken kregen ze een telefoontje van een dierenarts uit Eemnes, zo’n vijfentwintig kilometer verderop. Bewoners die de aanhankelijke kat telkens op hun terras zagen zitten, zijn ermee naar de dierenarts gegaan. Via de ingebrachte chip kon de dierenarts achterhalen bij wie en waar ze thuishoorde en konden de helemaal blije en opgeluchte eigenaren hun weggelopen kat weer ophalen. Het is een raadsel hoe ze nu toch helemaal daar in Eemnes terecht is gekomen. Er wordt gezegd dat katten altijd hun weg naar huis terug kunnen vinden maar of dat waar is……………… Het blijft een leuk gezicht hoor, als de kat zo via z’n eigen deurtje naar buiten kruipt, maar we zijn blij dat we, iedere keer als ze buiten is geweest, het kattenluikje weer horen klapperen en we haar naar binnen zien glippen!

Retourtour

Pizza eten bij Retourtour. Dat was vroeger al een van de favoriete bezigheden van de kinderen en dat is het eigenlijk nog steeds. Ook deze week zijn we er weer naartoe geweest. Je zit er gezellig op het terras onder een dak van nu nog groene maar straks dieppaarsse druiven. De pizza’s zijn er heerlijk en het bedienend personeel is heel vriendelijk. Het gehuchtje ligt nèt buiten Lamastre aan de rivier de Doux en dankt zijn naam aan het vroegere Château de Retourtour waar alleen nog maar een ruïne van over is. Onderaan de ruïne, tegen de rotswand gebouwd, staan diverse huisjes die via smalle steegjes te bereiken zijn. Retourtour is niet alleen geliefd vanwege het restaurantje, ook zwemmen kun je er prima. Via een smal weggetje en een nog smallere brug waar je amper een tegemoet komende tegenligger kunt passeren, laat staan een auto met caravan die ook via dit weggetje naar de iets verderop gelegen camping wil rijden, kom je bij het riviertje. Aan de ene kant van het riviertje de Doux is een zandstrandje en aan de andere kant een groot grasveld. Vanaf eind juni tot zo’n beetje eind september zijn ‘de sluisdeuren’ gesloten en blijft er genoeg water in het riviertje staan om er lekker te kunnen zwemmen. Je moet alleen geen ‘watje’ zijn want het water is altijd behoorlijk fris.

Modder

Gisteren zijn we op pad geweest, op modderpad wel te verstaan! Je kunt goed zien dat er hier afgelopen weken behoorlijk wat regen is gevallen. Was dit wandelpad altijd goed begaanbaar en was het vorig jaar omstreeks dezelfde tijd zelfs een stoffig en zanderig pad, nu lagen er diepe plassen en vlogen de modderspetters je om de oren. We kwamen thuis met kletsnatte schoenen. Maar dat mag de pret niet drukken hoor, altijd leuk om zo saampjes op stap te zijn!

Van de trein opgehaald

Gisteren hebben we dochterlief opgehaald van het TGV station, net buiten Valence. Van tevoren had ze goed gecontroleerd of haar reis niet toevallig nèt op een dag plaats vond waarop de Franse Spoorwegen zouden staken. Nu ja, wat je ook mag denken van de stakingen, het is in ieder geval wel fijn dat van tevoren wordt aangegeven op welke dagen wèl en niet wordt gereden! Dit ongemak duurt helaas al een tijdje en zal nog doorgaan tot en met 7 juli. Terug naar Nederland is wat makkelijker voor haar. Dan is ze niet afhankelijk van wèl of niet rijdende treinen want dan mag ze met ons in de auto mee terug naar Nederland. Ha ha, wij rijden gewoon en zelfs op tijd! Als tegenprestatie kan ze mij mooi helpen met de Privacyverklaring die ook de hobbyblogger schijnt te moeten opstellen.

Huiswaarts

Twee weken geleden werden we uitgezwaaid door het blauwe ‘tot binnenkort’ bord en gisteren werden we warm welkom geheten door bovenstaand bord. We zijn dus weer op onze berg beland na een heerlijke vakantie in Bretagne. Afgelopen blogberichten heb ik allemaal via de iPhone in elkaar moeten flansen want internet hadden we niet. Echt snel ging het niet en als je dan denkt aan mijn dikke vingers die op die kleine toetsjes moeten drukken, dan kun je voorstellen dat ik iedere keer helemaal blij en opgelucht was als er uiteindelijk weer een bericht was verzonden. Op reacties reageren was net wat teveel van het goede dus doe ik het maar even op deze manier. Dank voor alle reacties; leuk dat jullie mee hebben gereisd!

Bretonse strepen

Bretagne en gestreepte truien horen bij elkaar. Elke zichzelf respecterende kledingzaak biedt deze kledingstukken volop te koop aan en regelmatig zie je blij gestreepte toeristen zo’n winkel uitkomen. Niet alleen truien maar ook jurken en jassen, allemaal Bretons gestreept en naast de oorspronkelijke kleur donkerblauw-wit nu ook in bijna alle kleuren van de regenboog. De streepjestrui stamt al uit een ver verleden. De truien waren oorspronkelijk het favoriete kledingstuk van de Franse vissers maar in 1858 besloot de Franse marine om haar matrozen ook in deze outfit te kleden. Ze hoopten dat door deze opvallende kledij de overboord geslagen matrozen eerder zouden worden opgemerkt en op tijd uit zee konden worden gevist. In die tijd had het shirt trouwens precies 21 strepen. Dit aantal strepen zou verwijzen naar de 21 overwinningen die de Fransen hadden behaald in de tijd van Napoleon III. Allemaal heel leuk, die verplichte 21 strepen maar ik heb me al af zitten vragen hoe die trui moet hebben gezeten bij een klein uitgevallen matroos en hoe bij z’n grote collega? De kleine met een soort streepjesjurk tot aan z’n knieën en de grote met een gestreept naveltruitje? Allemaal om maar aan die 21 strepen te voldoen. Pas vele jaren later veranderde het oorspronkelijke matrozenshirt in een echt Bretons product, draagbaar voor iedereen en gefabriceerd door de firma Armor Lux in Quimper. De echte klassieke blauw-wit gestreepte Bretonse trui hoort een boothals te hebben, driekwart mouwen en valt heel recht. De witte strepen moeten 2 cm breed zijn, afgewisseld met een donkerblauwe streep van 1 cm. Of de trui officieel nog steeds 21 strepen telt, weet ik niet. Op de streepjestrui van deze foto zie ik er in ieder geval geen 21!

Pont-Aven

Het dorpje Pont-Aven ligt maar een steenworp afstand van ons huisje dus daar zijn we gisteren even naartoe geweest. Als je het TV programma hebt gevolgd van Jeroen Krabbé waarin hij het leven van de schilder Paul Gauguin uitpluist, klinkt de naam van dit dorp je vast niet vreemd in de oren. In 1886 liet deze Franse schilder vrouw en kinderen achter in Parijs en verbleef een tijdje in dit kunstenaarsplaatsje om er te schilderen. Hij hield het hier niet zo heel erg lang uit en na wat omzwervingen liet hij Frankrijk achter zich en vertrok hij richting de Zuidzee. Het dorp houdt in ieder geval zijn verblijf volop in ere en is daardoor, naast het feit dat het best een leuk en sfeervol plaatsje is, een flinke toeristische trekpleister. Overal kom je nog zijn sporen tegen. Op bordjes staat aangegeven waar hij het Bretonse landschap heeft geschilderd, straatnamen zijn naar hem vernoemd, een portret van zijn hoofd hangt ergens in een atelier en zelfs de bakkers verkopen koekjes die verpakt zijn in een doosje waarop een beeltenis staat van één van zijn schilderijen. Hij moest eens weten!

Op de onderstaande foto staat vermeld dat Paul Gauguin deze watermolen heeft geschilderd. Die hebben we proberen te fotograferen, alleen vanuit een andere hoek. We konden namelijk niet helemaal precies op de plek komen waar vandaan Gauguin dit heeft geschilderd.Onderstaand toilethuisje dat boven de rivier hangt is van zichzelf al fraai genoeg maar wordt nog fraaier door de muurschildering die erboven hangt. Het stelt de dansende Bretonse meisjes voor van Paul Gauguin.

Schilders trekken andere schilders aan en zo zie je dat er in Pont-Aven heel wat galeries aanwezig zijn. De ene laat hele aardige schilderijen zien maar er zijn ook heel wat galeries waar we met een grote boog omheen gelopen zijn.

Om het plaatsje nog meer het imago te geven van een kunstenaarsdorp, zijn er in de straatjes kleurrijke illustraties opgehangen.

Sfeer proeven

Volgens ons Bretagne boekje is het oude gedeelte van Vannes ook zeker een bezoekje waard en we zijn het er helemaal mee eens. Door één van de toegangspoorten lopen we naar het ommuurde centrum waar we via gezellige straatjes langs heel veel mooie middeleeuwse vakwerkhuizen worden geleid. Op de begane grond zijn ze veelal in gebruik als restaurantje of als winkel, niet eens storend, maar kijk je naar boven dan zie je het fraaie in diverse kleuren uitgevoerde vakwerk. We hebben veel te veel foto’s gemaakt en kiezen wordt moeilijk dus hieronder gewoon een sfeerimpressie.

Hetzelfde geldt ook voor Rochefort-en-Terre. In een Frankrijkblad heb ik ooit gelezen dat dit dorpje door de Fransen is uitgeroepen tot een van de mooiste dorpjes van Frankrijk. Meestal worden we daar wat wantrouwig van maar……. je weet het natuurlijk nooit. Dus vanuit Vannes zijn we ’s middags nog even doorgereden naar dit dorp. Ze hebben gelijk hoor, die Fransen. Het is inderdaad een erg mooi en sfeervol dorpje met kleine klinkerstraatjes, uitgesleten trappetjes, mooie huizen, begroeide oude muren, veel bloemen en planten, een lavoir, een kasteel en…….niet te missen, grote parkeerplaatsen waar zelfs nu al tourbussen staan waaruit toeristen naar buiten rollen. Nog geen hele drommen maar je kunt je voorstellen hoe het hier hartje zomer eruit zal zien. Dat is natuurlijk de keerzijde van een van de mooiste dorpjes van Frankrijk te willen zijn. Tijdens ons bezoek aan Rochefort miezerde het helaas maar ondanks dat waren we al onder de indruk. Kun je nagaan hoe het dorp eruit zal zien met zon en een mooie blauwe lucht.

Carnac en Côte Sauvage

Als beloning voor die hele natte maandag werden we gisteren weer getrakteerd op een prima dag. Niet uitbundig mooi zonnig weer maar in ieder geval droog, een lekker temperatuurtje met soms zelfs nog een waterig zonnetje.

In de ochtend zijn we naar Carnac geweest. Als je aan Bretagne denkt dan denk je ook aan de vele dolmens en menhirs.Rond de plaats Carnac staan wel zo’n drieduizend menhirs, variërend van klein tot wat groter en tot heel groot: het formaat menhirs dat Obelix, bekend uit de stripverhalen, op z’n rug meesjouwde! Je loopt langs velden waar maar een kleine hoeveelheid van die stenen staat maar ook langs velden vol met lange rijen stenen die evenwijdig aan elkaar lopen, zoals bijvoorbeeld bij de ‘alignements du Ménec’. In elf lange rijen staan daar wel 1099 menhirs opgesteld. (waarom nu toch 1099 en geen 1100; ik ben meer van de afgeronde getallen!) Heel indrukwekkend om hier rond te lopen, zeker met het gegeven dat die stenen daar al wel duizenden jaren staan. Het gaat me wat te ver om in dit blogbericht alles uit de doeken te doen over de geschiedenis van deze stenen, over het hoe en waarom. Via Google is voor de geïnteresseerden genoeg achtergrondinformatie te vinden.

Deze schapen staan heel oneerbiedig tegen die eeuwenoude stenen te schurken: geen flauw benul van hun historische waarde!De Côte Sauvage hadden we ook nog op ons lijstje staan. Dit stuk kust ligt aan de westkant van het schiereiland naar Quiberon. Een mooie ruige kust met hoge steile wanden. Niet geschikt om te zwemmen maar wel mooi om lekker te lopen. Wat zal het hier trouwens schitterend zijn als het stormt: het water dat dan hoog opspat tegen de rotsen! Wandelend, voorover gebogen tegen de wind, je met moeite staande houdend, thuis komen met het zand nog in je haren. Ik word er helemaal lyrisch van! Vandaag dus niets van dit alles maar gewoon rustig wandelweer. De waterige zonmomentjes werden gebruikt om halverwege de wandeling de thermoskan met koffie uit de rugzak te toveren en een onderweg bij de bakker gekocht stokbroodje op te eten.

Na deze fikse tocht zijn we met de auto nog even naar de haven van Quiberon gereden waar Ernest, samen met z’n broer, ooit in een ver verleden de veerboot naar Belle-Île heeft genomen om daar te gaan kamperen: jeugdsentiment! De stad zèlf was ons veel te druk, dus zijn we lekker weer naar ons huisje teruggereden.