Benen strekken

Alsof we al niet genoeg wandelboekjes in de kast hebben staan, zijn we onlangs bij het Office de Tourisme langs geweest en hebben we weer een nieuw boekje met randonnées aangeschaft. Nu eentje met tochten rondom Vernoux-en-Vivarais, net weer even een andere omgeving dan hier.

Onderweg kom je altijd mooie plaatjes tegen. Wat dacht je van dit opknappertje waar de takken van een boom zich uit het raam wringen, op zoek naar licht. Doet ons denken aan ons eigen opknappertje van zo’n twintig jaar geleden; een bouwval waar de bomen door het dak groeiden.

Ik houd helemaal niet van fluweelbomen maar nu de bladeren ervan zo’n vlammende herfstkleur vertonen, mag hij wat mij betreft op de foto. Ook die roos staat hier nog volop te stralen. 

Een stukje verderop lopen we door een bomenlaantje waar het net lijkt alsof deze boom behangen is met hoefijzers! Gelukkig niet alleen naar beneden hangende hoefijzers maar ook rechtopstaande. Om het geluk te vangen en te behouden hoor je namelijk een hoefijzer altijd met de open kant naar boven op te hangen, want anders valt het geluk eruit! 

Een mooie ‘zondagswandeling’ zo. Niet te lang, niet te ver en niet te zwaar.

De Gerbier op

Ook dit is weer een traditie. Als we gasten hebben, proberen we hen altijd mee te lokken naar de Gerbier de Jonc. Het is maar een uurtje rijden bij ons vandaan en door de hoogte ook net een paar graden minder warm en dat is wel lekker met de huidige temperaturen. We zijn vroeg weggereden, want deze berg is een populaire toeristische attractie. Hoe later je komt, hoe meer je op een gegeven moment als een lange rij mieren achter elkaar omhoog kruipt en dat willen we natuurlijk niet.

Iedere keer is het weer genieten als je dan na wat klim- en klauterwerk boven aankomt. Vanaf zo’n dikke 1500 meter hoogte kun je alle kanten opkijken en met dit heldere weer is het uitzicht grandioos! 

Aan de voet van deze Mont Gerbier de Jonc bevindt zich de oorsprong van de rivier de Loire. Er schijnt wat discussie te zijn over de precieze plek. Bij een voormalige boerderij die nu als winkel is ingericht, hangt een bord waarop aangegeven is dat de Loire hier begint. Bij de ingang word je verwelkomd door het geluid van kabbelend water dat via een pijp uit de muur komt en in een grote bak stroomt. Dit water zou uit dezelfde bron komen als waaruit de Loire is ontstaan. Maar een stukje verderop moet ergens in een weiland een bordje staan waarop aangegeven is dat juist daar de echte oorsprong van de Loire zich bevindt. Hoe dan ook, dit hele gebied is mooi genoeg om als rivier ‘geboren’ te worden. De Loire komt uiteindelijk ruim 1000 kilometer verderop uit in de Atlantische Oceaan, bij de plaats Saint Nazaire.

Verboden toegang

Tijdens een wandeling pas geleden, kwamen we dit bord tegen. Het is misschien hier ooit neergezet toen er op dit pad nog geen enkele bramenstruik of brem of wat dan ook voor weelderig groeiend gewas te bekennen was maar nu heeft de tekst op dit bord vast geen enkele waarde meer. Ik denk niet dat er mensen zijn die hier doorheen willen ploeteren. Wij dus ook niet!

Rondom Maisonseule

Overdag, zodra de zon te voorschijn komt denk je eigenlijk dat het bijna lente is maar ‘s nachts is het nog flink koud en ben je dat idee direct weer kwijt.

Gistermiddag hadden we ook weer zo’n ‘bijna-lente-gevoel’. Tijd om wat zitvlees kwijt te raken. Niet te ver, niet te lang maar een lekkere middagwandeling rondom het kasteel Maisonseule in Saint-Basile, een dorpje zo’n drie à vier kilometer verderop.

Maisonseule stamt vermoedelijk uit de dertiende eeuw. Vele malen werd het kasteel verwoest en telkens weer op dezelfde plaats ook weer opgebouwd. Na vele eigenaren gekend te hebben maar ook diverse jaren van leegstand, is het uiteindelijk in 1983 op de lijst van historische monumenten geplaatst. In 1990 is het gekocht door Yves Lecoq, een bekende TV persoonlijkheid, komiek en imitator. Hij liet het kasteel van onder tot boven tiptop restaureren en verhuurt het sinds die tijd als luxe gastenverblijf voor speciale gelegenheden, met een landingsplaats voor een helikopter en al! Of het kasteel in deze vorm nog steeds ‘in leven’ is, weet ik niet helemaal zeker. Het toegangsbord is sinds kort namelijk compleet afgeplakt en als je de roddels over deze 75 jarige meneer Lecoq mag geloven, schijnt hij wat financiële problemen te hebben en heeft hij één van z’n vier(!) kastelen al moeten verkopen. Of dit kasteel op de lijst staat om ook verkocht te gaan worden, vertelt het verhaal niet maar dat afgeplakte bord in combinatie met die financiële problemen van de eigenaar, klinkt niet echt positief.

Helemaal los van wat er nu allemaal waar is van dit verhaal; je kunt in ieder geval mooi wandelen rondom het kasteel.

Vrijwilligers hebben afgelopen jaar wat houten bordjes langs de wandelpaden geplaatst, waarop wat diepzinnige teksten zijn geschreven. Hier zie je er eentje.

‘la poésie ce n’est pas du vent, c’est le vent qui est poésie’, woorden van Yann Venner, een Bretonse schrijver.

Tijdens de wandeling kom je diverse observatieposten tegen, van waaruit je stilletjes voorbij komende ‘bosbewoners’ kunt bewonderen. Misschien ook nog wel eens iets om op ons eigen terrein te bouwen……

Wordt het als uitkijkpost niets, dan kan hij altijd nog als speelhut voor onze kleinzoon fungeren!

Verbaasde blik

Sinds we in april vorig jaar de bomen weg hebben laten halen die te hoog waren geworden en ook te dicht bij de huizen stonden, zijn de zijkanten van ‘het kleine huis’ en ‘de geitenschuur’ veel beter te zien. Als we via de bron een wandelingetje maken door het bos, kijken we altijd even achterom. Het blijft een mooi gezicht om zo die huizen op een kluitje bij elkaar te zien staan en zeker met de late middagzon er nog op.

Als ik naar dat rechter huis kijk, de zogenaamde geitenschuur, dan lijkt het net of dat huis ons wat verbaasd aankijkt! Boven zitten twee raampjes, de zogenaamde ogen in dit geval en beneden in de cave zit een opening waarvan je met wat fantasie een openstaand mondje kunt maken. Iets van “Ooooh, wat doen jullie daar?” Helemaal onderin, een beetje naar links, zit trouwens ook een opening. Dat moet dan maar een of andere pukkel voorstellen, die ze op haar kin heeft!

Nu zit ik er natuurlijk aan vast; iedere keer als ik naar de zijkant van dat huis kijk, blijf ik er gewoon een gezicht in zien!

Even naar buiten

Sinds een kleine week zijn we weer in Nederland. Gezellig met de Kerstdagen hier maar ook om dochterlief een beetje te kunnen vertroetelen die net een operatie achter de rug heeft. Ik speel wat dagen voor ‘zuster’ bij haar in Amstelveen.

Vandaag zijn we een blokje om geweest. Ze woont dichtbij Elsenhove, een park en recreatiegebied tussen Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel. Binnen vijf minuten loop je daar in het groen en waan je je al een beetje weg uit de Randstad. Nu ja, je moet wel je oren dichthouden want het geluid van voorbij zoevende auto’s op de vlakbij gelegen snelweg raak je hier niet kwijt. Niet zeuren, we hebben vanmorgen lekker even een frisse neus gehaald.

Mooi om daar in deze wit berijpte omgeving te wandelen! Wat die groene vlek daar links tussen het riet nu toch daar doet, mag Joost weten. Op het moment dat we de foto namen, zat er namelijk echt niet een of andere fantastisch mooie gifgroene vogel hier in het riet te snuffelen. Het zal wel met reflectie te maken hebben, vermoed ik.

Mooi plaatje zo. Een rijtje knotwilgen langs de sloot en wat ganzen, luid gakkend in het weiland ernaast. We kijken niet verder naar links want daar ligt de snelweg en doemen de hoge kantoorgebouwen op.

We lopen langs een grote haag van groene klimop. Extra mooi nu door die witte randjes aan de bladeren.

Helaas, het is wat te koud om hier op dat bankje te gaan zitten dus we lopen gewoon weer naar huis, waar de koffie wacht.

Een Baarns wandeltochtje

Onlangs heb ik een wandelrondje gedaan met vriendin Conny. Of misschien kunnen we het wel beter een ‘bijkletsrondje’ noemen. Als we in Nederland zijn, proberen we altijd wel ergens met elkaar af te spreken. Dit keer werd dat in Baarn. Voor mij lekker makkelijk te doen met de trein vanuit Utrecht. Voor Conny, die uit Friesland moest komen, wat verder weg maar ze vond dat die duizend kilometer van mij van Frankrijk naar Nederland wel mee mocht wegen. Los van die niet helemaal eerlijke afstandsverdeling weten we dat Baarn ook een heel gezellig restaurant heeft, zowat bijna op het station.

Wandelen zonder eerst aan de koffie te hebben gezeten kan natuurlijk niet. Voordat we het restaurant verlaten en op pad gaan, geven we elkaar altijd een boek cadeau. Een traditie van al jaren. We hebben het zelfs een keer gepresteerd om elkaar hetzelfde boek te geven!

De paden op, de lanen in! Met behulp van de ‘wandelapp’ komen we een heel end. Dat die tocht ons dan misschien niet altijd over de officiële wandelpaden voert, ligt niet aan die ‘app’ maar meer aan het feit dat wandelen en kletsen voor ons soms wat moeilijk samengaat maar ook dat we vaak wat weggetjes zien die veel leuker en interessanter zijn dan de route die de ‘wandelapp’ ons voorschrijft.

Al wandelend kwamen we langs dit mooie bomenlaantje, te bereiken via een boog van ‘Cortenstaal’. Staal dat al lekker verkleurd is en nu zo’n fraai bruin roestig kleurtje heeft. Ik heb wel wat met roest.

Zo’n laantje wordt een ‘berceau’ genoemd en bestaat uit een rij beuken en eiken die zo gesnoeid zijn dat ze een soort bladerdak vormen boven het wandelpad. Van oudsher was zo’n ‘berceau’ bedoeld om wandelaars te beschermen tegen de zon. Blanke gezichten waren destijds in de mode en hoorden bij de elite en bruinverbrande toeten hoorden bij landarbeiders.

Er staan in dit bos wat houten beelden opgesteld, gemaakt door Gert Eussen uit Zuidveen. Een bord erbij vertelt dat de verschillende kostuums de tijdsperiodes verbeelden waarin dit Baarnse Bos in de afgelopen 300 jaar is ontwikkeld. Het ene beeld geeft de periode ‘1700’ weer, de andere beelden ‘1800’ en ‘1900’. Een vierde sokkel zonder beeld is uit de periode ‘2000’. Het is de bedoeling dat je daar zèlf op gaat staan als vertegenwoordiger van de mensheid van deze tijd.

Het moeten er dus vier zijn maar we hebben er een paar gemist. Teveel gekletst en niet goed opgelet. De volgende keer plakken we onze monden dicht!

Nu ja, in ieder geval hebben we dit onderstaande beeld gespot dat de periode ‘1900’ verbeeldt.

Het gezellige restaurant waar we niet alleen koffie hebben gedronken maar waar we na afloop van onze tocht ook hebben geluncht, heet ‘de Generaal’ en is gehuisvest in een voormalig stationsgebouw. De Jugendstil kenmerken in het mooi gerestaureerde historische pand zijn zoveel mogelijk bewaard gebleven en verwijzen naar de tijd waarin de Koninklijke familie en de welgestelden van Baarn dit station aan de Lt. Gen. van Heutszlaan als startpunt voor hun reis gebruikten.

Het bovenstaande ’schilderij’ van het oude station is geprint op een placemat van papier dus voordat het lunchgerecht kwam en voordat ik er mogelijk op zou gaan knoeien, gauw een foto ervan gemaakt!

Even aan een stukje Drenthe snuiven

Afgelopen weekend hebben we in Drenthe gezeten, in de buurt van Dwingeloo. De ene dag zijn we met de fiets op pad geweest en de andere dag hebben we te voet het Nationale Park Dwingelderveld doorkruist. Het park is vooral bekend vanwege de grote, stille heidevelden. Dat oude lied van die eenzame herder die zo blij en tevreden is met z’n grote stille heide schiet nu natuurlijk gelijk door je hoofd!

We troffen het beide dagen met het weer; geen regen, niet teveel wind en soms zelfs een waterig zonnetje dat even om het hoekje kwam kijken. Die heidevlaktes hadden we natuurlijk eigenlijk moeten bekijken toen de heide volop in bloei stond. Ik heb begrepen dat die dit jaar uitbundig paars kleurde, mede door de natte zomermaanden. Ach, om hier zo rond te struinen in de herfst met z’n geelbruine herfstkleuren had ook wel wat. Een groot voordeel van dit seizoen: we hadden nu niet te maken met hordes toeristen maar konden eigenlijk heel rustig en ongestoord genieten van alle weidsheid om ons heen en al het moois dat we tegenkwamen.

Tweede poging

Een tijdje terug waren we aan het wandelen op ‘het plateau’, in de buurt van Saint-Front. Een mooie tocht maar door onze…uuhhh…wat eigenzinnige manier van kaartlezen, hebben we toen de helft van wat in de beschrijving werd aangegeven gemist. Voor herhaling vatbaar dus. Afgelopen zondag hebben we weer een poging ondernomen maar via een andere aanlooproute. Nu hebben we ‘les Roches’ wèl kunnen vinden. We zijn naar boven geklauterd en werden beloond met een prachtig uitzicht over het weidse landschap.

Dit soort paden doe je niet op je slippertjes of naaldhakken en ben je heel blij met je stevige schoenen!

Hadden we ons tijdens de vorige tocht tegoed gedaan aan de myrtilles, nu waren de frambozen aan de beurt.

Die grijze basalthoop op de achtergrond, ‘les Roches’, konden we de vorige keer niet vinden. Nu wèl, dus boven komen zullen we ook!

Eenmaal boven, heb je dit weidse uitzicht! In de verte zie je de Mont Mézenc, de berg die we vanuit ons huis ook zien liggen. Thuis kijken we naar de voorkant ervan en nu hebben we uitzicht op de achterkant. Haha, of precies andersom natuurlijk!

Geen gekke plek om te lunchen, hier bovenop die bult!

Reisje naar Mars

Met al die toeristisch aandoende ruimtereizen van afgelopen tijd, waarbij al heel enthousiast wordt verteld dat over enige tijd Mars aan de beurt is, werd het voor ons ook hoogste tijd om zelf maar eens plannen te gaan maken om naar Mars af te reizen. Niks geen duizenden miljoenen kilometers reizen om er te komen maar gewoon zo’n dertig à veertig kilometer bij ons vandaan.  

Even voorbij Saint Agrève ligt namelijk ons eigen Mars. Geen onherbergzame planeet maar gewoon een aardig Frans dorpje. Vanaf de Mairie is er een mooie wandeling uitgezet die je langs weilanden en akkers voert, afgewisseld met stukken door beukenbos en bijna verlaten gehuchtjes. 

Hier staat ons eigen ‘Marsmannetje’!

Overal groeit de paarse heide al. Hier hebben wat roze steenanjertjes heel brutaal een plekje veroverd tussen de hei.

Mooie gele bloeiers in het groene weiland. Hiervandaan zijn we ook nog even naar dat huis in de verte gewandeld. Het wat te moderne huis vonden we niets maar het uitzicht wat je hier vanaf de top had was wel de moeite waard. Dat moet de eigenaar van dat huis natuurlijk ook hebben gedacht.

De man op de maaimachine was het waarschijnlijk zat om alleen maar rechte stukken te moeten maaien en koos hieronder, ter afwisseling, voor een ander patroontje.

Sinds we zelf aan het moestuinieren geslagen zijn, kijken we natuurlijk met veel interesse naar andere moestuinen. Zo’n grote pompoen hebben we helaas niet. Nu ja, nog niet.

De vakantieperiode is bijna voorbij en van heel wat huizen zitten de luiken alweer potdicht. Dit huis is vroeger vast opgedeeld geweest in een woonhuis en een stal of schuur. Rechts is het huis opgebouwd met andere stenen en is het ook op een andere manier gevoegd dan het linker huis, waarvan de stenen wel erg recht en hoekig ogen.

De bewoners van dit pand zijn nog volop aan het klussen maar in de voorgevel is al een heel mooi raam geplaatst. Meest van tijd vinden we kleinere ramen meer passen bij dit soort huizen maar door de vergrijsde houten kozijnen in wel bijna de vorm van een kruis, is het raam helemaal goedgekeurd door ons.

We zijn eventjes van de route afgeweken om naar ‘la Planète Mars Observatoire Hubert Reeves’ te lopen, het observatiestation van waaruit die witte koepel het heelal met een gigagrote telescoop te bewonderen is. Het station heeft de naam meegekregen van Hubert Reeves, een bekende astrofysicus en tevens een van de sponsoren van dit geheel.

De start voor dit hele gebeuren dateert van zo’n twintig jaar geleden toen de gemeenteraad van het dorpje Mars vier NASA astronauten had uitgenodigd. Je moet toch wàt als je dorp met zo’n naam opgezadeld is, moet men gedacht hebben. Een eerste zaadje was hiermee geplant, want niet lang daarna werd door een stelletje enthousiastelingen een astronomievereniging in dit dorp opgericht: ‘le Club d’Astronomie de Mars’. Na een aantal jaren brainstormen en lobbyen werd bovenstaand observatiestation gebouwd. Op een hoogte van zo’n duizend meter en geen last hebbend van obstakels of lichtvervuiling, staat dit station tegenwoordig bekend als een van de beste astronomische observatieplekken van Frankrijk.