Veilig oversteken

Pas geleden moesten we flink op de rem voor overstekend ‘wild’. Op het bedrijventerrein tussen de Cartesiusweg en de Nijverheidsweg lopen diverse kippetjes op hun gemak wat rond te struinen, gewoon langs de kant van de weg.

Eigenwijs en totaal niet geïnteresseerd in naderende vrachtwagens, snelle auto’s of wat dan ook, drentelen ze met ware doodsverachting van de ene kant van de weg naar de andere kant.

Een Engels bedrijf heeft voor dit soort avonturiers wat bedacht en fabriceert nu speciale veiligheidshesjes.

Mooie felle kleuren zodat de kippen goed opvallen als ze oversteken.

Misschien is dit ook wel een leuk idee voor de Utrechtse kippen! (foto fa Omlet)

Een broertje van

Pas geleden, op weg naar le Cheylard, reden we langs een weiland waar deze koeien stonden. Lakenvelders in Frankrijk? Een Hollander die in Frankrijk is gaan boeren en z’n Lakenvelders heeft meegenomen?

Dichterbij gekomen zien ze er toch net iets anders uit. Wèl die witte band om de buik maar verder zijn ze dikker behaard, steviger, vierkanter en meer gedrongen dan de Nederlandse Lakenvelder.

Het gaat hier om de Belted Galloway, familie van het Schotse Galloway rund. Het kan niet anders dan dat er daar ooit in het verleden een Lakenvelder ‘op visite’ is geweest!

Vuurwants

Zodra de zon maar eventjes schijnt, zien we hier ladingen van deze vuurwantsen. Hier zit een kluitje van die beestjes op de stengel van een uitgebloeide stokroos. Er zal nog wel wat te snoepen zijn voor deze vuurwantsen, in de vorm van wat luizen of zo maar echt appetijtelijk vind ik zo’n bruin verdorde stengel er eigenlijk niet meer uitzien.

Totaal niet interessant wat ik nu wel of niet van die stengel vind, het gaat in dit berichtje om het beestje en dan vooral om de bijnaam die hij heeft: ‘gendarme’. En dan moet je niet denken aan de huidige wat militaristisch aandoende gendarme in z’n donkerblauwe uniform maar aan de koninklijke gardes die in de zeventiende eeuw de Franse koning moesten bewaken. Zij werden destijds gendarmes genoemd en waren uitgedost in mooie rode uniformen met zwarte accenten. Zoals de kleuren van deze vuurwants dus.

Vuursalamander

De vuursalamander, we hebben ‘m weer gezien! Hier schuifelt hij, met gevaar voor eigen leven, het trapje af.

De vuursalamander is een vaste ‘bewoner’ van onze berg. Meest van tijd houdt hij zich schuil onder stenen of in houtstapels maar nu we richting de herfst gaan wil hij na een regenbui wel eens tevoorschijn komen. Het is een aparte verschijning zo met die felgele vlekken op een zwarte ondergrond. Vanuit de verte lijkt het wel een of ander rubber speelgoedbeest.

Of een stuk tuinslang!

Die felgele kleuren heeft hij trouwens niet voor niets. Het is een waarschuwing aan z’n omgeving dat hij giftig is.

Als ik die vuursalamander was, zou ik weer gauw onder m’n steen kruipen waar het waarschijnlijk warmer is dan op dit trapje. Ik zag vanmorgen dat de temperatuurmeter buiten maar 9 graden aangaf. Hoogste tijd om de kachel te vullen en een lekker vuurtje te stoken.

Mooi stel

Erg veel koeien zie je hier op het moment niet buiten staan. Des te leuker als je dan zo’n mooi stel tegenkomt.

Vlakbij de Grand Bouveyron, naast het weiland waar de scharrelvarkens van Gregory wroeten, komen we deze moeder tegen, samen met haar zoon. Een klein stukje verderop bij een houten overkapping staan nog twee koeien, rustig snoepend van wat hooi.

Ik denk dat Gregory naast z’n varkens en al z’n fruit nu ook al in koeien ‘doet’. Hij heeft een vrouw, drie kleine kindjes en hij gaat ook nog binnenkort zelf een huis bouwen. Waar hij de tijd vandaan haalt, mag Joost weten. Een tijdje geleden namen we al ons petje voor hem af maar dat is nu een hele grote hoed geworden!

Knorrend drietal

Tijdens ons rondje Cluac, komen we langs een weiland waar drie gezellig knorrende varkens nieuwsgierig bij het hek staan. Het zijn dieren van Gregory, waar ik wel eens eerder iets over geschreven heb. Samen met z’n vrouw heeft hij een fruitbedrijf opgestart in combinatie met scharrelvarkens. Alles zo bio als maar kan.

Nader onderzoek van dit drietal wijst uit dat het hier gaat om twee vrouwtjes- en een mannetjesvarken. Het mannetje, in varkenstaal de beer genoemd, heeft het goed voor elkaar. Hij heeft twee vriendinnen waar hij uuhh……..z’n goede gaven aan kwijt kan! We hopen voor Gregory dat het een ‘vruchtbaar’ weiland zal zijn.

Mollenvanger

Ooit heb ik wel eens een berichtje geschreven over mijn vader die, trots als hij was op z’n Engelse gazonnetje, een bloedhekel had aan mollen in z’n tuin of beter gezegd, aan die molshopen die z’n mooie gladgeschoren grasveldje in een soort maanlandschap veranderden. Wat zou hij jaloers geweest zijn op de hond van onze bezoekers! Zo klein als zij misschien wel is, hoe groot is haar talent om mollen te vangen. Geduldig zit ze eerst een tijdje naar een en dezelfde plek te staren, eigenlijk nèt zoals mijn vader dat vroeger ook deed, om dan even later met een trotse blik in haar ogen de gevangen mol aan haar baasje te laten zien. Die Indy mag nog even blijven hoor!

Koninklijk paar

Op het moment staan bij ons de vlinderstruiken volop te bloeien. Ze zijn ook al ontdekt door de vlinders. Zaten ze eerst meest van tijd bij de lavendel, nu zijn deze struiken favoriet. Een tijdje geleden hadden we al een koningspage bij de lavendel gespot maar gisteren zagen we er ook eentje bij de vlinderstruik. Waren we al blij met die koning, nu hebben we ook z’n ‘echtgenote’ ontdekt, de koningin!

Koningspage

Koninginnenpage

Gefopt

Deze bij moet vast gedacht hebben dat hij in Luilekkerland terecht was gekomen.

Hij heeft zeker wel een minuut of tien op het tafelzeil gezeten in de hoop dat het hier om een echte ananas zou gaan! Teleurgesteld zag je hem uiteindelijk wegvliegen om ergens verderop tussen de lavendel op zoek te gaan naar ècht wat lekkers.

Vlinders

Grrrrr……..wat moet je toch veel geduld hebben om die onrustig fladderende vlinders redelijk op de foto te krijgen!

Rondom de lavendelplanten is het een drukte van belang. De hele dag hoor je gezoem en gebrom en zie je diverse bijen, hommels en vlinders van het ene bloemetje naar het andere bloemetje vliegen, op zoek naar wat lekkers. Met de camera in de aanslag ben ik er heel stilletjes naartoe geslopen. Volgens mij heb ik hier een een koningspage en een citroenvlinder te pakken.

Van vrienden, die afgelopen week bij ons op de berg hebben gelogeerd, hebben we een vlinderkastje gekregen. In de beschrijving staat dat je het op een beschutte plek moet hangen, uit de wind en waar het niet kan inregenen. Vlinders houden van zon en als het een sombere, koude en natte dag is, zoeken ze een schuilplek. Zoals wellicht wel in dit vlinderkastje. Ook kan zo’n kastje wel gebruikt worden om de winter door te komen. Sommige vlindersoorten, waaronder de citroenvlinder, overwinteren niet als rups of pop maar gewoon als vlinder en dat doen ze het liefst op een donker en beschut plekje, bijvoorbeeld ergens in een hoekje op zolder of in een schuurtje maar misschien dus ook wel in dit kastje. We hebben er in ieder geval een mooi plekje voor uitgezocht.

Nu is het natuurlijk afwachten geblazen of de vlinders dit huisje gaan vinden. Het lijkt me trouwens wel een spannend iets voor die vlinders om via die spleten naar binnen te moeten komen. Een kwestie van goed op tijd de vleugels intrekken!