Vuursalamander

De vuursalamander, we hebben ‘m weer gezien! Hier schuifelt hij, met gevaar voor eigen leven, het trapje af.

De vuursalamander is een vaste ‘bewoner’ van onze berg. Meest van tijd houdt hij zich schuil onder stenen of in houtstapels maar nu we richting de herfst gaan wil hij na een regenbui wel eens tevoorschijn komen. Het is een aparte verschijning zo met die felgele vlekken op een zwarte ondergrond. Vanuit de verte lijkt het wel een of ander rubber speelgoedbeest.

Of een stuk tuinslang!

Die felgele kleuren heeft hij trouwens niet voor niets. Het is een waarschuwing aan z’n omgeving dat hij giftig is.

Als ik die vuursalamander was, zou ik weer gauw onder m’n steen kruipen waar het waarschijnlijk warmer is dan op dit trapje. Ik zag vanmorgen dat de temperatuurmeter buiten maar 9 graden aangaf. Hoogste tijd om de kachel te vullen en een lekker vuurtje te stoken.

Weer richting de herfst

De zomer is weer zo’n beetje voorbij hier op de berg. Overdag hebben we nog wel regelmatig wat zon maar de temperatuur begint toch wel aardig te zakken. Zeker ‘s avonds begint het kil te worden. Ik zie ook alweer diverse huizen in de omgeving waar rook uit de schoorsteen komt. Onze houtboer is vorige week langs geweest om een lading stookhout af te leveren. De kachel is nog niet aan maar we zijn er klaar voor!

Om nog even het zomergevoel vast te houden, een foto van een kleurig stukje tuin bij het kleine huis. Volgens mij zijn het bloemen die onze buurvrienden, toen ze nog daar nog woonden, hebben geplant. Die grote gele dahlia in het midden is een echte blikvanger. Hij staat bekend als dinnerplate dahlia of superdahlia. De bloem moet een diameter hebben van 20 tot 30 cm, de maat zo’n beetje van een dinnerplate. Vanmorgen heb ik even met de centimeter erbij gestaan maar deze dahliabloem haalt net de 20 cm, dus eigenlijk een wat klein uitgevallen dinnerplate. Ik zit meer te denken aan een breakfastplate. Maakt niet uit; ze staat hier te stralen!

Paddenstoelentijd

We hadden van vrienden al jaloersmakende foto’s voorbij zien komen van manden vol met cèpes, in Nederland beter bekend als eekhoorntjesbrood. Vorige week hier om het huis ook maar eens een inspectierondje gedaan maar helaas, geen cèpes. Wèl andere exemplaren, zoals deze paddenstoel op onderstaande foto. Of die eetbaar is, weet ik niet dus ik laat ‘m maar lekker staan. Cèpes zijn heel duidelijk herkenbaar en die durf ik daarom wel te plukken.

Gisteren gingen we opnieuw op paddenstoelenjacht en zowaar! Op de bekende plekken zagen we wat bruine bolletjes boven het grasachtige mos uitsteken. De kleintjes laten we nog even staan maar de grotere gaan in de pan! 

Vanmorgen las ik in de krant dat het dit jaar hier in de Ardèche een uitzonderlijk jaar is, wat betreft de cèpes. Men vermoedt dat het te maken heeft met de opgewarmde grond van afgelopen hete zomer en de regen hier van de laatste weken. Een ideale kweekbodem! Doe daar dan ook nog een flink verschil bij tussen de temperatuur overdag en ‘s nachts en de cèpes zijn in grote getale te vinden. Die uitdrukking van ‘ze schieten als paddenstoelen uit de grond’ klopt nu helemaal!

Wortelbaard

Nu met die droogte zijn we extra alert op het functioneren van onze bron. Tot nu toe gelukkig geen enkel probleem; het water komt met een krachtige straal uit de kraan. Wèl viel het ons op dat we geen geklater meer hoorden. Liep je voorheen langs het betonnen putdeksel, dan hoorde je hoe het water uit de bron in de onder de grond gelegen grote tank stroomde. Vergelijk het maar met het geklater van een waterval in een daaronder liggend meertje. Tijd dus voor een inspectierondje.

Het putdeksel wordt met wat spierballenwerk eraf getild en toen zagen we dit!

Geen wonder dat we geen geluid meer hoorden; dat werd gewoon gedempt door deze bos wortels. Een hele dorstige boom is op zoek gegaan naar water en de wortels ervan hebben zich op een of andere manier door het beton heen gewerkt.

Nu gunnen we onze bomen best wat water maar niet op deze manier! Gelukkig hebben ze niet de pomp bereikt die in de tank hangt, anders was die vastgelopen en hadden we echt een probleem gehad. 

Heb je een huis op het platteland, dan moet je een beetje handig zijn en niet te snel in paniek raken. Onze ‘klusjesman’ heeft met wat gesjor en getrek de wortelhoop losgetrokken en die met vereende krachten eruit gevist.

We horen het water nu gelukkig weer klateren. Wèl is dit in ieder geval weer een mooi leermomentje geweest: wat vaker zo’n inspectierondje doen!

Menigeen zou jaloers zijn op zo’n baard!

Ze hangen weer

Zodra de kinderen in aantocht zijn, halen we de hangmatten weer van zolder. Voor het ultieme zomervakantiegevoel, zeg maar.

Ik moet toch eens een keer een soort van herkenningsteken op de bomen gaan zetten. Ieder jaar ben ik namelijk weer vergeten welke boom het lekkerst hangt. Stevig van stam, een uitstulpsel eraan en een beetje in de schaduw, dat zijn zo’n beetje de eisen voor een mooie hangmatboom. Nu ja, genoeg bomen op het terrein, dus na even zoeken heb ik weer een paar mooie gevonden. Ik klim de ladder op, knuffel de boom bijna plat terwijl ik het touw er omheen slinger en leg er een stevige knoop in.

Alle drie de hangmatten zijn intussen al uitgeprobeerd. Ze hangen niet te hoog, niet te laag, het touw blijft goed vastzitten en zelfs met een beetje geschommel schiet de knoop niet los, dus laat de kinderen maar komen!

Natte voeten

We gaan een paar dagen op pad en ook al is het niet zo heet meer als een week geleden, we moeten toch weer wat voorzorgsmaatregelen nemen rond het huis en dan met name wat betreft onze dorstige planten. Die in de borders staan, zijn al diepgeworteld en redden het wel weer een paar dagen zonder nattigheid. De moestuin wordt weer bewaterd via de druppelslang maar de kuipplanten die gewend zijn aan hun dagelijkse ‘borrel’ hebben weer wat extra zorg en aandacht nodig. Toen we op vakantie naar Ierland gingen, hebben we alle potplanten in het stroompje aan de rand van ons terrein neergezet zodat ze met hun ‘voeten’ in het water stonden. De bomen er omheen zorgden voor de nodige schaduw. Het was een uitprobeersel maar bij thuiskomst bleek het een prima idee te zijn geweest. Geen enkele plant had het loodje gelegd. Dus ook dit keer hebben we onze zitmaaier van stal gehaald, het karretje eraan vastgemaakt en de planten erin gezet. Grote hobbels en kuilen vermijdend zijn we met onze lading voorzichtig naar de rand van ons terrein gereden.

De terrasplanten zijn weer naar hun tijdelijke ‘woonplaats’ verhuisd.

Tractor

Eindelijk hebben ze een trekker aangeschaft zul je denken, als je dit gevaarte in z’n volle glorie hier ziet staan!

In een ver verleden heb ik Ernest ooit een tractor beloofd. Niet zo eentje zoals op de foto maar een gezellig nostalgisch geval. Maar om heel eerlijk te zijn, wat moeten we er eigenlijk mee hier op het terrein.

Het blijft natuurlijk wel een machtig ding en het staat ook wel heel profi zo. Maar helaas, geen tractor voor Ernest

We hadden vandaag bezoek en waar hij meest van tijd in z’n stevige 4×4 Mitsubishi onze berg op komt rijden, had onze bezoeker nu eens voor de verandering de tractor gepakt.

Rustig opstarten

Met dat zonnetje op je bol, is het weer lekker om buiten bezig te zijn. Hoogste tijd trouwens want er groeit alweer genoeg in de moestuin. Voornamelijk onkruid wel te verstaan en nog wat overjarige aardbeiplanten. Maar Google leert ons dat we rustig aan mogen beginnen met het weghalen van de mulchlaag, compost erop kunnen gooien en dat de grond wat losgemaakt mag worden. Nu, daar gaat onze tuinman weer: hij stroopt z’n mouwen op en laat z’n spierballen stevig rollen.

In het kasje staat nog niet veel om te laten zien, op deze groene sprieten na waar we best trots op zijn. Van vrienden kregen we eind vorig jaar een biologische knoflookbol. Die moesten we uit elkaar halen en de tenen ervan gewoon in de grond zetten en lief toespreken. En zie hier…..het prille begin van nieuwe knoflookbollen!

Verbaasde blik

Sinds we in april vorig jaar de bomen weg hebben laten halen die te hoog waren geworden en ook te dicht bij de huizen stonden, zijn de zijkanten van ‘het kleine huis’ en ‘de geitenschuur’ veel beter te zien. Als we via de bron een wandelingetje maken door het bos, kijken we altijd even achterom. Het blijft een mooi gezicht om zo die huizen op een kluitje bij elkaar te zien staan en zeker met de late middagzon er nog op.

Als ik naar dat rechter huis kijk, de zogenaamde geitenschuur, dan lijkt het net of dat huis ons wat verbaasd aankijkt! Boven zitten twee raampjes, de zogenaamde ogen in dit geval en beneden in de cave zit een opening waarvan je met wat fantasie een openstaand mondje kunt maken. Iets van “Ooooh, wat doen jullie daar?” Helemaal onderin, een beetje naar links, zit trouwens ook een opening. Dat moet dan maar een of andere pukkel voorstellen, die ze op haar kin heeft!

Nu zit ik er natuurlijk aan vast; iedere keer als ik naar de zijkant van dat huis kijk, blijf ik er gewoon een gezicht in zien!