Voor eventjes op stal

Vandaag regent het en voor de komende dagen ziet het er ook niet al te best uit. Met een extra lekker en voldaan gevoel kijken we dan terug op onze mooie fietstocht van gisteren. De fietsen staan nu weer veilig en droog op stal maar gisterochtend waren we met een voorzichtig zonnetje al vroeg op pad. Met de lange broek en vest nog aan, daalden we vanaf onze berg naar Saint Julien Labrousse om nog verder af te dalen naar le Cheylard. Onderweg kwamen we wat mooie herfstplaatjes tegen.

Deze rode wingerd is schitterend. Ik heb een keer een stek ergens vandaan gehaald maar op een of andere manier wil die niet omhoog groeien maar kruipt die alleen maar over de rond. Toch maar eens op zoek gaan naar een klimmend exemplaar.

En nog steeds staan er volop kleurige dahlia’s in de moestuinen.

Beneden in le Cheylard aangekomen, was het zonnetje al volop aan het schijnen en kon de korte broek aan.

Nadat we een kop koffie hadden gedronken bij het meer in le Cheylard, bleek dat Ernest een lekke band had. Wel heel leuk: een man kwam uit z’n daar geparkeerde camper naar ons toe met de vraag of we hulp nodig hadden. Gelukkig hebben we altijd een plaksetje bij ons dus binnen no time konden we weer door.

Vanaf het oude stationnetje in le Cheylard gingen we via de Dolce Via, de oude en tot fietspad omgetoverde spoorbaan op, stijgend naar Saint Agrève. Onderweg rijd je over diverse mooie bruggen: kunstwerkjes met die bogen!

Om via de grote weg terug te fietsen naar Lamastre trok ons niet echt dus hebben we een mooi kronkelend weggetje in de buurt gevonden, waar we met een aardig vaartje naar Labatie-d’Andaure konden afdalen om vervolgens door te rijden naar Lamastre.

Overal herfstkleuren!

Daar hield het dalen helaas weer op. Om terug op onze berg te komen is het altijd opnieuw klimmen geblazen. Via het kleine gehuchtje Mounens zijn we weer teruggereden. We werden vol verbazing of misschien wel met medelijden door de veelal oude bewoners bekeken. Fietsers zie je namelijk niet vaak op dat steile stuk. En we moeten eerlijk zijn; we hebben regelmatig de fiets daar eventjes op extra power gezet. Het was een mooie zonnige herfsttocht zo en met 80 km op de teller landden we weer moe maar voldaan op onze berg. Ik voelde trouwens vanmorgen m’n zitknobbels wèl!

Tocht langs de meren

Op de weerapp zien we dat er tot 12.00 uur nog wat kans is op regen dus we besluiten om pas na de lunch ons stalen ros te bestijgen en een fietstocht langs een paar meren te gaan maken. We beginnen aan het randje van Lough Corrib. Er wordt gezegd dat er in dit meer wel 365 eilandjes liggen. Voor iedere dag een eiland!

Connemara heeft trouwens wel honderden meren en meertjes. Al fietsend hier komt dan ook regelmatig dat bombastische liedje van Michel Sardou bij me boven drijven, ‘les Lacs du Connemara’. Ach, het fietst wel lekker weg op die dreun.

Stevig doortrappend fietsen we verder langs dit meer om bij Cong uit te komen, een wat toeristisch plaatsje met een mooie abdij-ruïne en daarachter een groot park.

De oude abdij-ruïne dateert van begin 1100 en is gebouwd op de restanten van een 7e-eeuws klooster. Jammer natuurlijk dat er niet nog meer van over is gebleven maar met wat verbeeldingskracht kun je je toch wel voorstellen hoe de monniken hier vroeger hebben rondgelopen.

Het vissershuisje dat erbij hoort is waarschijnlijk gebouwd in de 15e of 16e eeuw. In een folder hierover staat dat vis een belangrijk deel van het menu van de monniken uitmaakte. Het huisje is gebouwd op een platform van stenen en staat daardoor wat hoger van het water af. Het water van de rivier kan zo onder de vloer door stromen. Er moet ook nog een luik in de vloer hebben gezeten dat door de monniken kan zijn gebruikt om de netten uit te gooien en in de rivier te werpen.

Allemaal heel mooi en aardig die abdij maar Cong is het meest bekend van de film ‘The Quiet Man’ uit 1952 met John Wayne en Maureen O’Hara. Ik ken John Wayne eigenlijk alleen maar als stoere cowboy maar in deze film speelt hij een Amerikaanse ex bokser die teruggaat naar z’n vaderland Ierland om daar een nieuw leven op te bouwen en daar de liefde van z’n leven vindt. De film is destijds op diverse locaties in en om het dorp opgenomen en dat men daar nog steeds heel trots op is, wordt op allerlei manieren getoond.

In het centrum van het dorp staat een beeld van John Wayne en Maureen O’Hara. Er is een stel dat zich in dezelfde pose op de foto laat zetten. Ernest wil ons ook wel zo laten fotograferen maar dat heb ik ‘m toch maar afgeraden. We moeten namelijk nog ettelijke kilometers fietsen en om dat nu met een zere rug te moeten doen…..

Dat huisje met de rode kozijnen is The Dying Man House. Het klinkt wat luguber, maar deze naam slaat terug op een gebeurtenis die plaats vindt in de film The Quiet Man. Een man op sterven springt uit z’n bed en rent dit huisje uit, als hij van het vuistgevecht hoort tussen de hoofdrolspeler en de broer van z’n aanstaande bruid.

In het centrum van het dorp staat deze pub die tijdens de filmopnames ook is gebruikt. Achter de ramen staan diverse dingen uitgestald die daar nog naar verwijzen.

We hebben nog wat meer meren op ons programma staan. Cong ligt eigenlijk tussen twee meren in, aan de andere kant van het dorp vinden we Lough Mask.

Lough Mask

Halverwege krijgen we een korte maar heftige bui over ons heen maar stoer als we zijn, fietsen we gewoon door en waaien we eigenlijk best wel weer snel droog.

Lough Nafooey

Deze drie meren zijn weer even genoeg geweest voor vandaag. Terug in Maam doen we nog wat boodschappen in de winkel naast de Keane’s Pub waar we afgelopen zaterdagavond geweest zijn en waar we zo’n mooie muziekavond hebben meegemaakt. De man bij de kassa herkent ons van die avond en vraagt of we genoten hebben van de muziek. Hij vertelt dat de zingende man oorspronkelijk hier vandaan komt maar in de jaren 60 en 70, toen er veel werkloosheid heerste in Ierland, geëmigreerd is naar Engeland. Hij woont en werkt nog steeds in Engeland maar komt toch regelmatig terug naar Maam. Die muziekavond was er dus alleen maar omdat deze man op dit moment in Maam op bezoek was! Bofkonten zijn we!

 

Al fietsend op ontdekkingstocht

Gisteren zagen we op de ‘weerapp’ dat het een droge dag zou worden, dus zijn we maar direct op de fiets gestapt en hebben we een mooie route gereden. In Nederland hebben we een tijdje terug een fietsnavigatie aangeschaft. Ideaal zo’n apparaatje! We hebben namelijk, als onhandige kaartlezers, nog wel eens moeite om het juiste weggetje op een papieren fietskaart te vinden. Met zo’n schermpje aan het stuur van de fiets, vergelijkbaar met de navigatie in de auto, wordt het een stuk makkelijker om op het goede pad te blijven! En nog mooier, onze ‘fietszoon’ kan er mooie tochten op zetten voor ons. Hij stuurt dat dan door via GPX bestanden. Vraag me maar niet hoe dit allemaal kan maar we kregen op onze navigatie een door hemzelf in elkaar geflanste fietstocht voorgeschoteld, waardoor we de meest mooie weggetjes en plekjes hebben gezien. 

We begonnen de tocht met een rondje om het meer. Het meer waar we vanuit ons huisje op neerkijken: Lough Caragh

Op een gegeven moment fietsten we aan de overkant van Lough Caragh en zagen we ‘ons’ huis aan de andere kant liggen.

Het ene moment fiets je dwars door het groen. Zo groen dat het bijna pijn doet aan je ogen.

Hieronder zie je Blackstone Bridge over het riviertje de Caragh.

Even later rijd je langs een verlaten strand. We hebben het idee dat zoonlief ons regelmatig even wilde uittesten. Hier laat hij ons over een keienpad langs het strand bij Glenbeigh fietsen.

En hier loopt de route door de wilde boekweit. Maar met onze ‘tanks’ van fietsen komen we overal!

Aan een verlaten strand in de buurt van Castlemaine Harbour hebben we ons broodje verorberd. Helaas, geen Frans stokbroodje maar een stevige homp Iers sodabrood. Ook niet verkeerd overigens!

We hebben bijna alleen maar op rustige en smalle binnendoor weggetjes gereden. Een enkele keer moesten we even een klein stukje gebruik maken van een grotere en drukkere verbindingsweg waar helaas geen fietspad langs loopt. Maar net als in Frankrijk, wordt er hier ook goed rekening gehouden met de fietser en blijven ze achter je hangen totdat ze goed en veilig kunnen passeren. Er wordt hier heel wat afgefietst en net zoals motorrijders bij het passeren elkaar groeten doen ze dat hier op de fiets ook allemaal: “Hi, a good day to you!” 

Collentocht

Als we vandaag naar buiten kijken, is het maar goed dat we onze fietstocht gisteren al hebben gehad. Het is grijs vandaag en er staat een harde wind. Nu eens niet uit het noorden maar uit het zuiden. Ideaal voor de was maar niet echt om te fietsen!

Gisteren hebben we weer een mooie rit gemaakt. Volop zon en weinig wind. Ondanks alle zonnebrandcrème, zaten we gisteravond met een aardig gloeihoofd bij te komen van alle gefietste kilometers. 

We hebben zes colletjes gereden en daarom staat onze rit nu als collentocht genoteerd in het grote fietsboek. Ik weet dat de meervoudsvorm van col, cols is maar collentocht klinkt zo lekker.

Wat ik trouwens niet wist is dat een col niet de top van een hoge berg is maar een lager gelegen doorgang tussen hogere bergtoppen in. Zo klinkt onze fietstocht natuurlijk al een stuk minder heftig!

Zo kijkend naar de route op onderstaande foto, heeft onze tocht trouwens wel wat weg van een croissantje! Zo kunnen we ‘m natuurlijk ook nog noemen.

Als je dan moe maar voldaan weer thuis bent en aan het einde van de dag ook nog deze mooie zonsondergang ziet, dan mag je toch wel van een echte superdag spreken!

Men zij gewaarschuwd!

Vanmorgen fietsten we langs deze aanlegsteiger. Zouden we bezig zijn met een rondje om, ik noem maar wat, het IJsselmeer dan zou je dit heel normaal vinden. Maar hier? Nergens in de buurt maar een glimp te ontdekken van een sloot, rivier of een meer en al zeker niet van de zee. Toch staat deze tekst erbij: ‘en attendant la mer’, wachtend op de zee.

Het betreft een werk van de kunstenaar Didier Tallagrand en staat nèt buiten Saint Apollinaire de Rias, een dorpje zo’n tien à vijftien kilometer vanaf onze berg. Het kunstwerk is hier geplaatst in het kader van de opwarming van de aarde en met alle gevolgen van dien. Als een soort van extra waarschuwing dat hierdoor o.a. ook de zeespiegel gaat stijgen en dat grote gebieden, net als duizenden jaren geleden, weer onder water komen te staan.

Nu zal dat hier op een hoogte van zo’n 650 meter wel meevallen. Geen gezellige bootjes vermoed ik, die daar in de toekomst rondom de steiger zullen dobberen. Het bouwwerk op deze onverwachte plek laat je in ieder geval toch weer even extra stilstaan bij dit klimaatprobleem en dat zal dan ook wel de intentie geweest zijn van deze kunstenaar. 

De brug des onheils

Op dit moment zijn we meer met de fiets op pad dan dat we aan het wandelen zijn. Ik zit een beetje met een voet die wat tegensputtert en niet helemaal doet wat ik wil, waardoor fietsen nu makkelijker gaat dan lopen. 

Gisteren hebben we een mooie rit gemaakt. Vanaf onze berg afdalend naar Désaignes en omhoog richting Sint Agrève. Via de Dolce Via naar het lager gelegen le Cheylard om dan het laatste stuk weer te stijgen, terug naar huis. 

Uitzicht genoeg zo, vanaf deze hooggelegen plek.

Op die Dolce Via rijd je om de zoveel kilometer door enkele spaarzaam verlichte tunnels en passeer je heel wat van die mooie boogviaducten. Iedere keer kijken we vol bewondering naar die imposante bouwwerken. Dat moet vroeger toch een gigantische klus zijn geweest om dat op zo’n plek en met de middelen die men destijds had, voor elkaar te krijgen. 

Dat het ook wel eens flink fout kan gaan tijdens zo’n werk is te lezen op een informatiebord dat aan het begin van het bovenstaande viaduct staat. 

Op 8 september 1902 zijn 9 arbeiders die bij dit viaduct aan het werk waren omgekomen. Ze zijn naar beneden gestort toen plotseling een sluitsteen van een van de gemetselde bogen het begaf. De mannen vielen zo’n 35 meter naar beneden en kwamen neer op de steile rotsachtige oevers van de Aygueneyre, een riviertje vlakbij het dorp Intres. De precieze oorzaak van het ongeluk is nooit achterhaald. Was het een verkeerde berekening van de architect van het desbetreffende spoorwegbedrijf waardoor het kon gebeuren? Of lag de schuld wellicht bij een onhandige manoeuvre van de bouwers waardoor er een steunbalk los raakte en een gedeelte van het viaduct naar beneden stortte, inclusief die 9 arbeiders?

Hoe het ook zij, het was een tragisch ongeval dat destijds heel wat impact had.

Bovenstaande foto staat afgebeeld op het bord bij het viaduct en werd na de ramp als ansichtkaart uitgegeven.

Er waren kort na dit gebeuren nog maar weinig arbeiders te vinden die het karwei af wilden maken. Uiteindelijk is er een metselaar uit het dichtbij gelegen Saint Martial gevonden die bereid was om de klus te klaren waardoor er hier treinverkeer mogelijk werd.

Hiernaast zie je een oude foto, ook genomen vanaf het bord bij het viaduct. Het geeft een aardig beeld hoe de trein hier destijds over het viaduct reed. Dat viaduct heette eerst nog ‘Viaduc du Bon-Pas’ maar is later vanwege het ongeluk omgedoopt in ‘Pont du Malheur’, oftewel de brug des onheils.

Voordat het gaat regenen

Vandaag was het qua weer een uitgelezen dag om nog even wat kilometers weg te fietsen. Vanaf morgen wordt het wisselvalliger en zal er van tijd tot tijd regen gaan vallen. Helemaal goed, want de grond hier kan wel weer wat water gebruiken. 

Een snelle afdaling naar Lamastre om daar de ‘de Dolce Via’ te pakken en over die oude spoorbaan, licht stijgend, naar Saint Prix en les Nonières te rijden. Via de ‘lange’ weg verder klimmend naar Saint Julien Labrousse en weer terug naar huis: een mooi tochtje. Laat het morgen nu maar lekker gaan regenen! 

Die ‘Dolce Via’ is een prima fiets- en wandelpad. Om de zoveel kilometer een bankje om even uit te rusten en her en der een plek om te schuilen. Hebben we vandaag gelukkig niet nodig gehad. 

Het parcours kent heel wat bruggetjes en viaducten. Dit is een oud viaduct met van die mooie bogen, waar je overheen rijdt om in Saint Prix te komen. Het luistert naar de weinig originele naam ‘Viaduc de Saint Prix’. 

Net als in zoveel dorpjes hier, zijn ook de winkeltjes in les Nonières verdwenen. Op de gevel staat nog wat het is geweest. Makkelijk, zo’n gecombineerde winkel. Je kon hier vroeger een wijntje pakken, een stokbrood kopen en je overige kruidenierswaren halen. In een andere volgorde lijkt me trouwens beter. Eerst die boodschappen maar doen en dan pas aan de borrel! 

Dit zwarte geval ziet er wat gevaarlijk uit maar is een degelijke fietsendrager voor achterop de auto. Hier nog in een ingeklapte versie maar in een vloek en een zucht uit te klappen en te bevestigen op de trekhaak van de auto. In mei gaan we op pad en dan willen we de fietsen ook meenemen.

Je moet er trouwens toch niet aan denken dat je halverwege de autorit opeens je fiets de lucht in ziet vliegen. Een levendige fantasie noemen we dit. Afkloppen dus!

À vélo!

Dit beschilderde transformatorhuisje staat in Lamastre, vlakbij het stationnetje waar de stoomlocomotief uit Saint-Jean-de-Muzols (net achter Tournon-sur-Rhône) aankomt en waarvandaan hij ook weer terug tuft. De schilder die dit kunstwerk heeft gemaakt heeft duidelijk z’n best gedaan om het fietsen in de Ardèche te promoten!

Vanuit Lamastre zit je in een vloek en een zucht op de Dolce Via, de oude spoorbaan die omgetoverd is tot een fiets- en wandelpad en waar ik wel eens eerder wat over heb geschreven. Dat niet alleen wij maar veel meer mensen enthousiast zijn over de Dolce Via, blijkt wel uit het feit dat twee jaar geleden op de Fiets- en Wandelbeurs in Utrecht deze route uitgeroepen is tot ‘Fietsroute van het jaar 2020’. Dat zegt toch wel wat!

Oké, die Dolce Via dus. Prima te gebruiken als wandelpad maar veel leuker nog per fiets. Vanuit Lamastre fiets je naar le Cheylard. Daar aangekomen kun je kiezen om klimmend richting Saint-Agrève te gaan of af te zakken naar La Voulte-sur-Rhône.

Heb je, aangekomen in La Voulte, nog steeds geen last van je zitknobbels dan kun je vanaf deze plaats je fietstocht nog verder uitbreiden over de ViaRhôna, ook weer zo’n mooi aangelegd fietspad. Deze ViaRhôna volgt, zoals de naam al aangeeft, zoveel mogelijk de rivier de Rhône en loopt vanaf het meer van Genève tot aan de Middellandse Zee. Die tocht houden we nog eventjes in ons achterhoofd; eerst nog even wat eelt kweken!

Bij l’Office de Tourisme in Lamastre kreeg ik onlangs een fietsfolder in de hand gedrukt waarin nog wat extra mogelijkheden stonden om onze streek te verkennen. De zogenaamde Bleu-Vert-Vapeur tocht. Kijk maar eens op dit plaatje uit de folder.

Met de historische Ardèche stoomtrein vertrek je vanaf het stationnetje Saint-Jean-de-Muzols naar Lamastre waarbij je fiets in een speciale wagon mee gaat. Van Lamastre fiets je vervolgens over de Dolce Via naar le Cheylard met eventueel een extra lus naar Saint-Agrève en dan door naar La Voulte-sur-Rhône. Daarna kun je per boot over de Rhône weer terug richting Tournon. Ook hier gaat je fiets weer gewoon mee aan boord. Of je kiest voor de route andersom: eerst ‘boten’, daarna ‘treinen’ en vervolgens ‘je stalen ros’. Wat je maar het leukst en het makkelijkst vindt.

Voor komend jaar zijn er al wat data bekend waarop je deze combi tocht kunt maken. Klinkt wel heel leuk. Ik ga deze folder toch nog eens even wat verder uitspitten.

Koud maar lekker

Zo, de eerste fietskilometers van dit jaar zitten er weer op. Voor de volgers van onze verhalen: we zijn inderdaad overstag gegaan en hebben eind vorig jaar twee mooie E-bikes aangeschaft. Heerlijk hier in de bergen!

Voor vanmorgen werd er een klein zonnetje voorspeld. Dat klonk goed maar bij die weersvoorspelling stond ook dat het die ochtend -4 zou zijn: iets minder goed dus. Warm aangekleed gingen we op pad. We hadden afgesproken om bij vrienden in Empurany een kop koffie te gaan drinken. De weg daarnaartoe is alleen maar dalen. Van 800 meter hoogte naar zo’n 400 meter. Heel makkelijk maar heel koud! Als twee ijsklompjes kwamen we aan en dan smaakt de koffie met een vers bij de bakker gehaald taartje extra lekker. Ontdooid, bijgepraat en voorzien van de nodige ‘brandstof’ zijn we vol goede moed aan de lange stijging, terug naar onze berg begonnen. Bij Lamastre de Dolce Via op en dan via Saint Prix naar les Nonières en door naar Saint Julien Labrousse. Veel verkeer kwamen we niet tegen en al helemaal geen fietsers.

Even tijd voor een pauze op de terugweg. Op de achtergrond zie je Saint Prix liggen.

Bijna thuis zien we wat voorzichtige sneeuwvlokjes naar beneden dwarrelen. Als je dan je warme huis binnenkomt en bij een snorrende kachel van een kom erwtensoep geniet, is alles weer goed. Morgen geen fietstocht. Ten eerste gaan dan waarschijnlijk onze spieren protesteren na deze veertig kilometer maar ook wordt er voor het weekend meer sneeuw verwacht. Die enkele vlokjes die we onderweg naar beneden zagen komen stelden wel niet zo veel voor maar waarschijnlijk vormen ze wel de voorbode van een dun winters laagje waar we morgen mee wakker zullen worden. In ieder geval hebben we deze rit alvast in de pocket!

Even aan een stukje Drenthe snuiven

Afgelopen weekend hebben we in Drenthe gezeten, in de buurt van Dwingeloo. De ene dag zijn we met de fiets op pad geweest en de andere dag hebben we te voet het Nationale Park Dwingelderveld doorkruist. Het park is vooral bekend vanwege de grote, stille heidevelden. Dat oude lied van die eenzame herder die zo blij en tevreden is met z’n grote stille heide schiet nu natuurlijk gelijk door je hoofd!

We troffen het beide dagen met het weer; geen regen, niet teveel wind en soms zelfs een waterig zonnetje dat even om het hoekje kwam kijken. Die heidevlaktes hadden we natuurlijk eigenlijk moeten bekijken toen de heide volop in bloei stond. Ik heb begrepen dat die dit jaar uitbundig paars kleurde, mede door de natte zomermaanden. Ach, om hier zo rond te struinen in de herfst met z’n geelbruine herfstkleuren had ook wel wat. Een groot voordeel van dit seizoen: we hadden nu niet te maken met hordes toeristen maar konden eigenlijk heel rustig en ongestoord genieten van alle weidsheid om ons heen en al het moois dat we tegenkwamen.