Vuurwants

Zodra de zon maar eventjes schijnt, zien we hier ladingen van deze vuurwantsen. Hier zit een kluitje van die beestjes op de stengel van een uitgebloeide stokroos. Er zal nog wel wat te snoepen zijn voor deze vuurwantsen, in de vorm van wat luizen of zo maar echt appetijtelijk vind ik zo’n bruin verdorde stengel er eigenlijk niet meer uitzien.

Totaal niet interessant wat ik nu wel of niet van die stengel vind, het gaat in dit berichtje om het beestje en dan vooral om de bijnaam die hij heeft: ‘gendarme’. En dan moet je niet denken aan de huidige wat militaristisch aandoende gendarme in z’n donkerblauwe uniform maar aan de koninklijke gardes die in de zeventiende eeuw de Franse koning moesten bewaken. Zij werden destijds gendarmes genoemd en waren uitgedost in mooie rode uniformen met zwarte accenten. Zoals de kleuren van deze vuurwants dus.

Een ei hoort erbij

Naast de bekende dagen als bijvoorbeeld de Internationale Dag van de Vrede of de Internationale Vrouwendag, bestaan er nog veel meer speciale dagen die internationaal gevierd worden of op z’n minst te boek staan als een speciale dag. Wat dacht je van de Internationale Dag van het Rare Loopje (echt waar!) op 7 januari of op 6 mei de Internationale Bellenblaas Dag, de Internationale Chocolade Dag op 13 september of op iedere eerste zaterdag van mei de Internationale Dag van het Naakt Tuinieren. Over die laatste dag heb ik trouwens al eens eerder iets geschreven. Zo zijn er nog veel meer van dit soort speciale dagen te vinden. Hoe kom ik hier nu toch op? Het is vandaag de Internationale Dag van het Ei. Op iedere tweede vrijdag in oktober staat het ei centraal.

Hier in Frankrijk houdt men trouwens ook wel van een eitje. Ik las dat zo’n 97% van de Fransen eieren eet waarvan zo’n 78% minstens één keer per week. En dan telt alles mee: een gekookt eitje, een omelette, eieren in gebak of in een crèpe of wat dan ook.

Wij doen vandaag ook lekker mee!

Kleurrijk

Tijdens een vakantie in Bretagne, alweer een paar jaar geleden, kwamen we in een weiland roze hooibalen tegen. Toentertijd wist ik nog niet dat die te maken hadden met borstkanker maar een tijdje later las ik wat informatie hierover. 

Het oorspronkelijke idee van die roze wikkels schijnt uit Nieuw-Zeeland te komen. Het was daar een initiatief van een boer wiens vrouw borstkanker had. Hij wilde op deze manier aandacht vragen voor de ziekte en geld inzamelen en doneren aan een organisatie die zich bezighoudt met de strijd tegen borstkanker. Per roze hooibaal wordt een bepaald bedrag aan deze organisatie gedoneerd. Naast de roze hooibalen zijn er ook nog andere kleuren bijgekomen. De blauwe als symbool voor onderzoek naar prostaatkanker en de gele als symbool voor onderzoek naar kinderkanker. Sinds ik dit weet kijk ik, waar ik maar kan kijken, of ik ook ergens die blauwe en gele hooibalen kan ontdekken. 

Vorige week was het raak. Toen we op weg waren voor een familiebezoekje in de Corrèze, reden we hierlangs. Een hele rij hooibalen en allemaal gewikkeld in roze, blauwe en gele folie. Een kleurrijk geheel daar in het weiland en met een mooie gedachte erachter!

De brug des onheils

Op dit moment zijn we meer met de fiets op pad dan dat we aan het wandelen zijn. Ik zit een beetje met een voet die wat tegensputtert en niet helemaal doet wat ik wil, waardoor fietsen nu makkelijker gaat dan lopen. 

Gisteren hebben we een mooie rit gemaakt. Vanaf onze berg afdalend naar Désaignes en omhoog richting Sint Agrève. Via de Dolce Via naar het lager gelegen le Cheylard om dan het laatste stuk weer te stijgen, terug naar huis. 

Uitzicht genoeg zo, vanaf deze hooggelegen plek.

Op die Dolce Via rijd je om de zoveel kilometer door enkele spaarzaam verlichte tunnels en passeer je heel wat van die mooie boogviaducten. Iedere keer kijken we vol bewondering naar die imposante bouwwerken. Dat moet vroeger toch een gigantische klus zijn geweest om dat op zo’n plek en met de middelen die men destijds had, voor elkaar te krijgen. 

Dat het ook wel eens flink fout kan gaan tijdens zo’n werk is te lezen op een informatiebord dat aan het begin van het bovenstaande viaduct staat. 

Op 8 september 1902 zijn 9 arbeiders die bij dit viaduct aan het werk waren omgekomen. Ze zijn naar beneden gestort toen plotseling een sluitsteen van een van de gemetselde bogen het begaf. De mannen vielen zo’n 35 meter naar beneden en kwamen neer op de steile rotsachtige oevers van de Aygueneyre, een riviertje vlakbij het dorp Intres. De precieze oorzaak van het ongeluk is nooit achterhaald. Was het een verkeerde berekening van de architect van het desbetreffende spoorwegbedrijf waardoor het kon gebeuren? Of lag de schuld wellicht bij een onhandige manoeuvre van de bouwers waardoor er een steunbalk los raakte en een gedeelte van het viaduct naar beneden stortte, inclusief die 9 arbeiders?

Hoe het ook zij, het was een tragisch ongeval dat destijds heel wat impact had.

Bovenstaande foto staat afgebeeld op het bord bij het viaduct en werd na de ramp als ansichtkaart uitgegeven.

Er waren kort na dit gebeuren nog maar weinig arbeiders te vinden die het karwei af wilden maken. Uiteindelijk is er een metselaar uit het dichtbij gelegen Saint Martial gevonden die bereid was om de klus te klaren waardoor er hier treinverkeer mogelijk werd.

Hiernaast zie je een oude foto, ook genomen vanaf het bord bij het viaduct. Het geeft een aardig beeld hoe de trein hier destijds over het viaduct reed. Dat viaduct heette eerst nog ‘Viaduc du Bon-Pas’ maar is later vanwege het ongeluk omgedoopt in ‘Pont du Malheur’, oftewel de brug des onheils.

Jarig!

We hadden gisteren een jarige Ernest!

Om nu te zeggen dat het met al die regen een lekkere dag was om je verjaardag te vieren……..

Ach, wel of geen regen, als je zo’n jaarlijkse mijlpaal viert met een heerlijke ‘high tea’ in een gezellig restaurant en met niet te vergeten het allerbelangrijkste, namelijk de kinderen om je heen, dan is het natuurlijk altijd een mooie dag.

Het restaurant waarin we gisteren de verjaardag vierden, is gevestigd in ‘Landhuis in de Stad’ in Park Oog in Al. Het wordt geleid door enthousiaste en maatschappelijk bewuste mensen. Zelf zeggen ze dat er achter al het eten dat zij presenteren, een mooi verhaal zit. Op deze website lees je meer hierover.

Mocht je ooit hier in de buurt zijn, echt een fijne plek om even wat te eten of te drinken, zowel binnen als straks weer buiten op het zonnige terras aan het water. 

De naam ‘Oog in Al’ heeft het park trouwens te danken aan de oorspronkelijke en waarschijnlijk heel nieuwsgierige eigenaar van dit stukje Utrecht, jonker Everard Meyster. Hij stichtte rond 1664 deze buitenplaats en liet er een groot landhuis op bouwen van waaruit hij goed zicht had hoe de rest van Utrecht gebouwd werd. Hij kon zo een oogje in het zeil houden, oftewel een oogje houden op alles.

Het verhaal achter de naam

In het vorige bericht had ik het over de Utrechtse Zakkendragerssteeg. Achter zo’n naam zit natuurlijk een verhaal. In een Utrechts krantje wordt om de zoveel tijd aandacht besteed aan typisch Utrechtse gebruiken, uitdrukkingen, namen, mensen enz. Zo las ik hierin ook hoe deze steeg aan z’n naam is gekomen. Schande, van jongs af aan kom ik al in Utrecht en nu pas weet ik dus het hoe en waarom van deze naam!

De steeg loopt van de Oudegracht naar het Vredenburg. Zo eind zestiende eeuw, begin zeventiende eeuw werd deze gracht druk bevaren door vrachtschepen. Schepen waarvan de vracht veelal bestond uit graan, kolen en turf.

Deze goederen werden vanaf het schip gelost en opgeslagen in de werfkelders van waaruit ze in grote zakken naar de markt op het Vredenburg werden gesjouwd. Een klus voor sterke mannen, de zakkendragers dus. In die tijd nog op z’n Oud-Hollands ‘sackedragers’ genoemd.

Als je zo naar de gracht kijkt en de brug waar onderdoor gevaren moest worden, kun je je bijna niet voorstellen dat daar vroeger vrachtschepen doorheen voeren. Nu ja, het zullen wel vrachtscheepjes geweest zijn. Links op de foto zie je een gedeelte van de werf met z’n kelders waar de schepen aanlegden en destijds hun vracht konden lossen.

Op een gegeven moment werd door het stadsbestuur besloten dat er een wachtruimte moest komen voor deze zakkendragers. Hierin konden zij wachten op de volgende sjouwklus. De klussen werden in die tijd overigens niet keurig verdeeld tussen de sjouwers en het was ook niet een kwestie van rustig op je beurt wachten maar meer of je een goede hand van spelen had. Om dit soort klussen werd namelijk fanatiek gedobbeld. Het was dus gewoon een kwestie van geluk hebben of je wel of niet veel werk had op zo’n dag.

Het wachtlokaal werd in de loop der jaren, naast een plek waar de klussen verdeeld werden, ook steeds meer een ontmoetingsplaats. Men wisselde de laatste nieuwtjes uit, dronk er gezellig wat bij en zo kreeg het wachtlokaal al meer en meer de uitstraling van een café.

Nog wat later werd deze steeg door de zakkendragers niet alleen meer gebruikt als werkterrein maar ging een groot deel van hen hier ook permanent wonen. In 1619 valt voor de eerste keer de naam ‘Sackedragerssteechien’. Deze naam blijft hangen. Van Sackedragerssteechien naar de huidige naam Zakkendragerssteeg is natuurlijk maar een klein stapje.

Op de plek van het vroegere café is nu een restaurant gevestigd met de naam, je raadt het al……….‘de Zakkendrager’. Als extra verwijzing naar die historische naam hangt hier een beeld aan de muur van een zakkendrager dat gemaakt is door Inge Kristel.

In deze steeg kom je nòg een paar dingen tegen die herinneren aan de tijd van de zakkendragers.

Hier op de muur zie je een beeldje waarop een zakkendrager is afgebeeld. Het gaat hier overigens om een replica van het oorspronkelijke beeldje. Naast het figuurtje van de zakkendrager zie je twee zakken staan, die waarschijnlijk gevuld zijn met koren. Daarnaast een korenmaat waarmee een hoeveelheid graan afgewogen kon worden en een strijkstok waarmee de gevulde maat glad gestreken werd.

Loop je via de kant van het Vredenburg de steeg in, dan zie je deze afbeelding van de zakkendrager hangen. Geen twijfel mogelijk met al die verwijzingen, je loopt hier echt in de Zakkendragerssteeg!

Nu heb ik begrepen dat er ook nog een zakkendrager moet bestaan die ergens tussen de straatklinkers van de steeg is ingemetseld. Haha, een afbeelding van een zakkendrager, wel te verstaan. Ik ben wel drie keer de steeg op en neer gelopen maar heb ‘m (nog) niet gevonden.

Rondom Maisonseule

Overdag, zodra de zon te voorschijn komt denk je eigenlijk dat het bijna lente is maar ‘s nachts is het nog flink koud en ben je dat idee direct weer kwijt.

Gistermiddag hadden we ook weer zo’n ‘bijna-lente-gevoel’. Tijd om wat zitvlees kwijt te raken. Niet te ver, niet te lang maar een lekkere middagwandeling rondom het kasteel Maisonseule in Saint-Basile, een dorpje zo’n drie à vier kilometer verderop.

Maisonseule stamt vermoedelijk uit de dertiende eeuw. Vele malen werd het kasteel verwoest en telkens weer op dezelfde plaats ook weer opgebouwd. Na vele eigenaren gekend te hebben maar ook diverse jaren van leegstand, is het uiteindelijk in 1983 op de lijst van historische monumenten geplaatst. In 1990 is het gekocht door Yves Lecoq, een bekende TV persoonlijkheid, komiek en imitator. Hij liet het kasteel van onder tot boven tiptop restaureren en verhuurt het sinds die tijd als luxe gastenverblijf voor speciale gelegenheden, met een landingsplaats voor een helikopter en al! Of het kasteel in deze vorm nog steeds ‘in leven’ is, weet ik niet helemaal zeker. Het toegangsbord is sinds kort namelijk compleet afgeplakt en als je de roddels over deze 75 jarige meneer Lecoq mag geloven, schijnt hij wat financiële problemen te hebben en heeft hij één van z’n vier(!) kastelen al moeten verkopen. Of dit kasteel op de lijst staat om ook verkocht te gaan worden, vertelt het verhaal niet maar dat afgeplakte bord in combinatie met die financiële problemen van de eigenaar, klinkt niet echt positief.

Helemaal los van wat er nu allemaal waar is van dit verhaal; je kunt in ieder geval mooi wandelen rondom het kasteel.

Vrijwilligers hebben afgelopen jaar wat houten bordjes langs de wandelpaden geplaatst, waarop wat diepzinnige teksten zijn geschreven. Hier zie je er eentje.

‘la poésie ce n’est pas du vent, c’est le vent qui est poésie’, woorden van Yann Venner, een Bretonse schrijver.

Tijdens de wandeling kom je diverse observatieposten tegen, van waaruit je stilletjes voorbij komende ‘bosbewoners’ kunt bewonderen. Misschien ook nog wel eens iets om op ons eigen terrein te bouwen……

Wordt het als uitkijkpost niets, dan kan hij altijd nog als speelhut voor onze kleinzoon fungeren!

Het betere stampwerk

Tijdens onze fietstocht door het Drentse land, enige tijd geleden alweer, kwamen we door het dorpje Zorgvlied waar we dit houten kerkje zagen staan. Ik vond het wel wat weg hebben van die houten kerkjes die we in Noorwegen destijds tegenkwamen. Even op het informatiebord gekeken of er wellicht Noorse ‘roots’ aanwezig waren maar nee, hoor.

Het gaat hier om het kleinste houten kapelletje van Drenthe en het staat bekend als de Obadja kapel. Het werd in 1904 gebouwd en is nog steeds in gebruik als kerk voor de hervormde gemeente. Ze moeten het daar dan wel hebben van de zomermaanden waarin er veel vakantie vierende kerkgangers naar de zondagse kerkdienst komen. In de stille winters is het niet rendabel en worden er geen diensten gehouden.


Obadja…..Die naam doet een belletje bij me rinkelen en brengt me eigenlijk terug naar m’n lagere schooltijd.

Vroeger was het op de lagere school nog gewoonte dat de leerlingen diverse rijtjes en lijstjes uit het hoofd moesten leren, het liefst klassikaal en hardop dreunend. Die rijtjes werden er voor het leven ingeramd! Of het nu ging om rekentafels, jaartallen of plaatsnamen. Zo was het ook met alle namen van de bijbelboeken, zowel die van het Oude Testament als van het Nieuwe: stampen maar!

Die Obadja hoorde ook in dat rijtje thuis. Met wat moeite komen de andere bijbelboeken nu trouwens ook weer bovendrijven, merk ik. Zie je wel, voor het leven erin geramd! Het Oude Testament eindigde met het boek Maleachi. Er was niets mooiers om daarna, nadat je het hele rijtje had opgedreund en het liefst ook foutloos, te kunnen eindigen met dat bekende en lekker in het gehoor liggende rijmpje!

‘Maleachi, waarom lach-ie, Habakuk z’n broek is stuk, Daniël die maakt hem wel, met een draadje van Ezechiël’.

Roos


Eindelijk het kaartje teruggevonden dat ooit aan deze roos bungelde! Het gaat hier dus om de ‘Rosa Pierre de Ronsard’.

Vorig jaar kreeg hij alleen maar knopjes die al, voordat het bloemen moesten worden, bruinig verkleurden en daarna helaas helemaal niets meer deden. Maar we hebben ‘m ernstig toegesproken waarop hij z’n leven duidelijk heeft gebeterd. Hij bloeit nu zelfs al voor de tweede keer!

Veel planten worden vernoemd naar bekende of wat minder bekende personen. Zo ook deze roos die vernoemd is naar de Franse dichter Pierre Ronsard, die leefde in de zestiende eeuw; de tijd van de Renaissance. Het motto van die tijd was ‘Carpe diem’, pluk de dag. Oftewel, geniet van iedere dag, stel geen zaken uit en haal alles uit deze dag.

Maar waarom heeft deze roos van ons nu de naam van die dichter gekregen? Wat had onze Pierre met rozen? Het motto ‘pluk de dag’ heeft hij vast in z’n hoofd gehad toen hij destijds in een van z’n gedichten deze regels schreef: ‘vivez, si m’en croyez, n’attendez à demain. Cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie’. Zoiets als: ‘leef nu, geloof me, wacht niet tot morgen. Pluk vandaag nog de rozen van het leven’. Et voilà, daar komt dus die roos om het hoekje kijken. Het zullen wel deze dichtregels geweest zijn die ervoor gezorgd hebben dat zijn naam nu voor altijd is verbonden aan een rozensoort. Verzin ik zo maar ter plekke!

Niet verkeerd om als roos vernoemd te zijn naar een dichter die deze wijze woorden uit z’n pen liet vloeien!

Korenbloemen

Die korenhalmen hier zullen binnenkort wel weer gekortwiekt worden en dan hoor je van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat weer het ronkende geluid van ‘Claas’, de grote dorsmachine. Helaas is het dan ook direct einde verhaal voor deze blauwe bloeiers. Niet zo moeilijk waarom ze korenbloemen heten, lijkt me! 

In Frankrijk heet de korenbloem ‘bleuet de France’. Waar in Goot-Brittannië en ook in Amerika en Canada de klaproos als herdenkingsbloem symbool staat voor alle gesneuvelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog (inclusief de slachtoffers van latere gewapende conflicten) wordt daar in Frankrijk veelal deze ‘bleuet’ voor gebruikt. Iets wat ik overigens niet wist over die korenbloem.

Waarom nu deze ‘bleuet’ als symbool? Dat is, net als bij de klaprozen, terug te voeren naar de oorlogsvelden van weleer. Korenbloemen en klaprozen groeien goed op omgewoelde aarde. Op de slagvelden met z’n vele loopgraven en granaatinslagen kwamen deze bloemen destijds dan ook in grote getale voor. Waarom de Fransen dan voor de korenbloem hebben gekozen en niet zoals de Engelsen ook voor de klaproos, zal wel een vorm van eigenwijsheid zijn geweest, dacht ik in eerste instantie. Maar ik las dat het met de blauwe kleur van de korenbloem te maken had. Het blauw van de bloem verwijst bijvoorbeeld naar de kleur destijds van het Franse uniform en tevens naar de eerste kleur op de Franse vlag. Ook werden jonge en nog niet ervaren soldaten die voor het eerst in blauw tenue de oorlog in gingen ‘les bleuets‘ genoemd. Jonge en onervaren personen: wij zouden hen dan groentjes noemen maar de Fransen hebben het dus eigenlijk over blauwtjes! 


‘Le bleuet de France’ als mooi symbool maar ook gewoon als een mooi bloemetje.