Tekst van weleer

Ronddwalend door de wijk kwamen we onlangs langs een poort die wat wegviel tussen twee ernaast staande huizen; we waren er eigenlijk al bijna voorbij gelopen. Deze poort leidde in het verleden naar een achterterrein waar een kolenhandel zat. In de tijd vóór het aardgas werden de meeste woningen destijds verwarmd met kachels die op kolen gestookt werden. Iedere wijk in de stad had dan ook wel een kolenboer die op bestelling de kolen thuis kwam brengen. Ik kan me die kolentijd van vroeger ook nog wel herinneren. De kolenboer, het kolenhok achter in de tuin en de kolenkit naast de kolenkachel.

De poort was nu gesloten maar turend door de tralies van het hek kon je zien dat er rechts en links op de muren van de doorgang de brandstoffen van weleer werden aangeprezen.

Het gaat hier helaas niet meer om de originele reclameschilderingen. Een paar jaar geleden hebben wat te ijverige onderhoudswerkers die niet op de hoogte waren van de historische waarde van de oude en reeds wat verweerde reclameschilderingen, een nieuwe stuclaag aangebracht, gewoon over die oude teksten heen.

Gelukkig is alles uiteindelijk weer goed gekomen en zijn deze reclameschilderingen zo authentiek mogelijk door een schilder opnieuw aangebracht.

Zo zag de reclameschildering eruit toen het onderhoudsbedrijf ermee aan de slag ging en de muur van een nieuwe stuclaag ging voorzien. Inderdaad, wat vergane glorie maar ik geloof dat het toch wel wat slimmer was geweest als er van tevoren even overleg was geweest over wat te doen met die tekst op de muur. (foto Mitros)

Oh, wat zullen die mannen van het onderhoudsbedrijf het benauwd hebben gehad, toen ze hoorden dat het hier om een stukje Utrechtse historie ging! Het had zo een gevalletje kunnen zijn van ‘even Apeldoorn bellen’!

Afkoelen

We hebben even zitten dubben, wèl of niet het zwembadje neerzetten. We hebben natuurlijk genoeg zwemgelegenheden in de buurt maar met deze warmte die voorlopig nog wel aanhoudt is zo’n ‘poedelbadje’ direct bij het huis toch wel lekker om even af te kunnen koelen. 

Vroeger hadden we zo’n opblaasgeval dat wel ruim twee keer zo groot was, een bad waar ik zelfs rondjes in kon zwemmen. Nu ja, rondjes zwemmen is een wat groot woord maar toch kon ik wat slagen maken. Eigenlijk stond de hoeveelheid water die nodig was om het bad te vullen niet in verhouding tot de keren dat we ‘een duik’ namen en dat is toch jammer van al dat water. We hebben dan wel onze eigen bron die, ondanks de droge warme zomers, als een tierelier loopt maar ook dan wil je toch wat rustig aandoen met het water. 

Het bad hoeft niet helemaal vol, dat scheelt ook weer in de temperatuur van het water. Dat bronwater is behoorlijk koud en voordat de zon de boel ‘s ochtends na een koele nacht heeft opgewarmd, duurt altijd even. Hoe minder water erin, hoe sneller het een lekker aangenaam temperatuurtje heeft.

We genieten weer volop hier op de berg en onze gasten ook!

Muckross Head

Gisterochtend werden we wakker met een grijze lucht waaruit regelmatig wat miezerige regen viel. Maar volgens het weerbericht zou het zo omstreeks het middaguur opklaren om dan pas tegen de avond weer wat te gaan regenen. Die droge zonnige uurtjes moesten we dus goed gebruiken.

Na de lunch (met eitjes van de kippen die hier om het huis scharrelen) ziet het weer er eigenlijk hartstikke goed uit: blauwe lucht en zon. Mooi om naar Muckross Head te gaan. Afgelopen zondag tijdens onze fietstocht langs de kustweg, had ik het al zien liggen. Toen stonden er wat auto’s geparkeerd en liepen er heel wat mensen rond maar gisteren waren we de enige mensen daar.

Muckross Head is een klein schiereilandje dat bekend is vanwege z’n vreemde en grillig gevormde rotsen. Ze hebben een horizontaal gelaagde structuur. Vanaf de kustweg is deze rotspunt via een smal weggetje te bereiken. Op een gegeven moment houdt de weg gewoon op en loop je via wat platgetrapte paadjes in het gras omhoog om vanaf de bovenkant naar de grillige rotsen onder je te kijken of daal je af en kom je na wat geklauter bij die grote rotsen uit, waar je met wat voorzichtigheid overheen kunt lopen. Op de rotsen hebben zich wat schelpachtige hobbeltjes gevormd die voor wat grip zorgen, hebben we gemerkt. Doe je dat niet, dan is het echt glibberen geblazen!

Mooie golven die daar woest opspatten tegen de rotsen. Hoe indrukwekkend moet het hier wel niet zijn, als het stormt! We hebben het gistermiddag mooi droog gehouden maar in de verte zagen we al wel donkere wolken verschijnen.

Even wat mooie plaatjes van Muckross Head.

Zou de naam op de vorm van deze rots slaan? Je zou hier best wel het silhouet van een hoofd in kunnen zien.

Overhangende rotsen. In een folder zag ik een foto staan van bergbeklimmers die hier aan touwen en bijna ondersteboven hangend naar boven klommen. Haha, dat bewaren we wel voor een andere keer!

De rotspartij van bovenaf gezien. Echt wel minder spectaculair dan het lopen op de rotsen daaronder!

Aparte gevormde rotsen, net alsof er laagjes op elkaar gestapeld zijn.

Kijk, wie staat daar te wachten tot hij nat wordt?

Tussen de rotsen heb je allemaal gaten waar water in blijft staan. De meest mooie schelpdiertjes en plantjes zie je hierin.

Pepernoten

Op zoek naar iets eetbaars uit de voorraadkast, kwam ik een wat oud en beduimeld zakje speculaaskruiden tegen. Waarschijnlijk nog stammend uit de Zaltbommelse voorraadkast en bij de verhuizing hier op de plank terecht gekomen. Het rook nog wel speculazig genoeg om er pepernoten van te bakken. Eigenlijk moet ik natuurlijk kruidnoten schrijven. Pepernoten zijn die wat naar anijs smakende taai taai bonkjes maar pepernoten bakken klinkt gezelliger dan kruidnoten bakken. Het was al wel een tijd geleden dat ik die heb gemaakt, ooit voor het laatst toen de kinderen nog klein waren geloof ik maar er zijn op Google genoeg recepten te vinden. Ze hebben het allemaal over deegballetjes rollen van het formaat van een wat grote knikker en dat heb ik echt keurig gedaan, naar mijn idee.

Maar zie hier wat mijn knikkers voor maat hebben gekregen na het bakken! Nu ja, de smaak is goed en geeft precies het juiste nostalgische gevoel van vroeger. Nu alleen nog warme chocolademelk erbij. Misschien ligt er op diezelfde plank van de voorraadkast ook nog een wel een oud en overjarig zakje cacaopoeder!

Een paar zakjes met pepernoten om uit te delen. Gelukkig zijn er nog genoeg over om lekker zelf op te kunnen eten. Pepernoten……..ik kan het hier beter hebben over pepergedrochten!

Een heugelijke dag

Het is bijna ‘t feest van de goedheiligman, dus gerijmel hier lijkt me ‘n aardig plan.

‘Leef je leven, vergeet je leeftijd’!
Is niet van mij, maar wat een wijsheid.

Vandaag is een heugelijke dag.
Een dag waarop alles kan en alles mag.
Vandaag ben ik alweer 64 jaar.
Zie steeds meer grijze lokken in m’n haar.
Her en der een extra randje vet.
Wat rimpels, meest alleen van pret.
Maar waarom nu toch zeuren.
Laat het maar gewoon gebeuren.
Gelukkig zijn en gezond van lijf en leden,
maakt mij helemaal tevreden!

Herdenken

Vandaag 2 november is het Allerzielen, de dag waarop van oudsher katholieke gelovigen hun overleden dierbaren herdenken. Inmiddels is het gebruik ook overgenomen door vele niet-gelovigen. Wat mij betreft mag je een dierbare overledene op iedere dag en op elk moment herdenken. 

Onlangs hebben we te maken gehad met een trieste gebeurtenis. Rob, de oudste broer van Ernest is plotseling overleden. We denken met heel veel liefde aan hem.

Oude begraafplaats

Zo’n oude en ommuurde begraafplaats heeft altijd wel een bepaalde aantrekkingskracht. Als het hek open is, glippen we vaak even naar binnen. Daar rondlopen doen we dan wel het liefst als er geen andere mensen aanwezig zijn. Op een of andere manier past dat niet: wij komen alleen maar kijken naar de mooie oude en verweerde grafstenen maar andere mensen zijn hier misschien wel om in alle rust hun dierbaren te eren of het graf te onderhouden. Gisteren waren we met vrienden in Vernoux-en-Vivarais, waarvandaan we een mooie wandeling maakten. De wandeling voerde ons langs deze oude begraafplaats. Veel familiegraven die half boven de grond liggen en waarin heel wat familieleden begraven kunnen worden. Het ene graf heel sober, het andere graf met wat teveel tierelantijn naar mijn smaak. Veel graven achter mooi oud en roestig hekwerk.

Zie je dat de meeste graven keurig onderhouden zijn, er liggen er ook een paar bij die door wat te woest groeiende struiken en het hoge onkruid bijna niet meer te onderscheiden zijn. Toch altijd een wat triest gezicht.

Een ietwat onrustige zondag

Gisterochtend vroeg schrokken we wakker door gerommel, gedender en gesnuif en zagen we opeens onze buurdieren voor het huis staan. Het paard en de ezel die in het weiland naast ons terrein meest van tijd vredig wat lopen te grazen, waren op een of andere manier door de omheining gekomen en via het onderste pad naar boven gekuierd om daar nieuwsgierig in onze slaapkamer probeerden te gluren. Gelijk maar Pascal, de eigenaar van de dieren gebeld en geprobeerd om in de tussentijd de dieren met een flinke zak wortels hier op ons terrein te houden en een touw om de hals te strikken. Nu, vergeet het maar, hun net verworven vrijheid gaven ze niet zo snel op. Ze kuierden gezellig achter elkaar aan naar boven, waar ze halverwege het pad het korenveld van Michel, onze boerbuurman indoken. Gelukkig was Pascal redelijk snel op de plek des onheils. En dan zie je gelijk wie de baas is. Wij konden hen roepen, lokken, vleien, flemen, noem maar op maar zodra ze de stem van de baas hoorden, kwamen ze rustig op hem afgelopen en kon hij het paard een halster omdoen en mee terugnemen naar de wei. De ezel hobbelt dan gewoon op een sukkeldrafje er achteraan. Ze staan nu weer in hun eigen weiland, de omheining is weer gerepareerd dus einde verhaal wat betreft hun zondagse uitje.

Gisteravond wilden we eigenlijk de tuin gaan sproeien toen we wel een erg donkere lucht onze kant op zagen komen. Even wachten dus maar en hopen dat er een mals regenbuitje uit zou komen. Nu, die bui kwam inderdaad maar van een lekker mals buitje was geen sprake. Een flinke hoosbui, compleet met onweer en hagel. Je hoorde de hagelstenen roffelen op het dak. Ik ben gauw even naar buiten gerend om wat hagelstenen te verzamelen. Hier zie je de grootste knoeperd: vier centimeter!

Vanmorgen zijn we even wezen kijken of er nog wat schade was te ontdekken. Geen putjes in het dak van de auto, geen schade aan onze groentekas en geen echte schade aan de planten op wat gaten in de bladeren na.

Alleen de cosmea bij de groentekas was ‘gekapseisd‘ maar die hebben we in de tussentijd weer omhoog gezet en stevig vastgemaakt.

Tjonge, je maakt toch wat mee hier op de berg!

Muurbloeiers

Voilà, om maar de titel te gebruiken van het chanson dat Barbara Pravi gisteravond zo mooi zong tijdens het Eurosongfestival.

Voilà, onze muur. Altijd mooi, zo’n oude muur van op elkaar gestapelde stenen en wat mij betreft mag er van alles tussenin groeien of overheen hangen. Nu ja, bij wijze van spreken natuurlijk. Dat zevenblad moet gewoon in z’n eigen border blijven en ook brandnetels of scheuten van wilde bramen mogen een ander plekje uitzoeken, ergens ver weg.

Het paarse spul is ‘Nepeta’ oftewel in goed Nederlands, kattenkruid. Een heerlijke bodembedekker. Bloeit lekker lang en kan heel makkelijk gekortwiekt worden om dan weer voor een tweede keer te gaan bloeien. En een mooie bijkomstigheid; de bijen en hommels zijn er ook gek op. Het ruikt wel wat typisch. Niet helemaal mijn favoriete geur maar katten schijnen er wel dol op te zijn, vandaar ook deze naam. Voor iemand die van een keurig nette tuin houdt, geen aanrader want als dat dit plantje het naar z’n zin heeft, kom je hem overal tegen. Zelfs in het kleinst mogelijke spleetje tussen de stenen op je terras.

Van dat andere plantje had ik geen flauw benul wat het was. Volgens mij is het aan komen waaien of misschien wel door de vorige bewoners erin gezet? Het is in ieder geval een plantje dat het hier tussen de stenen heel erg mooi doet. Het heeft stevige ronde wat vettige groene blaadjes. Recht omhoog groeiend komt er een stengel uit met allerlei groenrozige bolletjes eraan, wat dan wel de bijbehorende bloem zal zijn. Maar nu moet ik natuurlijk nog op zoek gaan naar de naam van dit plantje. In m’n ‘groene’ boeken kwam ik niets tegen wat er op leek. Google afstruinen ging iets beter en ik denk nu te weten dat het hier om een ‘Umbilicus rupestris’ gaat, oftewel muurnavel of rotsnavelkruid. Die naam heeft het te danken aan het feit dat middenin dat groene blaadje een deukje zit, waar de kenners dan een soort van navel in schijnen te zien.

Altijd wel leuk om het waarom van zo’n naam te weten maar of ik, al kijkende, er nu ook een navel van kan maken?