Nazomerwandeling

Het loopt al naar het einde van oktober en nog steeds genieten we van mooi zomers weer. Korte broek en T-shirt aan: warm genoeg tijdens onze wandeling vandaag. We hebben weer een mooie tocht in het grote boek gevonden. Met de auto rijden we naar Les-Ollières-sur-Eyrieux, zetten de auto op een parkeerplek en lopen via diverse paadjes zigzaggend door het bos en langs kastanjehellingen richting Le Chambon de Bavas. Een straatje in Le Chambon de Bavas.

Voorzichtig, er staat stroom op! Ook langs dit pad trouwens veel buxusstruiken, kaal gevreten door de beruchte buxusmot.

Een stukje verder wordt het pad ruiger en rotsachtiger en moeten we flink stijgen naar het hoogste punt, Le Serre du Gruas. In de beschrijving staat dat de tocht langs rotswanden loopt waaruit water kletterend naar beneden stort. Vergeet het maar; door de droogte van afgelopen maanden zie je nog geen druppeltje water eruit komen! Bovenop deze uitgestrekte bergkam heb je een schitterend uitzicht. Aan de ene kant zie je diep beneden een stukje van de Rhône met hoog daarachter de Vercors. Kijk je naar de andere kant, dan zie je het dal van de Eyrieux met in de verte de toppen van de Mont Mezenc en de Gerbier de Jonc. Een mooi punt om even uit te blazen en de rode verhitte hoofden wat af te laten koelen! Het voordeel van flink stijgen is dat je daarna weer heerlijk mag afdalen. Vanaf de kam via Vaneilles terug naar Les Ollières. Maar één keertje verkeerd gelopen omdat we ergens een geel witte markering hebben gemist. Vast een markering die op een boom heeft gestaan die ooit is omgezaagd of hebben we misschien teveel gekletst en daardoor te weinig op de weg gelet?? Nu ja, na zo’n twee kilometer terug gelopen te hebben, pikten we het goede pad weer op en zijn we uiteindelijk keurig bij de auto terug gekomen. Vermoeid maar voldaan: een mooie afwisselende tocht met zomerse temperaturen!Dit mooie plaatje zouden we hebben gemist als we niet verkeerd waren gelopen! Hoe was het ook alweer: ieder nadeel………

Advertenties

Les Castagnades d’Ardèche

Het is eind oktober en dat betekent dat men hier in de Ardèche weer in de ban is van de kastanje. Afgelopen periode zag je de netten alweer onder de kastanjebomen liggen en weer even later overal gebukte mensen die volop aan het rapen waren. Is het kastanjetijd dan is het hier ook de tijd van de kastanjefeesten: “les Castagnades d’Ardèche”. Gisteren was Désaignes aan de beurt. Twee dagen lang stond dit dorpje in het teken van de kastanjes. Overal muziek en kraampjes waar je puntzakken met gepofte kastanjes kon kopen, kastanje taart of pannenkoeken kon eten, kastanjelikeur kon proeven enz. Overal stonden marktkraampjes waarin bakken vol kastanjes aangeboden werden. Nu hoor je hier mensen vaak praten over châtaignes maar ook over marrons. Ik heb het eens nagevraagd aan de grote kastanjebaas op bovenstaande foto. Wat ik begreep van hem was dat het alle twee om tamme soorten gaat maar dat de marron één kastanje in de bolster heeft en de châtaigne meerdere. De châtaigne wordt veelal verwerkt tot meel en de marron wordt gebruikt voor culinaire producten als de kastanjepuree: de mierzoete crème de marrons in die bekende tubes en blikjes. Heel lekker trouwens over vanille ijs of over de yoghurt of om een zoete marrons glacés taart te maken!

We hoefden alleen maar onze neus achterna te lopen om bij deze grote “pofmachine” aan te komen. Een soort grote wasmachinetrommel die ronddraait boven een flink opgestookt vuur. De kastanjes worden al wentelend in deze trommel gelijkmatig aan alle kanten geroosterd.

En na dit kastanjegebeuren in Désaignes ga ik ook maar eens aan de slag met m’n mand zelf geraapte châtaignes. Dat wordt eerst weer heel veel kastanjes inkruisen, koken (poffen vind ik teveel werk!) pellen en dat lastige bruine vliesje eraf peuteren. Daarna komt het leukere werk: wat zullen we dit jaar weer voor lekkers ervan maken!

Gewroet

Je zou toch bijna denken dat er een of andere meteorietinslag hier heeft plaats gevonden of dat de gemeente wellicht heeft besloten om eindelijk eens een begin te maken met het verbeteren van onze “oprijlaan”! Niets van dit al; als je zo’n gat van wel zo’n dertig centimeter diep ziet, weet je dat dit alleen het werk geweest kan zijn van wilde zwijnen! Dit jaar hebben ze ons nog niet eerder met een bezoek vereerd en zijn we nog geen omgewoelde stukken op “ons landgoed” tegengekomen, in tegenstelling tot vorig jaar. Nu maar hopen dat ze het niet zo gezellig hebben gevonden bij ons en dat het maar een eenmalig bezoek is geweest!

Het gat weer dichtgegooid en aangeharkt. Tot zover het gewroet van de wilde zwijnen!

Balazuc

Zo’n zestien, zeventien jaar geleden hebben we met de kinderen op een camping gestaan in het zuiden van de Ardèche. Halverwege deze vakantie zijn we even op en neer gereden naar het noordelijke stuk van de Ardèche waar we toen bij de notaris het voorlopig koopcontract van ons huis moesten tekenen. Dat even op en neer rijden viel behoorlijk tegen, kan ik me nog herinneren, door alle bochtige wegen, berg op en berg af. Daar waren we in die tijd nog niet zo aan gewend. Tijdens deze rit hadden we al gemerkt dat er een groot verschil bestaat tussen het zuidelijke en noordelijke stuk van de Ardèche. In het zuiden is het veel droger en warmer, vallen de grote grijze rotsformaties op, de vele wijngaarden en lopen er heel wat meer toeristen rond dan in onze noordelijke Ardèche dat over het algemeen veel groener is (meestal meer regen!), wat minder ruig, geen wijngaarden maar kastanjebossen en veel minder toeristisch is. We zijn heel tevreden met onze streek maar vonden het wel leuk om weer eens terug te gaan naar toen. Dat moet je overigens nooit doen in het hoogseizoen maar nu, al zo’n beetje half oktober maar wèl nog met een zomers zonnetje, was het daar goed toeven. We hebben de auto onderaan het middeleeuwse dorp Balazuc neergezet, zoals op de borden aangegeven staat: “un Village de Caractère”. Als je een advertentie ziet staan waarin een huis met veel caractère aangeboden wordt, dan weet je dat je nog heel wat te klussen hebt maar staat zo’n opmerking op een bord bij de ingang van een dorp, dan heb je echt met een Beau Village te maken. Zo ook dus Balazuc, gelegen aan de rivier de Ardèche. Een dorpje tegen de bergwand opgebouwd met allerlei kleine straatjes en steegjes, mooie huizen veelal van kalksteen, het meest voorkomende gesteente in deze streek. Het toeristenseizoen was dik voorbij wat ervoor zorgde dat we ons bijna ‘alleen op de wereld’ voelden, zo rustig was het. Het nadeel van deze tijd van het jaar daarentegen was dat er op alle restaurantjes en cafeetjes een bordje hing waarop ‘fermé’ stond. Geen nood: we hadden een goed gevulde rugzak bij ons. We sloten het bezoek aan Balazuc af met een flinke wandeling langs de rivier om alle picknick calorieën er weer af te lopen!Hebben wij Balazuc bezocht in de maand oktober met z’n mooie herfstkleuren, onze blogvriendin Marthy is hier vorig jaar ook geweest maar dan in het voorjaar. Leuk om de seizoensverschillen te zien: herfstfoto’s van mij hierboven en voorjaarsfoto’s op  haar blog!

Vleermuizen

Toen we vanmorgen de deur uitstapten, hoorden we buiten opeens wat gepiep. Het geluid kwam achter het luik bij de voordeur vandaan. Eigenlijk ervan uitgaande dat we daar een veldmuisje aan zouden treffen, haalden we het luik iets van de muur. Geen muis die er opeens vandoor ging maar we zagen twee vleermuisjes die met man en macht zich vastklemden aan de muur. We hebben het luik weer voorzichtig terug geduwd maar later die dag bleken de vleermuizen toch verdwenen te zijn.

Pleegplanten

Gisteren zijn we voor een kopje afscheidskoffie naar vrienden geweest die binnenkort weer richting Nederland rijden. Koffie met een heerlijk gebakje waar zelfs nog vers geplukte aardbeien uit hun moestuin in verwerkt waren. Gezellig “nazomerend” op hun terras, werd het kopje koffie uiteindelijk een heerlijke lunch. Toen we bij hen aankwamen stonden er al planten op ons te wachten. Eenjarige planten nog volop in bloei maar die waarschijnlijk niet meer in hun auto passen om mee te nemen naar Nederland. Ze mogen met ons mee zodat wij er nog volop van kunnen genieten op ons eigen terras. We zullen deze pleegplanten goed verzorgen en daarbij nog regelmatig aan de gulle gevers denken!

De vlijtige Liesjes en de Portulaca met de kleurige bloemetjes staan al op ons terras te schitteren. Speciaal voor de foto mogen de vlijtige Liesjes nog even in de zon, daarna krijgen ze weer een plekje met wat meer schaduw. De kleurige bloemetjes in die andere pot zijn echte zonaanbidders, dus die blijven daar lekker staan.

Patricia (geraniumsoort) staat al met haar voeten stevig in de border.

Richting Col du Marchand

Vandaag was het heerlijk zonnig wandelweer. Het grote wandelboek werd erbij gepakt en we zochten een mooie tocht uit. De wandeling uitgeprint, rugzak met proviand mee en lopen maar. Vanaf Pailharès naar Col du Marchand en dan nog een flink stuk verder omhoog via kleine paadjes vol keien. Regelmatig heb ik tijdens de tocht omhoog even stilgestaan om zogenaamd van het mooie landschap te genieten! Maar zoals de wandeling had beloofd, eenmaal boven aangekomen, vergat je alle inspanning en kon je genieten van mooie vergezichten.

Zittend op een rotsblok, peuzelend van een stokbroodje, volop zon en een schitterend uitzicht!In het gebied waar we hebben gelopen is heel wat bos afgebrand tijdens de hete, droge zomer van 2003. Vanaf onze eigen berg konden we toen zelfs de rookwolken boven dat gebied zien hangen. Er is alweer heel wat aangeplant maar toch kun je op de hellingen nog steeds zwartgeblakerde boomstammen zien.Bijna weer terug bij het beginpunt kwamen we langs de ‘Nectardéchois’, een bedrijf waar ze fruit verwerken tot vruchtensap. De fruitboeren kunnen hier hun fruit inleveren maar heb je zelf een flinke boomgaard met een fruitopbrengst van tenminste honderd kilo, dan kun je hier ook terecht. We kregen spontaan een leuke uitleg van een van de medewerkers. Met een fles appel-kweepeer en een fles met mooi rood appel-frambozensap liepen we weer verder. Morgenochtend een ontbijtje met een heerlijk glas vruchtensap!

Opening

Gisteravond zijn we naar de opening van ‘la Belle Verte’ geweest, een nieuw restaurantje in Saint-Jean-Chambre, op een steenworp afstand van onze berg. Voorheen heette het ‘Le Don Quichotte’, een restaurant waar je overigens ook al heerlijk kon eten. Na 25 jaar heeft de kok zijn potten en pannen aan de wilgen gehangen en heeft een jong stel het restaurant overgenomen. In de zomermaanden is er hard gewerkt om het restaurant een andere look te geven.

Sinds half september draait de boel al maar gisteravond was dus de officiële opening en dat werd uitgebreid gevierd. Lekkere hapjes en drankjes, voor de kinderen spelletjes op het speelveldje en er was een bandje voor de muzikale omlijsting.
Het was een drukte van belang. Als al die mensen nu ook regelmatig in het restaurant komen eten, dan wordt het vast wel een succes. Vaste bezoekers hebben ze trouwens al: de leerlingen van het plaatselijke schooltje krijgen hier iedere middag hun maaltijd. Zittend aan lange tafels, gaat dat er heel gedisciplineerd aan toe: geen geschreeuw, geduw of getrek maar de kinderen eten keurig rustig hun bordje leeg. De andere gasten hebben er totaal geen last van. Wij hebben vorige week het restaurant uitgeprobeerd en dat gaan we zeker vaker doen; heerlijk gegeten in ‘la Belle Verte’!

Weer op jacht

Het jachtseizoen is sinds een paar weken weer begonnen. Op donderdag, zaterdag en zondag zie je hier in de buurt weer allerlei robuuste auto’s langs de wegen geparkeerd staan. Kijk je wat verder, dan doemen de oranje hesjes van de jagers op. Houd je je hoofd wat scheef dan hoor je de hondenbellen en regelmatig een flink geknal. Deze jager kwam samen met z’n hond rustig aangekuierd over ons terrein en stopte even voor een praatje. Wèl genoeg omgewoelde weilanden gezien maar nog geen wilde zwijnen gespot vandaag, vertelde hij.