Ker

Afgelopen zaterdag zijn we in ons tweede Bretonse huisje aangekomen, zo’n beetje tussen Mellac en Quimperlé. Een mooie groene en heuvelachtige omgeving, wat verder weg van de kust dan in de eerste week. In eerste instantie denk je trouwens dat het wel meevalt hier met die heuvelachtige omgeving maar onze fietskuiten denken daar duidelijk iets anders over! Wat opvalt als je door deze streek rijdt, is de hoeveelheid plaatsnaambordjes die beginnen met Ker. Ik noem er maar een paar: Kervenen, Kertrauban, Kerandreau, Kergroer, Keringard. Heb je geen spraakgebrek, dan zou je er hier bijna eentje van krijgen! Onze ‘landlady’ vertelde ons dat Ker van oudsher ‘defensieve plek’ betekende en later gebruikt werd om een bewoonde plaats of dorp aan te duiden. Zo valt ons eigen huisje onder het gehucht Kerbiquet. Van die blauwe lucht op de foto moeten we maar extra genieten want de rest van de week ziet er wat somber en nat uit, als we naar het weerbericht kijken. De regenjacks liggen ‘standby’!

Van noord naar zuid

Vandaag hebben we afscheid genomen van de ruige noordkust van Bretagne. Via allerlei bochtige weggetjes, groener dan groene weilanden, loofbomenbossen en fraai heuvelachtig gebied zijn we bij de zuidkant aangekomen. Onderweg kwamen we langs dit oude kerkje in Lanvénégen. Een kerkje zonder dak, middenin een bijna parkachtige omgeving. We hebben even over de rand gekeken maar daar was niets te ontdekken, alleen een lege ruimte. Nu heb ik wel eens gehoord dat als je huis geen dak heeft, je geen belasting hoeft te betalen. Misschien geldt dat ook wel voor kerken. Nu ja, wèl of geen dak, het was in ieder geval een mooi kerkje in een mooie omgeving.

Saint-Malo

Gisternacht werden we ruw gestoord in onze slaap door een hongerige muis die aan onze koekjes was begonnen. Na enige moeite hebben we hem uiteindelijk heldhaftig de deur uitgekregen. Ondanks dat nachtelijke avontuur zijn we uitgerust en wel weer opgestaan en zijn we op pad gegaan naar Saint-Malo, van oudsher de piratenstad van Bretagne. Een legitieme piratenstad wel te verstaan. Lodewijk XIV had namelijk destijds de bewoners van Saint-Malo toestemming gegeven om als zeerovers jacht te mogen maken op handelsschepen van Franse concurrenten.Als je aan komt rijden zie je vanuit de verte al de versterkte muren opdoemen die om de oude binnenstad heen gebouwd zijn. Vanaf deze muren, de zogenaamde remparts, heb je een schitterend uitzicht over zee en zie je her en der verspreid enkele omringende forten liggen.In de Tweede Wereldoorlog zijn er in deze strategische havenstad gigantisch veel huizen verwoest. Een groot deel van het oude bouwmateriaal was gelukkig nog bruikbaar waardoor de stad opnieuw in de stijl van de 18e eeuw kon worden opgebouwd.

Angstvallig hebben we trouwens tijdens de stadswandeling telkens naar de lucht gekeken. Wèl wat grijze dreigende wolken die steeds dichterbij kwamen maar pas op de terugweg, een kwartier voordat we weer ‘thuis’ waren, begon het te regenen en dan praten we niet over een gezellig miezerregentje maar een aardige wolkbreuk. Eén voordeel; de auto was weer helemaal schoon, met gratis onderwassing en al!

Île de Bréhat

Als dochter van Bretonse ouders had onze kapster in Vernoux ons op het hart gedrukt om ook vooral Île de Bréhat te gaan bezoeken en dat hebben we gisteren ook gedaan. Het eiland staat bekend om z’n bloemen en de roze rotsen. In tien minuten heeft de veerboot je overgezet waarna je vervolgens heerlijk over het autovrije eiland kunt ronddwalen. Op je gemak wandel je door de smalle ommuurde straatjes en langs de door eb drooggevallen strandjes waarin de schuinliggende bootjes wachten tot het weer vloed wordt. Nog niet alle bloemen waren al in volle glorie te bewonderen. Met name de vele hortensia’s waren nog niet allemaal in bloei maar desondanks klopt de naam ‘bloemeneiland’ helemaal. We zijn blij dat we zo goed naar onze kapster hebben geluisterd. Over een paar dagen valt er een kaart van Île de Bréhat in haar brievenbus.

De vuurtoren, ‘Le Paon’ op het uiterste puntje van het Noordelijke gedeelte van het eiland. 
Moedermeeuw met haar kroost op de roze rotsen aan de Noordkant van het eiland.

Bijna kunst

Gisteren was het een wat grijzige, bewolkte dag maar prima om een stuk te gaan wandelen. Rugzak mee, voor alle zekerheid de regenjacks er ook maar ingepropt (gelukkig niet nodig gehad) en wandelen maar. Langs de Côte de Granit Rose loopt het bekende ‘Sentier des Douaniers’. Ooit heeft Napoleon kilometers lange paden langs de kust aan laten leggen ten behoeve van de douaniers die op zoek waren naar smokkelaars. Uit deze goed aangelegde paden zijn de mooiste wandelpaden ontstaan en dat wilden we dus zelf wel eens ervaren. Voordeel van zo’n grijze dag als gisteren was in ieder geval dat er niet hele hordes wandelaars met hetzelfde idee op pad waren dus de drukte viel heel erg mee. De wandeling ging over kleine paadjes, soms hoog boven de steile kust, soms over het strand maar meest van tijd over en langs gigantische rotsformaties. Hoe deze stenen hier in de loop der eeuwen zijn terechtgekomen is een wonder maar mooi was het in ieder geval wel. Soms leek het wel of er een beeldhouwer flink tekeer was gegaan: bijna kunst!

Lekkers van de markt

Als rechtgeaarde Nederlanders horen we natuurlijk even de wekelijkse markt te bezoeken. Met een zonnetje dat aarzelend probeert door te breken, lopen we langs de kraampjes waar het gezellig druk maar niet te druk is. Nu weet ik wel dat al die markten op elkaar lijken maar toch is het aanbod hier net weer iets anders dan bij ons in de Ardèche. Met een mand vol lekkers komen we weer thuis. Je hoeft niet te raden wat we ’s avonds zullen eten!Een hele kraam vol artisjokken. Deze mannen zijn de hele ochtend bezig om ze te koken. Na proeven en uitleg hoe ze het lekkerst worden gegeten nemen we er een paar mee naar huis.Je zit aan de kust dus struikel je bijna over de kramen met kreeften, krabben, oesters, mosselen noem maar op. Wèl gegeten maar nog nooit zelf klaar gemaakt, besluiten we een grote kreeft te kopen. Ook hier krijgen we weer uitgebreide uitleg hoe je deze het beste kunt klaar maken.Een salade van gekleurde tomaten erbij. Dit alles spoelen we weg met een lekker glas witte wijn en als dessert eten we crêpes met aardbeien. Je hoort ons niet klagen!

 

Op pad in Bretagne

De eerste week van ons Bretonse avontuur verblijven we in een soort ‘Hans en Grietje’ huisje, ergens aan de noordkust van Bretagne, halverwege Trégastel en Pleumeur-Bodou. Dicht genoeg bij een dorp om met het fietsje een stokbrood te halen en ver genoeg weg om geen last te hebben van alle voorseizoen toeristen. (ik weet het, dat zijn wij natuurlijk ook!) En wat nog mooier is van deze plek; vanuit ons huisje lopen we een paadje af en dan zitten we 500 meter verderop al bij de zee. Dat is toch wel heel bijzonder voor ons, als bergbewoners. Vanmorgen zijn we met volop zon naar Trégastel gefietst, hebben de lekkerste bakker gevonden, tegenover een oud kerkje op een terras een petit café gedronken en zijn in de stromende regen terug gefietst. Zo snel kan het weer hier aan de kust veranderen. Vanmiddag waren de grijze wolken weer weggewaaid en hebben we heerlijk langs de kust gewandeld. De ene keer over een klein zandstrandje en even later springend van de ene grote steen naar de andere, nog grotere steen.

En route

We zijn voor even ‘en route’ en rijden hier de Ardèche uit, richting het Westen. We willen Bretagne eens gaan ontdekken. Zoveel mogelijk snelwegen vermijdend, rijden we heerlijk op ons gemak door nog meer mooie stukken van Frankrijk. Even weg van onze berg maar natuurlijk zijn we het helemaal eens met wat op dit bord staat: Ardèche, tot binnenkort!

Abrikoos

Sinds een paar jaar proberen we een boomgaard(je) aan te leggen. We hebben een paar appelbomen staan, wat pruimenbomen, een kruisbessenstruik, twee vijgenbomen en een tweetal abrikozenbomen. De kruisbes is iedereen de baas, die geeft al volop vrucht. De rest moet nog op gang komen. Vanmorgen zag ik in de abrikozenboom al een abrikoos hangen en wel een hele bijzondere. In plaats van één mooie ronde vrucht, zit er nog eentje aan ‘vastgeplakt’, lijkt het wel. Een soort van ‘kindje op moeders schoot’ of een abrikoosje met verlatingsangst! Afwachten maar hoe deze bijzondere abrikoos zich verder gaat ontwikkelen.

Kleurig weiland

Voordat er straks weer gemaaid gaat worden, hebben we vandaag even snel deze foto gemaakt. Pas geleden waren we even verderop bij vrienden op de koffie. Toen we weer naar huis wilden gaan, moesten we eerst nog een speciale bloeier in het weiland bewonderen. Het plantje met de paarse bloemen was niet een echte verrassing voor ons, we zijn die plant namelijk wel eens eerder tegengekomen maar hoe die heette, geen flauw idee. Ik noemde hem eigenlijk altijd heel oneerbiedig ‘kopspeldenplant’. Die paarse kopjes bovenaan de stengel hebben namelijk, qua grootte en kleur wel wat weg van de kopspelden uit m’n naaidoos. Z’n echte naam is veel mooier, hoorden we. Het gaat hier om de kuifhyacint. Nu we de naam kennen, zien we opeens overal deze bloeiers staan. Volgens mij is het dit jaar vast een goed kuifhyacintenjaar.

Ook de wilde orchideeën zie je dit jaar erg veel. Hadden we vorig jaar veelal paarse exemplaren staan, dit jaar zie je ook veel roze orchideeën in het weiland. 

Een complete bloementuin, gratis en voor niets. Wat mij betreft mag de grasmaaier nog wel even ‘op stal’ blijven!