Mooi bedekt

Deze slinger met z’n mooie bloemen bedekt hier een afvalhoop bij onze moestuin. Niet gezaaid maar volgens mij gewoon aan komen waaien.

Ik dacht eerst dat het om een haagwinde ging, het zogenaamde pispotje, maar die is volgens mij wit. Nu had de zoete aardappel die we pas geleden hebben gerooid ook van die winde-achtige bloemetjes. Zou die slinger op de afvalhoop misschien daar vandaan komen? Als ik de foto’s naast elkaar leg, dan lijkt het blad trouwens wel wat verschillend.

Nog even en dan zijn die bloemen alweer verleden tijd. Het weer verandert snel nu. Zo kregen we van vrienden een foto doorgestuurd van de eerste sneeuw die afgelopen vrijdag de omgeving bij les Estables bedekte, een dorpje in de buurt van de Mézenc.

Dat laagje sneeuw heeft het trouwens maar een dagje volgehouden maar ik denk dat als we een maandje verder zijn, we vanuit het raam kunnen zien dat de top van de Mont Mézenc weer een witte muts op heeft.

Weer richting de herfst

De zomer is weer zo’n beetje voorbij hier op de berg. Overdag hebben we nog wel regelmatig wat zon maar de temperatuur begint toch wel aardig te zakken. Zeker ‘s avonds begint het kil te worden. Ik zie ook alweer diverse huizen in de omgeving waar rook uit de schoorsteen komt. Onze houtboer is vorige week langs geweest om een lading stookhout af te leveren. De kachel is nog niet aan maar we zijn er klaar voor!

Om nog even het zomergevoel vast te houden, een foto van een kleurig stukje tuin bij het kleine huis. Volgens mij zijn het bloemen die onze buurvrienden, toen ze nog daar nog woonden, hebben geplant. Die grote gele dahlia in het midden is een echte blikvanger. Hij staat bekend als dinnerplate dahlia of superdahlia. De bloem moet een diameter hebben van 20 tot 30 cm, de maat zo’n beetje van een dinnerplate. Vanmorgen heb ik even met de centimeter erbij gestaan maar deze dahliabloem haalt net de 20 cm, dus eigenlijk een wat klein uitgevallen dinnerplate. Ik zit meer te denken aan een breakfastplate. Maakt niet uit; ze staat hier te stralen!

Weer opstarten

En dan zijn we zomaar alweer een ruime week terug op onze berg. Tijdens de vakantie hebben we ons regelmatig afgevraagd hoe het met de planten rondom het huis zou gaan. Zouden ze die drie weken zonder ons wel overleven?

Wanneer we op de ‘weerapp’ keken, zagen we dat het al die tijd behoorlijk warm was in Frankrijk en dat er amper regen viel. Maar, hulde voor onze planten. Ze hebben zich tijdens onze afwezigheid kranig geweerd!

Valeriaan, vrouwenmantel en lavendel: geen centje pijn.

Die rode roos stond bij aankomst op de berg uitbundig te bloeien. Een paar weken zonder water is dus geen enkel probleem voor deze kanjer!

De lavendel bloeit al volop. Voor deze planten zijn we trouwens het minst bang geweest, die kunnen wel een tijdje zonder water.

En dan natuurlijk de moestuin, hoe zou die erbij staan? Leve ons druppelsysteem: de plantjes zijn ‘en vie et en pleine forme’!

De courgette staat er mooi bij. Daarachter staat een paprikaplant waar zelfs, als je heel goed kijkt, een klein paprikaatje aan hangt!

Veel, héél veel aardbeien! Iedere dag verorberen we een flinke hoeveelheid en hebben we zelfs al heel wat van die mooie rode zomerkoninkjes uitgedeeld.

De tomatenplanten hebben ons totaal niet gemist!

Dankzij het feit dat we de druppelslang door hebben getrokken in het kasje, doen de tomatenplanten het hier ook prima.

De eerste dagen hebben we al een flinke aanval op het onkruid gedaan en de grasmaaier overuren laten maken. De koffers staan nu weer op zolder en alles is alweer gewassen en opgeruimd. Terug nu naar het ‘gewone’ bergleven. 

Primulaatjes

Het is weer bijna Pasen dus naast schappen vol met chocolade eieren en paashazen, zie je ook veel primulaatjes in de winkels te koop. Het gaat hier dan meestal om die wat felgekleurde plantjes. Hier in het wild kom je ze ook volop tegen en dan zijn het exemplaren met een meer bescheiden kleurtje.

Dit is een primula die we zelf op het terrein hebben en volgens het ‘Wilde Bloemenboek’ gaat het hier om de Primula elatior, de slanke sleutelbloem. Er staat ook nog bij vermeld dat deze soort in Engeland sterk achteruit is gegaan omdat de bloemetjes ervan zeer gewild waren om er wijn van te maken. Aparte jongens, die Engelsen! 

Tijdens een ‘rondje Cluac’ kwamen we bij een wat verwilderde tuin deze Primulaatjes tegen, de Primula vulgaris. Een stengelloze soort en wat mij betreft ook de mooiste.

Nu had ik het net wel over wijn maken maar het schijnt dat sleutelbloemen ook prima te eten zijn, zowel de blaadjes als de bloemetjes. Het moet een wat anijsachtige smaak hebben. Van de primulaatjes die we in Cluac tegenkwamen heb ik geen hap kunnen nemen. Vond ik wat eigenaardig staan naar de eigenaar toe maar die Primula op ons eigen terrein heb ik uitgeprobeerd. Maar of je nu echt van anijs kunt spreken……….De blaadjes waren wat onbestemd en misschien licht bitter van smaak en de bloemetjes vond ik een wat meer nootachtige smaak hebben. Kortom, ik laat ze geloof ik maar gewoon staan.

Deze paashaas hoort bij dat huis van die kleine Primulaatjes. Hij zit op een verweerd bankje, heel parmantig met een vlinder op z’n neus. Ik denk dat hij daar al heel wat seizoenen zit, gezien z’n licht verweerde uiterlijk. Leuk is hij in ieder geval wel! Als je wat beter kijkt zie je dat hij ooit z’n pootje is kwijtgeraakt. Hij heeft nu een houten been aangemeten gekregen.

Die Primulaatjes staan daar in het gras te bloeien vlakbij een mooi stenen muurtje. Nu zou ik toch zelf de neiging hebben gehad om die afvoerpijp een stukje lager te plaatsen, zodat hij niet zo zichtbaar zou zijn. Maar ik denk dat de eigenaar ervan daar totaal niet mee zit! Gewoon een pijp van A naar B, de kortste weg.

Sneeuwbes

Geen bericht over sneeuw, want die is vandaag alweer bijna helemaal verdwenen. In plaats daarvan maar iets over de sneeuwbes.

Deze rommelige struiken zijn sneeuwbessen. In de zomer met groene blaadjes en rozige bloemetjes. Nu kaal maar met besjes, zo wit als sneeuw. Zoals je ziet zijn de struiken hier maar moeilijk in bedwang te houden. Ieder jaar heeft die sneeuwbes wel weer wat meer terrein veroverd. Ach, hier tegen de muur kan dat weinig kwaad en die sneeuwwitte besjes zorgen nu in ieder geval nog voor wat kleur in de verder kale en wat saai ogende wintertuin.

Die besjes waren vroeger trouwens leuk speelgoed voor ons als kinderen. Van een oude buis maakten we een blaaspijp waar we zo’n besje in deden. Zo hard als je maar kon blies je die bes er dan weer uit. Leuk was het dan om iets te raken, waardoor die bes dan lekker uit elkaar spatte. Nog leuker natuurlijk om niet iets maar iemand te raken!

Groeien maar

Een tijdje geleden zat ik op m’n dooie gemak de kleine lavendelstekjes in potjes te stoppen. Nadat ik de boel wat had omgespit ben ik hier nu, zittend op m’n knieën, heel ijverig bezig om ze allemaal in de grond te zetten.

Het zijn uiteindelijk drieënveertig stuks die de verhuizing van het grind naar de potjes hebben overleefd. Met een beetje geluk hebben we hier over een tijd een mooi lavendelhaagje staan.

Tjonge, alsof we nog niet genoeg lavendel hier op de berg hebben. Een aardige klus, als het snoeitijd wordt! Misschien dat ik tegen die tijd toch maar eens een kleine accu snoeischaar ga aanschaffen.

Jong grut


Al eerder heb ik foto’s laten zien van de mini lavendelplantjes die op de een of andere manier zich hier in het grind goed thuis voelen. Na voldoende moed te hebben verzameld, heb ik nu met veel geduld die kleine friemelplantjes uit het grind losgewrikt.  

Hier zit ik gezellig in het nazomerse zonnetje al die stekjes in een potje grond te stoppen. Wat water erbij, ze volop aanmoedigen en dan gaan ze de echte grond in. Eens kijken of ze dat nog lekkerder vinden dan zo’n grindbed. 

En dit zijn ze nog niet eens allemaal!

Roos


Eindelijk het kaartje teruggevonden dat ooit aan deze roos bungelde! Het gaat hier dus om de ‘Rosa Pierre de Ronsard’.

Vorig jaar kreeg hij alleen maar knopjes die al, voordat het bloemen moesten worden, bruinig verkleurden en daarna helaas helemaal niets meer deden. Maar we hebben ‘m ernstig toegesproken waarop hij z’n leven duidelijk heeft gebeterd. Hij bloeit nu zelfs al voor de tweede keer!

Veel planten worden vernoemd naar bekende of wat minder bekende personen. Zo ook deze roos die vernoemd is naar de Franse dichter Pierre Ronsard, die leefde in de zestiende eeuw; de tijd van de Renaissance. Het motto van die tijd was ‘Carpe diem’, pluk de dag. Oftewel, geniet van iedere dag, stel geen zaken uit en haal alles uit deze dag.

Maar waarom heeft deze roos van ons nu de naam van die dichter gekregen? Wat had onze Pierre met rozen? Het motto ‘pluk de dag’ heeft hij vast in z’n hoofd gehad toen hij destijds in een van z’n gedichten deze regels schreef: ‘vivez, si m’en croyez, n’attendez à demain. Cueillez dès aujourd’hui les roses de la vie’. Zoiets als: ‘leef nu, geloof me, wacht niet tot morgen. Pluk vandaag nog de rozen van het leven’. Et voilà, daar komt dus die roos om het hoekje kijken. Het zullen wel deze dichtregels geweest zijn die ervoor gezorgd hebben dat zijn naam nu voor altijd is verbonden aan een rozensoort. Verzin ik zo maar ter plekke!

Niet verkeerd om als roos vernoemd te zijn naar een dichter die deze wijze woorden uit z’n pen liet vloeien!

Fuchsia

De mensen van de ‘Ja zuster Nee zuster’ generatie kennen vast nog wel dat liedje over het stekje van de fuchsia, dat in die TV serie gezongen werd door Leen Jongewaard.


Wil u een stekkie, een stekkie, een stekkie
Wil u een stekkie van de fuchsia
Heb u een plekkie, een plekkie, een plekkie,
Heb u een plekkie voor de fuchsia’

Nu, deze plant is ook zo’n ‘stekkie’ geweest!

Eigenlijk heb ik die fuchsia altijd maar een wat oubollige plant gevonden. Wat mij betreft hoorde hij qua sfeer in hetzelfde rijtje thuis als de sansevieria en de cyclaam die je vroeger veel op de vensterbank zag staan, of de trevira jurken en terlenka broeken die destijds gedragen werden. Maar, eerlijk is eerlijk, als ik nu deze fuchsia zo mooi z’n best zie doen hier in die ‘hanging basket’, dan ben ik helemaal om. En zeker als je de bloemetjes van wat dichterbij bekijkt. Dat zijn echte kunstwerkjes!

Ik las trouwens dat die fuchsia ook nog eetbaar is! Van de bladeren kun je thee trekken. De bloemen staan niet alleen mooi in een salade of bovenop een taart, je schijnt ze ook nog te kunnen eten. Zelfs van de bessen, die overblijven als de bloemen er eenmaal afgevallen zijn, kun je nog iets eetbaars maken. Wacht dan wel met ze eraf halen tot ze mooi donkerpaars en bijna zwart zijn. Dan schijnen ze lekker zoet te zijn en kun je er een smakelijk jammetje van maken.

Dit heb ik allemaal van horen zeggen maar nog niet zelf uitgeprobeerd; komt nog wel. Eerst maar eens gewoon zo van die bellenplant genieten. Als je goed luistert hoor je mij, als ik die fuchsia water geef, zachtjes zingen: ‘een stekkie, een stekkie, een stekkie, wil u een stekkie van de fuchsia’!

Ten strijde!

Een tijdje geleden schreef ik wat over het Zevenblad dat welig tiert in een van de borders hier en wat je er tegen zou kunnen doen. Blaadjes plukken en er soep van koken of een hartige taart van bakken heb ik nog niet geprobeerd; kan ik altijd nog een keer doen als ik in een goede bui ben. Wèl heb ik al wat Geraniums gekocht die nu straks het gevecht aan moeten gaan met dat Zevenblad.

Deze Geranium Macrorrhizum is een snelle bodembedekker en moet volgens de boeken zo sterk zijn dat ze het Zevenblad gaat overheersen. We gaan haar maar eens in de tuin zetten. Eens kijken wie er als winnaar uit de strijd zal komen!