Bananenplanten

Nu heb ik al een keer genoemd dat Madeira, naast het eiland van de bloemen en levadas, wat mij betreft ook het eiland van de tunnels mag heten maar ik heb er nòg eentje. Het eiland van de bananen! Overal waar je maar kijkt hier op Madeira, zie je bananenplanten groeien. Zelfs in het allerkleinste mini tuintje naast een woonhuis staan er wel een paar dicht tegen elkaar aangedrukt.

Maar wat doet dat blauw nu toch tussen al het groen?

Het zijn plastic zakken die om de trossen hangen. Deze zorgen ervoor dat de bananen worden beschermd tegen insecten, schimmels en vogels. Bovendien wordt het lekker warm in zo’n zak en dat versnelt hun groei. Nu maar hopen dat die zakken recyclebaar zijn!

Links een in plastic verpakte bananentros en rechts daarvan een bananenbloem. Het is een rood paarse knop waar allemaal solitaire bloemetjes aan komen. Uit die bloemetjes groeien dan de bananen. Kijk maar, je ziet er al mini banaantjes aan zitten

‘Waarom zijn de bananen krom? Als je ze rechtop zet dan vallen ze om’.

Bekende regel uit een versje maar waarom zijn ze nu echt krom? Bananenbloemen hangen naar beneden. Dus de vruchten oftewel de banaantjes in wording, hangen in eerste instantie ook naar beneden. Ze willen zoveel mogelijk licht vangen en groeien daarom, ondanks hun zwaarte, toch omhoog. Ze buigen zich als het ware naar het licht toe en krijgen daarom hun kromme vorm.

De oostpunt van Madeira

Op een van de laatste dagen van onze vakantie hebben we het meest oostelijke stukje van Madeira bezocht, het schiereiland São Lourenço. Er loopt hier een hele mooie wandeling die voor een groot gedeelte de kustlijn volgt.

Het is weer een heel ander stukje Madeira dan het vriendelijke zuiden, de ruigere noordkant of de groene bergen in het centrale gedeelte van het eiland.

Je wandelt er door een wat kaal vulkanisch landschap met grillig gevormde rotsen en steile kliffen waarin je meest mooie kleuren ziet en waarvan je een fantastisch weids uitzicht op de zee hebt.

Op bovenstaande foto zie je de oceaan zowel aan de ene als ook aan de andere kant.

De wandeling is niet echt moeilijk maar heeft wel wat pittige stukken. Vaak via uitgehouwen traptreden of gewoon wat rotsblokken maar ook over kleine stenige paadjes waarbij je goed moet uitkijken dat je niet over een flinke kei struikelt.

Veel mensen stoppen al bij ‘Casa do Sardinha’, een bezoekerscentrum annex restaurant maar het is echt de moeite waard om nog even wat verder omhoog te gaan.

Aan het begin van deze laatste etappe staat een bord dat waarschuwt dat je geheel op eigen risico verder gaat maar we zagen een hoop wandelaars die kant oplopen dus zijn we er maar achteraan gegaan.

Het allerlaatste stuk omhoog waarbij je uiteindelijk bij Ponta do Furado uitkomt, het verste punt waar we konden komen, kostte wel wat zweetdruppeltjes maar daar eenmaal bovenop aangekomen, had je wel een machtig uitzicht.

Hier stopte de wandeling. Je zou toch denken als je zo naar de foto hierboven kijkt, dat je nog wat verder kunt lopen naar dat groene stuk maar helaas…….we hebben over het randje gekeken maar er zat een brede strook water tussen.

Toeristentrekker

Het vakantiehuis waar we afgelopen week hebben gebivakkeerd stond vlakbij Cabo Girão, een echte toeristentrekker. Het gaat hier, zoals staat aangegeven, om een van de hoogste kliffen van de wereld en het is bekend om zijn hangende glazen platform, een zogenaamde skywalk.

Overdag moet je er eigenlijk niet naartoe willen want dan struikel je over de mensen maar zo tegen het einde van de middag is het erbij gelegen parkeerterrein weer aardig leeggestroomd en kun je op je gemak naar het uitzichtpunt lopen. Vanaf dit punt kijk je loodrecht naar beneden en zie je de blauwe oceaan. 

Kijkend door het glas, zie je in de diepte de gecultiveerde akkertjes liggen. 

Je weet dat het glas heel dik is maar toch loop je in eerste instantie met een wat ongemakkelijk en trekkerig gevoel in je onderbuik er overheen. Ook daarom is het wel fijner om pas aan het einde van de dag deze plek te bezoeken zodat je niet samen met ‘tig’ anderen op die glazen plaat staat te ‘stampen’!

En nog een Levada wandeling

Nadat we de vorige Levada wandeling hadden gedaan, schreef ik al dat dit naar meer smaakte. We hebben er dus weer eentje gelopen.

Dit keer gingen we voor de Levada Nova in combinatie met de Levada Moinho. De meeste mensen beginnen deze wandeling vanaf de parkeerplaats bij de kerk waar zich de lager gelegen Levada do Moinho bevindt om daarna via een steile trap de hogere Levada Nova te pakken. Helaas raakten we al rijdend door die smalle en steile weggetjes even de kluts kwijt en toen we die weer hadden gevonden stonden we stil bij een bord waar de Levada Nova begon. Ach, flexibel als we zijn lopen we gewoon de tocht maar andersom!

Het was een makkelijke rondwandeling die dit keer wat minder groen was dan de vorige Levada wandeling en ook wat meer vergezichten had.

Een paar regendrupjes onderweg, wat zon erbij en we hadden een mooie regenboog te pakken!

Ook deze tocht had weer een mooie waterval. Dit keer geen nat pak want het water stortte nèt langs het pad naar beneden. Je liep eigenlijk achter de waterval langs.

Tijdens de tocht wandelden we weer voor een groot gedeelte over muurtjes, afgewisseld met smalle paadjes die wel uit de steile rotswand leken te zijn uitgehakt maar gelukkig ook met wat bredere paden waar je op een normale manier elkaar kon passeren zonder dat je je buik hoefde in te houden.

Meest van tijd waren die paadjes voorzien van een omheining maar er zaten toch ook wel stukken bij waarbij je langs een hele steile helling liep en waar helaas geen hek of draad of wat dan ook te bekennen was. Keek je even opzij naar beneden dan was die diepte soms dieper dan je eigenlijk wilde! We kwamen onderweg dan ook wel wat griezelende wandelaars tegen.

Een metalen schuif in de levada die hier het water tegenhoudt. Schuif je ‘m omhoog dan worden de onderliggende akkertjes voorzien van water.

Hier geen metalen schuif maar gewoon een dot oude kleren of lakens die in de opening is gepropt.  

Kleurig

Altijd leuk om zo’n overdekte markt te bezoeken met al z’n kleurige groente en fruit. Dit is de ‘mercado dos lavradores’ in Funchal.

Bij de ingang zagen we dit tegelplateau. We moesten even wachten tot alle toeristen met hun mobiele telefoons in de aanslag doorgelopen waren maar toen hadden we ook wat!

Die rode vruchten rechtsonder op de foto kon ik niet thuisbrengen. Volgens het kaartje dat erbij ligt, is het iets wat geïmporteerd is uit Angola. Na wat zoekwerk vermoed ik dat het om Pitaja gaat, oftewel drakenfruit. Die groene lange dingen bovenin de foto zijn bananas-ananás. Je raadt het al; ze smaken zowel naar banaan als naar ananas.

En al die mooie pepertjes die hier op onderstaande foto hangen!

En natuurlijk de afdeling vis. Minder fleurig dan de groente en het fruit en ook wel met een iets andere geur!! Hier liggen espadas, oftewel zwarte degenvis, netjes op een rij. Klaar om verkocht te worden. Op het menu zie je vaak deze vis staan, samen met banaan en dat schijnt een lekkere combinatie te zijn.

De stad zelf vonden we wat minder interessant. Het was druk in de stad en zo te zien en te horen, waren er veel toeristen. Iets teveel naar onze smaak. Oeps….wij zijn natuurlijk ook toeristen!

Over toeristische attracties gesproken…..als er wat minder lange rijen bij deze kabelbaan hadden gestaan, dan was ik mee omhoog gegaan!

Op diverse straathoeken zie je mannen staan of zitten die fanatiek met elkaar aan het kaarten zijn. Het spel wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de anderen.

Niets lekkerder dan even een terrasje pakken en een sterke kop koffie te drinken mèt natuurlijk van die heerlijke ‘pastéis de nata’, de knapperige Portugese gebakjes gevuld met vanilleroom.

We hebben er heel wat gegeten met als excuus dat we tenslotte vergelijkend warenonderzoek horen te doen! Nu las ik dat die gebakjes wel bijna 300 calorieën per 100 gram bezitten. Dus na zo’n gebakje gaan de wandelschoenen weer aan en is het verplicht lopen geblazen!

Ruig

Het huis waar we deze week verblijven ligt in het zuiden waar het tot nu toe duidelijk zonniger en warmer is dan aan de noordkant van het eiland. Voor de zon hoefden we dus niet deze kant op te gaan maar het noorden heeft wel een ruige kust en dat levert mooie plaatjes op.

Hier zijn we bij Porto Moniz. Je kunt goed zien dat Madeira een vulkanisch eiland is met veel lavasteen. Dit stukje kust is heel speciaal; het heeft natuurlijk gevormde zwempoelen tussen de rotsen.

Om het wat aantrekkelijker te maken voor zwemliefhebbers zijn die natuurlijke ‘meertjes’ wel wat aangepast. Via paden en trappen kun je nu makkelijker bij het water komen.

In de zomer zal het hier vast wel druk zijn maar nu was het heerlijk rustig.

Levada wandeling

Had je het vroeger over Madeira, dan begon men altijd dat liedje van Ted de Braak te zingen: ‘een glaasje madeira, my dear’. Heb je het nu over Madeira, dan wordt gelijk ‘bloemeneiland’ genoemd. Zelfs in dit winterseizoen kun je nog genieten van diverse bloeiende planten en struiken. Kun je nagaan hoe het hier zal zijn als je er in het voorjaar bent of in de zomer! Ook de ‘levadas’ worden direct genoemd. Zelf kan ik er trouwens ook nog eentje verzinnen: het eiland van de vele tunnels! Vandaag hebben we een stukje van het eiland per auto verkend en zijn we door 53 tunnels gereden! De een nog langer dan de ander en in sommige tunnels had men zelfs een afslag aangebracht.

Oké, terug naar de levadas. Levadas zijn irrigatiekanaaltjes die al heel lang geleden zijn aangelegd en het water uit het noorden, over en door de bergen naar het droge zuiden voeren om daar de akkers te bevloeien. Naast zulke irrigatiekanaaltjes lopen paadjes, waar je de meest mooie wandelingen kunt maken.

Wij hebben gisteren ook zo’n wandeling langs een levada gemaakt: de Levada do Caldeirão Verde. Nu, verde was die zeker. Op sommige stukken leek het wel alsof je dwars door een tropisch regenwoud liep.

Hieronder een impressie: veel groen, veel tunnels en veel watervallen.

Zo’n wandeling smaakt naar meer, hoor!

Een dagje le Puy en Velay

De vakantie van de kinderen zit er helaas alweer bijna op. Om hun bezoek in stijl af te sluiten, hebben we hen meegenomen naar le Puy-en-Velay, een dik uurtje rijden bij ons vandaan.

Le Puy staat natuurlijk bekend als één van de belangrijkste pleisterplaatsen op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela maar ook voor ons als gewone toeristen is dit historische en sfeervolle stadje de moeite van het bezoeken dubbel en dwars waard. Bovenaan ons to do lijstje staan de Cathédral Notre-Dame, het grote rode Mariabeeld hoog op de rotspunt en het kapelletje Saint Michel d’Aiguilhe op een andere hoge rots.

Helaas………ik heb gefaald als reisleidster en ons uitstapje onvoldoende voorbereid! Alleen de kathedraal was die dag open. Een groot hek met een stevig slot verhinderde ons de toegang naar het rode standbeeld en het kapelletje op de rots: wintertijd en geen toeristenseizoen. Ach, wat in het vat zit….

De kathedraal hebben we in ieder geval wel uitgebreid kunnen bewonderen.

We staan hier bovenaan de trap van de kathedraal met uitzicht naar het oude centrum beneden. Ruim 130 treden moet die trap hebben. We hebben ze niet geteld maar geloven het graag.

En ook al waren de andere highlights dus gesloten, er was nog genoeg te bewonderen in le Puy. Alleen al van het slenteren door de kleine steegjes, geplaveid met keien en rivierstenen word je helemaal blij. Iets minder blij misschien als je hier met naaldhakken doorheen zou moeten ‘ploeteren’ denk ik!

Wie het eerst boven is!

Een mooie muurschildering op de hoek Rue Droite en Rue du Fauburg Saint Jean, waarbij diverse bijzonderheden zijn afgebeeld die bij le Puy en Velay horen. Je ziet de Santiago de Compostela wandelaar met z’n rugzak, de schelp, de vele trappen, de kathedraal, het rode Mariabeeld, de kanten kleedjes, de groene linzen, de Verveine likeur en nog veel meer.

De oude likeurfabriek, bekend om z’n Verveine likeur. In het Nederlands hebben we het over verbena. De smaak schijnt zo’n beetje te zitten tussen citroen, sinaasappel en citroengras. Het ging ons trouwens het meest om die bol bovenop het gebouw. Vanaf de straat naar boven kijkend leek het wel een soort Fabergé ei. De zon scheen er op een gegeven moment op en toen kon je goed de verschillende kleuren zien van het aanwezige glas in lood.

Ernest heeft het laatste stuk van onze stadswandeling trouwens bijna zwevend gedaan. Dit had niet zozeer met de geplaveide straatjes of zijn schoeisel te maken als wel met het feit dat hij zich eventjes een plaatselijke beroemdheid voelde! Halverwege onze tocht werden we namelijk vriendelijk aangesproken door een Nederlands stel. Wat bleek: Ernest werd herkend! We kwamen even aan de praat en daarbij bleek dat ze een huis in les Nonières bezitten en regelmatig ons blog lezen. Dat was toch wel een hele bijzondere ontmoeting zo!

Uil

Dat de uil nu echt m’n favoriete vogel is, kan ik niet zeggen. Ze zijn wel mooi hoor maar ze zien er niet bepaald vriendelijk uit met die starende, wat kille ogen en die enge klauwen aan de poten. Misschien dat de film ‘Zomerhitte’ wel de schuld is van mijn moeite met uilen. In die film, gebaseerd op de gelijknamige roman van Jan Wolkers, was te zien hoe een vogelwachter werd aangevallen door een broedende velduil en daarna een oog moest missen.

Deze uil kijkt ook niet bepaald vriendelijk naar me, als ik de boulangerie binnen wil stappen. Gelukkig zit hij ‘vast’ op de ruit. Wat uilen betreft, ga ik maar voor meneer de Uil uit de Fabeltjeskrant!

Neemt niet weg dat deze uil op de winkelruit weer een mooi kunstwerkje is van Mickaël Valet, een schilder die oorspronkelijk uit Dijon komt maar al zo’n jaar of vijf in de omgeving van Lamastre woont en in die tijd al diverse etalageruiten omgetoverd heeft tot fraaie schilderijen.

Boeken op temperatuur

Tijdens een blokje om kwamen we door Cluac, zo’n twee à drie kilometer verderop.

Cluac is een klein gehuchtje van misschien vijftien huizen maar het heeft sinds kort wel een flink uitgevallen minibieb. Was het in een vorig leven een wijnbewaarkast of wijnklimaatkast, nu blijven de boeken hierin mooi op temperatuur!

Als ik de titels van de boeken wil lezen, draai ik trouwens automatisch m’n hoofd naar rechts. De verkeerde kant dus. Zie je dat de titels van de Franse boeken andersom staan? Waarom dit zo is, mag Joost weten maar het zal vast wel op internet te vinden zijn.

Thuis hebben we ook wat Franse boeken in de kast staan, gezellig tussen de Nederlandse ingepropt. Dat hebben we met opzet gedaan, haha. Het zwiepen van je hoofd van rechts naar links om maar de titels te kunnen lezen, houdt de nek lekker soepel! Ik zie trouwens net dat we daar ook Nederlandse boeken tussen hebben waarbij de rugtitels rechtop staan. Nu ja, dat is dan om de nekspieren weer even rust te gunnen!