Vliegen

Afgelopen maandagochtend zijn we in alle vroegte op pad gegaan richting Lyon Airport. Op de foto hierboven, zien we ‘ons’ vliegtuig staan.

Ondanks files bij Tournon en Lyon waren we vroeg genoeg op de luchthaven. Veel te vroeg uiteindelijk, want onze vlucht had een vertraging van zo’n drie kwartier. Ach, je drinkt een kop koffie, je leest nog een keer je informatie door over je bestemming, slentert langs de winkeltjes, kijkt wat naar de andere passagiers en de tijd vliegt voorbij. Met een goed gevuld vliegtuig stegen we op om zo’n twee en half uur later een tussenlanding te maken in Lissabon.

Hier zie je de Vasco da Gamabrug liggen. Een ruim 12 kilometer lange tuibrug over de rivier de Taag in Lissabon.

In Lissabon hadden we een ruime overstaptijd en die werd alleen maar ruimer omdat de volgende vlucht ook weer vertraging had. Tjonge, met de auto op pad gaat sneller, hoor. Maar niet geklaagd: na een dagje kort vliegen en lang wachten kwamen we nog nèt met daglicht aan op onze bestemming. Madeira!

Hier zie je op de achtergrond het vliegveld liggen, vernoemd naar de voetballer waar alle Portugezen apetrots op zijn, Cristiano Ronaldo. In 2000 is dit vliegveld gerenoveerd. Was voorheen de landingsbaan maar 1600 meter lang, gelukkig hebben ze die kunnen verlengen naar 2780 meter. Dankzij de bergachtige omgeving was het niet mogelijk om de baan verder landinwaarts te bouwen dus heeft men die maar de andere kant opgebouwd, richting de zee. Madeira heeft nu een landingsbaan die gedeeltelijk in zee staat en gebouwd is op betonnen palen. Dat ze die hebben verlengd, vind ik trouwens helemaal niet erg. Op een baantje van maar 1600 meter moeten landen, brrr…….

Weer opwarmen

Na een weekje in Nederland te zijn geweest, kwamen we gisteren in de loop van de middag weer aan op onze berg. Op le Météo werd sneeuw voorspeld en ook op de matrixborden boven de weg werden we gewaarschuwd voor winterse weersomstandigheden. Uiteindelijk hebben we eigenlijk alleen maar net voor Langres een witte wereld gezien.

Nu mag ik niet jokken, we hebben nog meer sneeuw gezien. In de Ardennen lag ook een wit laagje en dan natuurlijk bij Baraque de Fraîture! Als er sneeuw voorspeld wordt in België dan kun je er bijna vergif op innemen dat het in ieder geval op die plek wit is. Ook kan het daar goed mistig zijn. Het zal wel met de ligging te maken hebben. Het schijnt een van de hoogste punten in de Belgische Ardennen te zijn: 651 meter hoog. Grappig hè, ik zou die hoogte gewoon afronden en op safe gaan. Zeggen dat de hoogte ca. 650 meter is, dan zit je altijd goed. Misschien is het bij nameten wel 651 meter en 43 centimeter of 649 meter en 18 centimeter. Dit soort dingen bedenk je dus allemaal als je deze plek voorbij rijdt!

De meeste mensen die hier rijden hebben het waarschijnlijk niet over de hoogte van de plaats maar over de naam ervan en zullen net als wij, het hebben over ‘Barak de Frituur’. Niet zo gek dat er daar een restaurant staat waar je lekkere friet kunt eten. Een plaats met zo’n naam vraagt daar natuurlijk om!

Wat betreft de voorspelde sneeuw voor Frankrijk; bij Dijon was de witte wereld alweer groen. Het was de hele dag droog en we zagen zelfs regelmatig een zonnetje. Zo achter de voorruit bijna alweer te warm voor een winterse trui. Een prima rijdagje dus. Die winterse trui of het liefst zelfs 2 of 3 winterse truien over elkaar heen konden we wèl gebruiken toen we ons huis binnen gingen. Alsof je de deur van een koelcel opende! Dat werd dus flink stoken en ‘s avonds met een warme kruik naar bed.

Vanmorgen werden we wakker met een dun sneeuwlaagje. Het huis kon nog wel wat meer warmte gebruiken, dus werk aan de winkel voor onze ‘houtman’!

Ernest mag kruien en mijn sport is dan om de mand zo vol mogelijk te stapelen met de houtblokken, zonder dat die hoge toren in elkaar stort natuurlijk.

Die mand is zo weer leeg maar de temperatuur hier binnen is op dit moment alweer gestegen tot 17 graden. Het gaat de goede kant op.

Schaars

Terug naar onze berg reden we langs deze mooie velden vol zonnebloemen. Ondanks het feit dat de foto uit een rijdende auto is genomen, valt de kwaliteit nog best mee.

Ik ben trouwens benieuwd hoe het met onze eigen toekomstige zonnebloemen zal gaan. We hebben een paar pitten in de grond gestopt en ik hoop dat er toch wel wat van zal opkomen. Mits die pitten natuurlijk niet opgegeten worden door de woelmuizen!

Over zonnebloemen gesproken, we gingen vanmorgen boodschappen doen en zagen dit papiertje bij de ingang hangen.

We liepen even langs de schappen waar de flessen zonnebloemolie en de potten mosterd staan. De schappen waren redelijk leeg, ondanks het feit dat de zonnebloemolie op dit moment wel 3,75 per liter kost.

Zonnebloemolie is momenteel duur en schaars als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Maar wat bedoelen ze nu met die opmerking over de moutarde? Waarom mag men maar 1 pot mosterd per klant meenemen?

Het gaat hier voornamelijk over de echte Moutarde de Dijon en in een krantenartikeltje werd het volgende erover verteld. De mosterd uit Dijon wordt gemaakt van bruine mosterdzaadjes die veelal gekweekt worden in Canada. Door grote droogte vorig jaar is helaas de oogst daarvan mislukt. Ook in Oekraïne en Rusland worden deze mosterdzaadjes gekweekt maar is de productie ervan door de oorlog verstoord en dreigt er nu van die zaadjes ook een tekort. Kortom, voor het geval dat klanten op de hamstertoer gaan en er straks helemaal geen zonnebloemolie of mosterd meer te krijgen is, heeft men dus dat papiertje opgehangen.

We reden daarna nog even langs de benzinepomp en zagen de prijs van de dieselolie. Een liter hiervan is goedkoper dan een liter zonnebloemolie! Jammer eigenlijk dat je die dieselolie niet in de keuken kunt gebruiken maar om daar nu bijvoorbeeld de frietjes in te gaan frituren, lijkt me niet echt een gezond plan. Andersom wordt overigens wel gedaan: er zijn auto’s die op frituurolie rijden!

Aan de andere kant van de zee

Afgelopen week zijn we druk bezig geweest in en om het huis. Alles moest weer in de zogenaamde ‘vakantie modus’ gezet worden. We zijn namelijk weer eventjes op pad.

Dit keer is de Ierse Westkust aan de beurt. Vanuit Roscoff in Bretagne hebben we de nachtboot naar Cork geboekt. Bretagne is bij ons vandaan zo om en nabij een duizend kilometer rijden. Net zover als een ritje naar Utrecht. Wat een groot land is dat Frankrijk toch!

Gisterochtend zijn we al vroeg vertrokken om ‘s avonds op tijd bij de veerboot aan te komen. Het zal je toch niet gebeuren dat je bij de haven aankomt en je dan net de boot om het hoekje ziet verdwijnen! We gaan met eigen auto en hebben ook de fietsen bij ons.

De rit naar Roscoff was lekker rustig maar die rust was bij de haven al snel verdwenen. Volle bak op de veerboot. Ierland is bij de Fransen behoorlijk populair, vermoeden we. Na een rustige nacht met weinig deining kwamen we na dertien uur varen in Cork aan.

Hieronder vaart de boot langs Cobh, een plaats dat tegen een helling is gebouwd met te midden van de kleurige huisjes de St. Colman’s Cathedral. Even verderop legt de boot in de haven aan. Toen we zo langs Cobh kwamen, vertelde een Ier die naast ons op het dek stond dat deze plaats verbonden is met de Titanic. Het was de laatste aanlegplaats waar de passagiers aan boord konden komen voor de overtocht naar Amerika.

Op de voorruit van de auto hebben we een rode pijl geplakt, net zoals de vorige keer toen we naar Schotland zijn geweest. Links rijden dus, betekent dat. Altijd even wennen maar nadat we wat rotondes keurig linksom hadden genomen zonder veel boze blikken van de andere weggebruikers te hebben gekregen, waren we al snel Cork uit en zijn we via een rustige route naar onze eerste bestemming gereden.

De eerste week verblijven we in een huisje in het zuidwesten van Ierland, in de omgeving van Killorglin met uitzicht op het Caragh Lake.

Mooi landelijk gelegen, aan het einde van een smal weggetje en te midden van heel veel schapen, die regelmatig onder de afrastering doorkruipen en bij ons even komen gluren.

Een andere manier van muurtjes stapelen dan in de Ardèche. Hier worden veel meer platte stenen gebruikt, wat volgens mij makkelijker is.

Veel gele struiken waarvan we eerst dachten dat het brem was maar bij nader inzien gaspeldoornstruiken bleken te zijn. Mooie gele bloemetjes, wat donkerder dan de bloemen van de brem.

Genietend op een bankje in de zon, met uitzicht op ‘ons’ meer hebben we al tegen elkaar gezegd dat we wat betreft deze eerste week geen verkeerde plek hebben uitgezocht!

Weer thuis

Afgelopen donderdag zijn we weer vertrokken naar onze berg. Het was de bedoeling dat we maar een maandje weg zouden blijven maar door omstandigheden zijn dit er wel twee geworden. Altijd spannend hoe we dan de boel op onze berg weer aan zullen treffen.

Om niet in een donker huis aan te komen, hebben we de reis in tweeën geknipt. In de loop van de middag zijn we gestopt in Dijon waar we midden in het centrum een sfeervol hotelletje hadden geboekt. Na het inchecken, zijn we nog even de stad in geweest.

Voor een paar uurtjes is Dijon natuurlijk veel te kort. We hebben even om de Église Notre-Dame gelopen en kunnen snuiven aan de gebouwen met de mooie gekleurde dakpannetjes en het fraaie siermetselwerk, de vakwerkhuizen en de markthal.

Dit kunstwerk staat in een tuin met een stevig hek er omheen. De gekleurde vierkantjes van het kunstwerk zijn hetzelfde als de dakpannen op het gebouw. Heel indrukwekkend maar we hebben geen flauw idee meer waar het was en hoe het heette. Zie je wel, we moeten nog eens op ons gemak terug naar Dijon!

Dit zijn ‘Les Halles’, een overdekte markthal in het centrum van de stad. Ook al is er nu geen markt, het is een plezier om naar dat fraaie gebouw te kijken. Er omheen liggen veel restaurantjes, waaronder ook een Italiaans eethuisje waar we heerlijk hebben gegeten. Twee vliegen in één klap dus. Genieten van het Italiaanse gerecht op ons bord en het uitzicht op ‘Les Halles’!

Al slenterend door de straten, vergeet je vaak naar boven te kijken. Doe je dat wel dan zie je het mooi uitgevoerde erkertje dat vastgeplakt zit aan dit monumentale pand.

Vakwerkhuizen associeerde ik eigenlijk altijd met de stad Colmar of Bretagne en Normandië maar ook hier kom je ze volop tegen. Die indrukwekkende deur met dat gebeeldhouwde hoofdje vonden we ook wel mooi.

Vanuit de straat waar ons hotelletje stond, zag je een van de torens van de Église Saint-Michel.

Een volgende keer boeken we er een paar nachten bij, hebben we al besloten. Maar nu lonkte onze berg, dus vrijdagochtend hebben we onze reis weer hervat.

Bij Lyon, waar je voor de tunnels ongeacht dag en tijdstip eigenlijk altijd wel wat files hebt of langzaam aan moet doen, konden we nu lekker doortuffen. Een uurtje later gingen we de snelweg af en staken we bij Tain l’Hermitage de Rhône over om weer ‘thuis’ te komen in de Ardèche. Even voorbij Tournon rij je dan via de indrukwekkende Pont du Duzon de bergen in. Helaas is al sinds begin september de brug afgesloten.

Deze Pont du Duzon ligt, hoe kan het ook anders gezien de naam, over het riviertje de Duzon, een zijrivier van de Doux. Hij heeft wel acht bogen en steekt zo’n vijftig meter boven het water uit. De brug is in 1871 gebouwd en gaat dus al een flinke tijd mee. Helaas is hij wat smal. In vroeger tijden zal dat vast geen probleem zijn geweest maar nu is het regelmatig erg spannend om elkaar daar te passeren, zeker als het om ’dikke’ auto’s gaat. De brug vormt een belangrijke verbinding tussen Tournon en les Monts d’Ardèche. Dagelijks passeren meer dan vierduizend auto’s deze brug en wel tweehonderd vrachtwagens. Nu is het eventjes rustig daar bovenop de brug. Hij blijft namelijk acht maanden gesloten voor alles en iedereen. In die tijd wordt al het metselwerk hersteld en het wegdek verbreed.

Op het waarschuwingsbord staat vermeld dat het wel vijf minuten kan duren voordat het stoplicht aangeeft dat je weer door mag rijden. We hebben niet op de tijd gelet maar volgens ons ging het redelijk snel. Hoe lang je hier in de rij moet wachten als het spitsuur is, wil ik niet weten!

Auto’s worden nu via een smal weggetje er onderdoor geleid en vrachtwagens moeten omrijden via o.a. Saint Peray.

Hoe dichter we bij onze berg komen, hoe kouder het wordt. Met een temperatuur van tegen het vriespunt dalen we ons pad af. De temperatuur in huis is trouwens niet veel hoger. De luiken gaan open en de vele vliegen die dachten dat ze rustig bij ons konden overwinteren worden weer buiten gestuurd. Dan, als een goed op elkaar ingewerkt team, pakt de een de auto uit en de ander sjouwt een kruiwagen met hout naar binnen om de kachel aan te steken. Buiten, rondom het huis, ziet het er eigenlijk best goed uit. De planten in de tuin en ook in de potten hebben onze afwezigheid van twee maanden prima overleefd. Ik zie zelfs nog wat bloemen in de geraniums zitten.

Er wordt voor de komende dagen sneeuw voorspeld dus we zijn direct maar aan de slag gegaan om de zomerbanden om te wisselen voor de winterbanden.

De klus is geklaard en de zomerbanden gaan de cave in. Regelmatig zeggen we tegen elkaar dat het maar goed is dat ik geen teer poppetje ben of een type dat een paarlen ketting draagt, op naaldhakken balanceert en keurig gelakte nageltjes aan haar vingers heeft. Dat werkt niet op onze berg!

We sjouwen gelijk even door en zetten de potplanten binnen in de hal, die we nu voor de wintermaanden maar weer hebben omgetoverd tot ’orangerie’. De meegebrachte beukhaagplanten, die de gaten in onze haag moeten vullen, staan ook alweer met hun voeten in de grond. De irissen die we cadeau hebben gekregen, heb ik al bij hun broertjes en zusjes geplant.

Vandaag hebben we genoeg boodschappen gedaan voor de hele week. Dus mocht het inderdaad gaan sneeuwen en we niet zo een, twee, drie van onze berg af kunnen komen dan hoeven we in ieder geval niet bang te zijn voor knorrende magen!

We zijn weer helemaal thuis op Théron, net alsof we niet weggeweest zijn!

Weer terug van weggeweest

Afgelopen week zijn we weer op de berg geland en hebben we onze ‘time-out’ weer ingewisseld voor een ‘time-in’.

Op onze terugreis werden we, via grote matrixborden boven de snelweg, regelmatig gewaarschuwd dat we ons in verband met de canicule goed moesten hydrateren. Dat was geen verkeerde waarschuwing; op een gegeven moment tikte de temperatuurmeter 38 graden aan!

Wat ben je dan toch blij met een goedwerkende airco in de auto! Hoe anders was dat in mijn jeugd toen we met mijn ouders naar het warme Spanje reden en wij als kinderen dicht tegen elkaar aangepropt op de achterbank van de auto zaten te puffen. Meest van tijd moesten de ramen dicht blijven, anders kreeg je last van ‘klapperoren’. De ramen aan de zonkant werden bekleed met een oude theedoek. Maar ondanks zo’n afgeplakt raam, bleef de zon genadeloos naar binnen schijnen. Terwijl de temperatuur in de auto tot flinke hoogte steeg, zakte het humeur van de inzittenden gedurende de lange reis regelmatig naar het nulpunt. Mijn zorgzame moeder nam altijd een grote Tupperware trommel mee met daarin stukjes kaas om de hongerige magen van ons te voorzien van een pittige tussendoor hap. De stukjes kaas die ’s ochtends vroeg fris en fruitig de trommel in waren gegaan, zagen er in de loop van de dag wat minder appetijtelijk uit en waren helaas veranderd in harde uitgedroogde welriekende zweetklompjes! En om het nog erger te maken; mijn vader rookte tijdens deze vakantieritten ook nog van die dikke Bolknak sigaren! Dat gebeurde in die tijd gewoon nog. Probeer het je maar eens voor te stellen: tropische hitte in de auto, ramen dicht, vast wel zeurende kinderen, sterk geurende brokken kaas en een sigaren rokende vader! Nu ja, we hebben het allemaal overleefd.

De verhalen over de hitte in Frankrijk hadden we natuurlijk al wel gehoord en op météo France hadden we de hoge temperaturen ook al voorbij zien komen maar terugrijdend naar onze berg konden we nu met eigen ogen zien dat het hier afgelopen periode echt menens is geweest. We wonen officieel in de groene Ardèche maar je kunt nu bijna praten over de gele Ardèche! Veel bladeren aan de bomen vertonen al een herfstig kleurtje en als je naar het dorre verdroogde gras kijkt, dan twijfel je of dat ooit nog een groen tapijtje zal worden.

Aangekomen op onze berg blijkt ook bij ons het gras de strijd te hebben opgegeven. Een dorre boel is het. Nu ja, elk nadeel heeft z’n voordeel: voorlopig hoeft er in ieder geval niet gemaaid te worden! De planten in de tuin en in de potten hebben het eigenlijk wel redelijk overleefd. Leve de zorg en inzet van de watergevers tijdens onze afwezigheid! En ook wel een hele geruststelling; de bron loopt nog steeds lekker door.

Onze regendansjes van afgelopen dagen hebben ook gewerkt. Gisteren, zo in de vroege avond, begon het te regenen. Nog geen hoeveelheden om over naar huis te schrijven maar het is in ieder geval wat. Om de buitenboel weer op peil te krijgen, moeten we trouwens nog wel even doorgaan met dansen.

En nu blijven we maar weer gewoon een tijdje lekker genieten van het leven hier op onze berg. Ook niet verkeerd!

 

Familie kip

Kippen op de parking BelgieOnze Nederlandse weken zitten er weer op en via diverse omwegen rijden we terug naar onze berg. In België stoppen we op een parkeerplaats om de benen even te strekken. Niet alleen wij maken gebruik van de parkeerplaats, deze kippenfamilie ook. Familie kipSchijnbaar helemaal op hun gemak in de buurt van al die auto’s, scharrelen ze hier rustig hun kostje bij elkaar. Zelfs die hele kleine kuikentjes lijken zich hier thuis te voelen! Kuikentjes

Aire de Sandaucourt

Al een keer eerder heb ik iets verteld over deze parkeerplaats; één van onze favoriete plekken om de auto even aan de kant te zetten. Op de terugreis vanuit Nederland hebben we ook nu weer hier gepauzeerd. Zoals altijd concluderen we dan dat de eerste helft erop zit. Nog maar een kleine 500 kilometer te gaan! We doen wat rek en strekoefeningen om de stijve spieren weer te ‘ontstijven’, drinken koffie en we begroeten de houten soldaten. Er wordt volop gewerkt op deze ‘Aire’. Stukken van het parkeerterrein zijn afgezet en er staan wat bouwhekken bij het restaurant. De militairen die hier al jarenlang de wacht houden, zijn van hun vaste plek ‘verdreven’ en staan wat verderop gegroepeerd. Alsof ze na het commando “voorwaarts mars” in beweging zullen komen en keurig marcherend hun oorspronkelijke positie straks weer in gaan nemen. De meeste soldaten zitten nog mooi in de verf en zien er gelikt uit maar er staat ook een stel dat het zwaar te verduren heeft gehad afgelopen tijd, als je naar hun verbleekte outfit kijkt. Wellicht dat, als de werkzaamheden allemaal achter de rug zijn, er nog een lik verf over is om deze soldaten weer netjes in het uniform te krijgen. De volgende keer zullen we even een inspectieronde doen!

Getipt door m’n blogmaat, die hier ook al een keer een foto van heeft genomen, ben ik nog even iets verder de parkeerplek opgelopen. Daar heeft men namelijk een paar grote borden geplaatst waarop belangrijke militaire gebeurtenissen staan afgebeeld die zich afspeelden tijdens de regeerperiode van Napoleon. Even een geschiedenislesje.

In mei 1800 trok Napoleon met zo’n 30.000 soldaten de Sint Bernhardpas over om het Oostenrijkse leger te verrassen. De Franse soldaten sleepten 150 kanonnen met zich mee die, zoals het verhaal gaat, verstopt waren in uitgeholde boomstammen. Ook hier op de parkeerplaats staan kanonnen opgesteld. Ze zijn van hout en kleine kinderen gebruiken het dankbaar als klimobject. Even wat beweging voordat ze opnieuw worden ‘vastgesjord’ in de auto.Aan de vooravond van de slag bij Austerlitz. Napoleon en 75.000 soldaten trokken ten strijde tegen een gecombineerd leger van zo’n 90.000 Oostenrijkers en Russen. De veldslag vond plaats bij het Tsjechische dorpje Austerlitz dat in die tijd nog een deel was van het Oostenrijkse keizerrijk. Frankrijk won uiteindelijk de strijd dankzij een tactische manoeuvre van Napoleon.

Halverwege

Voor veel mensen die vanuit Nederland via de oostelijke kant richting Zuid Frankrijk rijden waarschijnlijk een bekend plaatje! Het is de parkeerplaats van de herauten, zoals wij altijd zeggen. Hoe we nu toch bij die naam komen, weet ik niet meer. Ik geloof trouwens helemaal niet dat het herauten zijn maar gewoon soldaten te paard. Los van wat het nu zijn, het gaat hier om ‘Aire de Lorraine Sandaucourt- la Trelle’, op de A 31 tussen Toul en Langres. Voor ons is het altijd een vaste stopplaats; een plek waar we even de benen strekken en van bestuurder wisselen. Vervolgens rijden we dan weer zo snel mogelijk verder, richting onze berg.