Levada wandeling

Had je het vroeger over Madeira, dan begon men altijd dat liedje van Ted de Braak te zingen: ‘een glaasje madeira, my dear’. Heb je het nu over Madeira, dan wordt gelijk ‘bloemeneiland’ genoemd. Zelfs in dit winterseizoen kun je nog genieten van diverse bloeiende planten en struiken. Kun je nagaan hoe het hier zal zijn als je er in het voorjaar bent of in de zomer! Ook de ‘levadas’ worden direct genoemd. Zelf kan ik er trouwens ook nog eentje verzinnen: het eiland van de vele tunnels! Vandaag hebben we een stukje van het eiland per auto verkend en zijn we door 53 tunnels gereden! De een nog langer dan de ander en in sommige tunnels had men zelfs een afslag aangebracht.

Oké, terug naar de levadas. Levadas zijn irrigatiekanaaltjes die al heel lang geleden werden aangelegd om het overvloedige water vanuit de bergen te verdelen over de berghellingen en de valleien. Naast zulke irrigatiekanaaltjes lopen paadjes, waar je de meest mooie wandelingen kunt maken.

Wij hebben gisteren ook zo’n wandeling langs een levada gemaakt: de Levada do Caldeirão Verde. Nu, verde was die zeker. Op sommige stukken leek het wel alsof je dwars door een tropisch regenwoud liep.

Hieronder een impressie: veel groen, veel tunnels en veel watervallen.

Zo’n wandeling smaakt naar meer, hoor!

Vliegen

Afgelopen maandagochtend zijn we in alle vroegte op pad gegaan richting Lyon Airport. Op de foto hierboven, zien we ‘ons’ vliegtuig staan.

Ondanks files bij Tournon en Lyon waren we vroeg genoeg op de luchthaven. Veel te vroeg uiteindelijk, want onze vlucht had een vertraging van zo’n drie kwartier. Ach, je drinkt een kop koffie, je leest nog een keer je informatie door over je bestemming, slentert langs de winkeltjes, kijkt wat naar de andere passagiers en de tijd vliegt voorbij. Met een goed gevuld vliegtuig stegen we op om zo’n twee en half uur later een tussenlanding te maken in Lissabon.

Hier zie je de Vasco da Gamabrug liggen. Een ruim 12 kilometer lange tuibrug over de rivier de Taag in Lissabon.

In Lissabon hadden we een ruime overstaptijd en die werd alleen maar ruimer omdat de volgende vlucht ook weer vertraging had. Tjonge, met de auto op pad gaat sneller, hoor. Maar niet geklaagd: na een dagje kort vliegen en lang wachten kwamen we nog nèt met daglicht aan op onze bestemming. Madeira!

Hier zie je op de achtergrond het vliegveld liggen, vernoemd naar de voetballer waar alle Portugezen apetrots op zijn, Cristiano Ronaldo. In 2000 is dit vliegveld gerenoveerd. Was voorheen de landingsbaan maar 1600 meter lang, gelukkig hebben ze die kunnen verlengen naar 2780 meter. Dankzij de bergachtige omgeving was het niet mogelijk om de baan verder landinwaarts te bouwen dus heeft men die maar de andere kant opgebouwd, richting de zee. Madeira heeft nu een landingsbaan die gedeeltelijk in zee staat en gebouwd is op betonnen palen. Dat ze die hebben verlengd, vind ik trouwens helemaal niet erg. Op een baantje van maar 1600 meter moeten landen, brrr…….

Van Rossaveal naar Inishmore

Het zit er bijna op, onze vakantie in Ierland, alleen een tochtje naar de Aran eilanden staat nog op ons lijstje. Om half elf varen we met een redelijk gevulde ferry vanaf het haventje bij Rossaveal naar het grootste eiland, Inishmore of op z’n Iers Inis Mór.

Na zo’n 45 minuten varen kom je aan in de haven van Kilronan. Het eiland ontdekken kun je al wandelend doen, of op de fiets, via een bus tour of al sjokkend met paard en wagen. Wij gaan voor de fiets. Die huurfietsen zijn niet helemaal zoals we gewend zijn. Alles piept en kraakt en de ketting loopt er twee keer af. Maar ach, het is mooi weer en we hebben geen haast.

Het eiland is maar zo’n 12 tot 13 km lang en 3 km breed en er wonen pak ‘m beet 800 mensen. Heeft men het altijd over het groene Ierland, dit eiland vinden we eigenlijk meer een grijs stuk Ierland. Veel donkere stenen en rotsen en ook hier weer heel veel gestapelde muurtjes van zwartgrijze stenen.

We maken even een pitstop bij de zeehondenbaai. Hier duiken regelmatig zeehonden op om uit te rusten op het stenenstrand. Lekker in de zon zittend op een van de grote stenen zien we ze wel maar helaas niet van heel dichtbij.

Verder fietsend komen we bij Dún Aonghasa, een prehistorisch fort van zeker drieduizend jaar oud. Het bestaat uit drie stevige verdedigingsmuren van donkergrijze steen.

Aan de buitenkant van het fort staan allemaal puntige stenen rechtop in de grond die bedoeld waren om in het verre verleden indringers te weren. Zo’n rij van puntige stenen wordt wel ‘chevaux de frise’ genoemd. Ik zat al aan Friese paarden te denken en vroeg me af wat die in vredesnaam hier op dit eiland moesten zoeken maar het gaat hier dus niet om Friese paarden maar om een verdedigingswijze. Trouwens, een Fries paard is een Frison in het Frans.

Het fort eindigt bij een steile klif. Als je over het randje buigt, zie je hoe diep beneden je de woeste golven stuk slaan tegen de rotsen. Even niet uitkijken en je kiepert zo de Atlantische Oceaan in. Er is geen afrastering te bekennen.

Mooie stenen her en der, met afdrukken van fossielen.

Aan het einde van de dag hebben we weer netjes de fietsen ingeleverd en zijn we daarna nog even als echte toeristen de winkeltjes binnen gelopen. Toen we vanmorgen van de boot afkwamen, kregen we al een foldertje van de Aran Sweater Market in de handen gedrukt.

Als je dan toch op de Aran eilanden bent, moet je natuurlijk ook de bekende Aran truien en vesten bewonderen die hier volop worden aangeboden. Van oudsher werden deze stoere visserstruien op de Aran eilanden gebreid. De vissers die de zee op gingen konden wel een warme trui gebruiken. Het verhaal gaat dat vroeger iedere vissersfamilie een trui had met een eigen uniek ingebreid kabelpatroon. Werd er een keer het lichaam van een overboord geslagen visser gevonden, dan konden ze aan de trui zien waar hij thuis hoorde. Tegenwoordig zijn het hele moderne modellen, zowel voor dames als voor heren maar hebben ze nog wel steeds een wat stoer uiterlijk.

Het enige wat ons tijdens onze fietstocht over het eiland trouwens opvalt is dat we helemaal geen schapen zien. Wat koeien, ezels en een geit en dat is alles en die zullen toch niet de wol leveren voor al die gebreide truien! Nu ja, het zal wel iets uit het verleden zijn en de gebreide spullen worden waarschijnlijk nu gewoon vanuit de fabriek aangeleverd.

Na een mooi zonnig eilanddagje varen we weer terug naar Rossaveal. Die boten lijken zo vanaf de kade wel meer op luxe jachten dan op veerboten, vinden we.

De vakantie zit erop. We gaan de auto inpakken, drinken ‘s avonds nog een afscheidsglaasje Ierse whiskey en dan gaan we morgen op tijd op pad richting Cork om de veerboot te halen die ons terugbrengt naar Roscoff in Bretagne. Wat een schitterende vakantie hebben we daar in dat mooie Ierland gehad!

Richting National Park Connemara

Vandaag zijn we met zon opgestaan. We gaan op pad naar ‘National Park Connemara en om er te komen nemen we alle binnendoor weggetjes die er maar te vinden zijn.

Nog maar net onderweg of we moeten de auto al even aan de kant zetten om van deze meermin een foto te maken. We konden geen informatie vinden hoe en waarom ze hier terecht gekomen is. Waarschijnlijk is het gewoon een grapje van een van de dorpelingen Wel een leukerd, deze meermin die hier over het water staart!

Even verderop rijden we langs het plaatsje Leenaun, dat aan het Killaryfjord ligt. Het langste fjord van Ierland, zo’n 15 km lang.

Nog een stukje verder rijden we voorbij Kylemore Abbey. Het is redelijk druk op het parkeerterrein. Veel bussen met Franse schoolpubers die volgens mij meer geïnteresseerd zijn in hun mobiele telefoon dan in die hele Abbey! Het kasteel met z’n abdij is al groot maar valt helemaal in het niet bij die grote berg erachter: de Duchruach.

Aan het kasteel is een romantisch drama verbonden. Het kasteel werd in 1868 gebouwd en was een geschenk van Henry Mitchell, een rijke man uit Engeland aan zijn geliefde vrouw Margaret.

Eind 1874 gingen Henry en zijn gezin op reis naar Egypte, waar zijn vrouw dysenterie kreeg en overleed. Het lichaam werd gerepatrieerd naar Kylemore. Op het landgoed werd ter nagedachtenis aan zijn overleden vrouw een miniatuurkathedraal gebouwd, samen met een mausoleum waar zij is begraven. Nog meer verdriet volgt. In 1892 verdrinkt een van zijn dochters tijdens een wandeling op het landgoed. Dit tweede drama in combinatie met financiële problemen, brengen Henry ertoe om Kylemore Castle en het landgoed te verkopen. Het landgoed is na geruime tijd uiteindelijk verkocht maar is jarenlang niet bewoond geweest totdat de zusters van een Benedictijner kloosterorde het in 1920 overnamen en er een internationaal internaat en een dagschool voor katholieke meisjes uit de omgeving stichtten. Momenteel wordt het nog steeds bewoond door de nonnen. Met steun van de Ierse overheid en het organiseren van rondleidingen kan het landgoed met het kasteel, de abdij en de fraai aangelegde tuinen en kassen overeind blijven.

Door naar het dorpje Letterfrack, waar de ingang zit van het National Park. We gaan eens even kijken of onze loopspieren het nog doen, na alle fietskilometers van afgelopen weken. We willen naar de top van Diamond Hill.

Je begint op een goed aangelegd pad dat, hoe hoger je komt, meer en meer op een wat grof uitgevallen ‘hink stap sprong trap’ gaat lijken en bij de top voor wat klauterwerk zorgt.

Maar eenmaal boven gekomen heb je een schitterend 360° uitzicht.

Met helder weer moet je vanaf deze berg ook goed de Twelve Bens kunnen zien. Twaalf bergen waarvan de hoogste top ruim 700 meter is. Toen wij bovenop de top stonden was het helaas niet helder genoeg om de Bens allemaal goed te kunnen zien, laat staan ze ook te kunnen tellen maar het zullen er vast wel twaalf zijn.

Bovenop de top maakten we foto’s van een medeklimster en zij van ons.

We raakten aan de praat en toen bleek dat ze een Française was en de Ardèche goed kende. Ze had zelf een huis in Aubenas. Ze kende zelfs de Gerbier de Jonc en de Mont Mezenc ook. Leuk toch, zo’n gesprek bovenop de top van een Ierse berg!

Tocht langs de meren

Op de weerapp zien we dat er tot 12.00 uur nog wat kans is op regen dus we besluiten om pas na de lunch ons stalen ros te bestijgen en een fietstocht langs een paar meren te gaan maken. We beginnen aan het randje van Lough Corrib. Er wordt gezegd dat er in dit meer wel 365 eilandjes liggen. Voor iedere dag een eiland!

Connemara heeft trouwens wel honderden meren en meertjes. Al fietsend hier komt dan ook regelmatig dat bombastische liedje van Michel Sardou bij me boven drijven, ‘les Lacs du Connemara’. Ach, het fietst wel lekker weg op die dreun.

Stevig doortrappend fietsen we verder langs dit meer om bij Cong uit te komen, een wat toeristisch plaatsje met een mooie abdij-ruïne en daarachter een groot park.

De oude abdij-ruïne dateert van begin 1100 en is gebouwd op de restanten van een 7e-eeuws klooster. Jammer natuurlijk dat er niet nog meer van over is gebleven maar met wat verbeeldingskracht kun je je toch wel voorstellen hoe de monniken hier vroeger hebben rondgelopen.

Het vissershuisje dat erbij hoort is waarschijnlijk gebouwd in de 15e of 16e eeuw. In een folder hierover staat dat vis een belangrijk deel van het menu van de monniken uitmaakte. Het huisje is gebouwd op een platform van stenen en staat daardoor wat hoger van het water af. Het water van de rivier kan zo onder de vloer door stromen. Er moet ook nog een luik in de vloer hebben gezeten dat door de monniken kan zijn gebruikt om de netten uit te gooien en in de rivier te werpen.

Allemaal heel mooi en aardig die abdij maar Cong is het meest bekend van de film ‘The Quiet Man’ uit 1952 met John Wayne en Maureen O’Hara. Ik ken John Wayne eigenlijk alleen maar als stoere cowboy maar in deze film speelt hij een Amerikaanse ex bokser die teruggaat naar z’n vaderland Ierland om daar een nieuw leven op te bouwen en daar de liefde van z’n leven vindt. De film is destijds op diverse locaties in en om het dorp opgenomen en dat men daar nog steeds heel trots op is, wordt op allerlei manieren getoond.

In het centrum van het dorp staat een beeld van John Wayne en Maureen O’Hara. Er is een stel dat zich in dezelfde pose op de foto laat zetten. Ernest wil ons ook wel zo laten fotograferen maar dat heb ik ‘m toch maar afgeraden. We moeten namelijk nog ettelijke kilometers fietsen en om dat nu met een zere rug te moeten doen…..

Dat huisje met de rode kozijnen is The Dying Man House. Het klinkt wat luguber, maar deze naam slaat terug op een gebeurtenis die plaats vindt in de film The Quiet Man. Een man op sterven springt uit z’n bed en rent dit huisje uit, als hij van het vuistgevecht hoort tussen de hoofdrolspeler en de broer van z’n aanstaande bruid.

In het centrum van het dorp staat deze pub die tijdens de filmopnames ook is gebruikt. Achter de ramen staan diverse dingen uitgestald die daar nog naar verwijzen.

We hebben nog wat meer meren op ons programma staan. Cong ligt eigenlijk tussen twee meren in, aan de andere kant van het dorp vinden we Lough Mask.

Lough Mask

Halverwege krijgen we een korte maar heftige bui over ons heen maar stoer als we zijn, fietsen we gewoon door en waaien we eigenlijk best wel weer snel droog.

Lough Nafooey

Deze drie meren zijn weer even genoeg geweest voor vandaag. Terug in Maam doen we nog wat boodschappen in de winkel naast de Keane’s Pub waar we afgelopen zaterdagavond geweest zijn en waar we zo’n mooie muziekavond hebben meegemaakt. De man bij de kassa herkent ons van die avond en vraagt of we genoten hebben van de muziek. Hij vertelt dat de zingende man oorspronkelijk hier vandaan komt maar in de jaren 60 en 70, toen er veel werkloosheid heerste in Ierland, geëmigreerd is naar Engeland. Hij woont en werkt nog steeds in Engeland maar komt toch regelmatig terug naar Maam. Die muziekavond was er dus alleen maar omdat deze man op dit moment in Maam op bezoek was! Bofkonten zijn we!

 

Maam, onze derde Ierse week

Oh, wat was dat heerlijk rustig, zo’n weekje geen internet en dus geen ‘blogstress’! Maar zoals beloofd, hierbij toch nog wat berichten en foto’s. Nou, daar gaan we weer!

Deze laatste week zitten we in Connemara en verblijven we in een sfeervolle cottage in het dorpje Maam.

Van tevoren hebben we al gebeld dat we zo en zo laat op de stoep zullen staan en als we aankomen is de deur al open. Op tafel een vers sodabrood, thee en een pak koekjes en in de koelkast een fles melk, kaas en boter. Een warm welkom!

Onze cottage is via een smal weggetje te bereiken en we hebben een prachtig uitzicht op de ongenaakbare bergen van ‘the Maumturk Mountains’ met z’n typische afgeronde bergtoppen. Vanuit de achtertuin kunnen we ook direct een wandelroute pakken: ‘The Western Way route’.

Bij het plaatselijke winkeltje hebben we wat eten ingeslagen voor de komende dagen en in de ernaast gelegen pub een Guinness gedronken.

Keane’s Pub, al gebouwd in 1820 door de Schotse ingenieur Alexander Nimmo. Hij kreeg destijds van de Britse regering de opdracht om bouwtechnische hulp te bieden aan het door armoede geteisterde Connemara. Dit leidde er uiteindelijk toe dat Connemara de eerste county in het westen van Ierland was, waar wegen en bruggen werden gebouwd.

We treffen het want die avond is er live muziek, vertelt Mary, de dame achter de bar. Je begrijpt waar wij vanavond dus zullen zijn: in bovenstaande pub!

Keurig om een uur of negen zitten we in de al goed gevulde pub. Veel ouderen en maar weinig jeugd. Het lijkt meer op een gezellige woonkamer, compleet met open haard en al, dan op een café. Wat biertjes later horen we vanuit een aangrenzende ruimte muziek. We gaan erbij staan en krijgen direct een kruk aangeboden van Mary.

In het erkertje zitten drie mannen gezellig op de trekzak te spelen. Als een oudere man erbij gaat zitten en begint te zingen, valt iedereen stil. Met z’n ogen dicht en met veel gevoel zingt hij over ‘zijn’ mooie Ierland. Ontroerend mooi. Hij zingt wel iets van vijf of zes liederen; soms begeleid door een trekzak maar ook a capella. Je weet al precies wanneer hij weer gaat zingen; dan wordt er een grote zakdoek tevoorschijn gehaald en snuit hij eerst flink z’n neus. Een avond om nooit te vergeten!

Even geduld

Voordat iedereen denkt dat we van de Ierse aardbodem zijn verdwenen….

We zijn aan onze derde week begonnen. We zitten in Connemara in een erg leuke en sfeervolle cottage maar helaas zonder internet! Ik maak wat verslagen van deze week en plaats die wel een keer als we ’online’ zijn. We genieten in ieder geval nog volop! Tot later.

Stoer!

Richting Donegal fietsend zagen we vanuit de verte bij de Mountcharles Pier wat felgekleurde ballen in het water drijven. Wat dichterbij gekomen zagen we dat er ook mensen aan vast zaten. Een paar vrolijke dames en een enkele heer waren hier in de baai aan het zwemmen. Die gekleurde ballen waren de safety drijvers op hun rug. Sommige zwemmers hadden wel een wetsuit aan maar ik zag ook een paar wat blotere dames ertussen zwemmen. We hebben het water even getest maar dat voelde echt nog niet lekker zomers aan. Stoer hoor!

Nieuwe week, nieuwe plaatjes

Sinds afgelopen zaterdag zitten we in Bruckless. Opnieuw in een mooi en gezellig huisje. Het staat in een wat meer landelijke omgeving dan het vorige. Dit keer trouwens geen schapen rondom het huis maar geiten en kippen. En wat later blijkt; het wordt verhuurd door een Nederlands stel dat hier bijna 30 jaar geleden neergestreken is!

Bruckless ligt vlakbij Killybegs, een kustplaatsje met de belangrijkste vissershaven van Ierland. Op de foto hieronder een kijkje op de haven.

Afgelopen 2 dagen is het zonnig en warm weer geweest maar vandaag werden we wakker met een grijze lucht en soms een wat miezerig regentje. Pas in de loop van de middag klaarde het flink op. 

Gisteren hebben we dus maar gelijk geprofiteerd van dat mooie weer en zijn we ’s ochtends al vroeg op de fiets gestapt: in korte broek! Vanaf Killybegs hebben we een stuk van de Wild Atlantic Way gevolgd waarbij je grote stukken langs de grillige kust met z’n hoge kliffen fietst. Opnieuw een schitterend stukje Ierland.

Sliabh Liag, oftewel de Slieve League kliffen aan de zuidwestkust van County Donegal. De hoogste klif rijst hier op tot 600 m boven zeeniveau en is daarmee een van de hoogste van Europa. Ook al zijn deze kliffen minder bekend dan de Cliffs of Moher, ze zijn wel bijna drie keer zo hoog. Hier staan we op een schitterend uitkijkpunt waar vanaf je mooi de diepte in kunt kijken.

Op onderstaande berghelling, een beetje aan de rechter kant, staat het woord ‘Eire’ in grote stenen letters geplaveid. In de Tweede Wereldoorlog werd deze plek als een navigatiepunt door de vliegtuigen gebruikt.

Genoeg koffie ‘tentjes’ langs de weg. Dat kwam goed uit want ik was vanmorgen vergeten om de koffie in de fietstas te stoppen.

Picknick op dit zonnige strandje, waar de eerste kindertjes alweer aan het pootje baden zijn.

Dit bootje heeft vast betere tijden gekend maar zoals het nu hier ligt, is het bijna kunst.

Cottages

Als ik aan Ierland denk, dan zie ik in gedachten altijd heel veel sfeervolle cottages voor me. Eenvoudige witte huisjes, zo her en der verspreid in het groen en dan het liefst met rieten daken. Hetzelfde heb ik trouwens ook wat betreft Bretagne. Ik denk dat ik gewoon te laat ben. Zo’n vijftig, misschien wel honderd jaar geleden had ik hiernaartoe moeten gaan. Dan was die kans om die authentieke cottages tegen te komen veel groter geweest.

Dat het er steeds minder worden is natuurlijk best te begrijpen. Mensen willen tegenwoordig gewoon het liefst in een comfortabel huis wonen zonder vochtproblemen, dat goed warm te stoken is en makkelijk is in het onderhoud.

Hier zie je dus erg veel van die gepleisterde, net wat te nette en steriele bungalowachtige woningen, die qua bouw erg veel op elkaar lijken. Wat betreft de kleuren is er wel heel veel verschil. We hebben al hardgroen voorbij zien komen, mintgroen, paars en roze, diverse kleuren geel, noem maar op!

Gelukkig hebben we op onze zoektocht naar cottages toch nog enkele leuke knusse huisjes gevonden en die moesten natuurlijk op de foto!

Vandaag rijden we richting het noorden waar we voor een week een huisje in de buurt van Donegal hebben gehuurd. Eens kijken hoe die omgeving zal zijn. Deze week is in ieder geval super geweest, zelfs qua weer!