Fuchsia

De mensen van de ‘Ja zuster Nee zuster’ generatie kennen vast nog wel dat liedje over het stekje van de fuchsia, dat in die TV serie gezongen werd door Leen Jongewaard.


Wil u een stekkie, een stekkie, een stekkie
Wil u een stekkie van de fuchsia
Heb u een plekkie, een plekkie, een plekkie,
Heb u een plekkie voor de fuchsia’

Nu, deze plant is ook zo’n ‘stekkie’ geweest!

Eigenlijk heb ik die fuchsia altijd maar een wat oubollige plant gevonden. Wat mij betreft hoorde hij qua sfeer in hetzelfde rijtje thuis als de sansevieria en de cyclaam die je vroeger veel op de vensterbank zag staan, of de trevira jurken en terlenka broeken die destijds gedragen werden. Maar, eerlijk is eerlijk, als ik nu deze fuchsia zo mooi z’n best zie doen hier in die ‘hanging basket’, dan ben ik helemaal om. En zeker als je de bloemetjes van wat dichterbij bekijkt. Dat zijn echte kunstwerkjes!

Ik las trouwens dat die fuchsia ook nog eetbaar is! Van de bladeren kun je thee trekken. De bloemen staan niet alleen mooi in een salade of bovenop een taart, je schijnt ze ook nog te kunnen eten. Zelfs van de bessen, die overblijven als de bloemen er eenmaal afgevallen zijn, kun je nog iets eetbaars maken. Wacht dan wel met ze eraf halen tot ze mooi donkerpaars en bijna zwart zijn. Dan schijnen ze lekker zoet te zijn en kun je er een smakelijk jammetje van maken.

Dit heb ik allemaal van horen zeggen maar nog niet zelf uitgeprobeerd; komt nog wel. Eerst maar eens gewoon zo van die bellenplant genieten. Als je goed luistert hoor je mij, als ik die fuchsia water geef, zachtjes zingen: ‘een stekkie, een stekkie, een stekkie, wil u een stekkie van de fuchsia’!

Ten strijde!

Een tijdje geleden schreef ik wat over het Zevenblad dat welig tiert in een van de borders hier en wat je er tegen zou kunnen doen. Blaadjes plukken en er soep van koken of een hartige taart van bakken heb ik nog niet geprobeerd; kan ik altijd nog een keer doen als ik in een goede bui ben. Wèl heb ik al wat Geraniums gekocht die nu straks het gevecht aan moeten gaan met dat Zevenblad.

Deze Geranium Macrorrhizum is een snelle bodembedekker en moet volgens de boeken zo sterk zijn dat ze het Zevenblad gaat overheersen. We gaan haar maar eens in de tuin zetten. Eens kijken wie er als winnaar uit de strijd zal komen!

Lavendel

We hebben aardig wat lavendel staan op het terrein rondom de huizen. Ideale planten hier met die droge zomers. Daarnaast trekken ze veel bijen en hommels aan en ruiken ze nog lekker ook.

Deze staan aan de rand van een muurtje en ieder jaar kieperen ze hun zaad er overheen.

Dat grind is een ideale ‘kweekbodem’ want zo eind mei, begin juni zie ik allemaal piepkleine lavendelplantjes tussen het grind verschijnen. Tjonge, ik kan wel bijna een lavendelkwekerij beginnen!

Voorzichtig ga ik die miniplantjes lospeuteren uit het grind om ze dan in potjes over te zetten en ze daarin verder te laten groeien. Dat moet kunnen. Kijk maar naar het lavendelplantje op onderstaande foto dat ook ooit uit dit grind is voortgekomen. Ik ben nu alleen nog even moed aan het verzamelen.

Het viel mee

Na wat dagen weg te zijn geweest, kwamen we gisteravond weer aan op onze berg. Het flink gegroeide gras op het toegangspad naar ons huis ‘kietelde’ de onderkant van de auto. Dat beloofde wat voor de rest!

Bij het huis aangekomen, viel het eigenlijk best wel mee. Toegegeven, het gras was inderdaad ook daar wat aan de lange kant en zag er ook wel wat geel uit door de afgelopen droge periode maar de planten in alle borders stonden er nog vrolijk bloeiend en levendig genoeg bij en daar werden we toch wel heel blij van.

Toen we afgelopen periode ieder dag wel even op onze ‘weerapp’ keken, hadden we al gezien dat er geen enkel regenspatje werd voorspeld en dat de temperaturen bijna tropisch waren. Een vriend, die aan de andere kant van het dorp woont, hadden we ingeschakeld om in ieder geval de planten in de potten water te geven. We hadden deze met opzet allemaal bij elkaar gezet maar we konden natuurlijk moeilijk van hem verlangen dat hij iedere dag met een gietertje klaar zou staan. We reden dus wat sombertjes ons pad af.

Des te leuker is het dan om bij aankomst te zien dat het dus allemaal nog wel meegevallen is. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen werk aan de winkel is. Vanmorgen na het ontbijt is de grasmaaier alweer van stal gehaald en voordat het begon te regenen, is er al een groot gedeelte van het gras gekortwiekt. Voor de rest van de week ziet het weer er gelukkig wat minder heet en droog uit. Helemaal prima wat ons betreft en wat de natuur ervan vindt, kunnen we wel raden!

Te koud geweest

Die nachtvorst van vorige week is ook niet ongemerkt voorbij gegaan aan onze blauweregen. Dat bruinige ‘frotje’ daar rechts op de foto hoort een mooie lichtpaarse tros te zijn! Je zou toch denken dat die klimmer, die tegen de muur van het huis groeit, niet zo gauw last zou hebben van de kou maar helaas. En om bij mogelijke vorst nu omhoog te klauteren en hem ter bescherming in een of andere ‘winterjas’ te hullen is ook weer zo wat. Ik ben benieuwd of er misschien toch nog een enkel bloementrosje aan zal komen en anders is het gewoon maar weer wachten tot volgend jaar.

Heel voorzichtig……..

Toegegeven; het is nog niet echt veel wat er bloeit en je moet goed je best doen om iets kleurigs te ontdekken maar met deze eerste krokusjes in de tuin, gaan we toch heel voorzichtig een beetje aan het voorjaar denken. Met al die winterse beelden op TV en alle sneeuwfoto’s die we doorgestuurd krijgen vanuit Nederland, genieten we extra van deze lentebloeiers!

Jaloersmakend

Deze robuuste muur van mooi gestapelde stenen, hebben we al een paar keer eerder op de foto gezet. De ene keer ging het om de geitjes die er bovenop stonden en de andere keer was de ingestorte muur die gerestaureerd werd, een foto waard. Nu gaat het om die dahlia’s die daar achter de muur uitbundig en bijna jaloersmakend staan te bloeien. Nu weet ik wel dat je officieel die knollen, voordat de winter begint, uit de grond moet spitten en op een droge en donkere pek moet bewaren maar zou deze ‘dahliaboer’ dat, gezien de hoeveelheid, ook echt ieder najaar doen? Zèlf hebben we vorig jaar ook wat dahliaknollen geplant en deze gewoon in de grond laten overwinteren maar van de hoeveelheid bloeiende dahlia’s deze zomer, worden we nu niet bepaald echt vrolijk. Zou die matige opbrengst dan toch te maken hebben gehad met het feit dat we ze afgelopen winter in de grond hebben laten zitten of kunnen we de schuld geven aan de woelmuizen die onze berg als woonplaats hebben uitgekozen en die wellicht een lekker maaltje hebben gehad aan die dahliaknollen? Maar eens goed nadenken wat we dit najaar gaan doen.

Witte bloeiers

Al wandelend hier kom je allerlei bloeiend spul tegen in de meest mooie kleuren. Overweldigd door al die kleuren zou je deze bescheiden ‘witjes’ bijna over het hoofd zien. In onze gîte ligt het boekje ‘Fleurs de Montagne’. Een genot om daar even doorheen te bladeren en alle mooie plaatjes te bekijken. Heel wat van die planten uit het boek komen we tijdens onze wandelingen ook tegen.

Deze witte bloeiers op onderstaande foto’s luisteren naar de volgende fraaie Latijnse namen: Paradisea liliastrum, Narcissus poeticus en Anemone narcissiflora maar de Franse namen uit het boekje vind ik eigenlijk wel net zo mooi klinken. Lis de Saint Bruno of Lis des Alpes, Narcisse des poètes en Anémone à fleurs de narcisse. Nu nog de namen erbij waar ze in Nederland naar luisteren en dan hebben we alles weer compleet.

Paradijslelie.

Dichtersnarcis, fazantenoog-of pauwenoognarcis.

De bloem van die spierwitte narcis ziet er trouwens niet alleen maar heel mooi uit maar ruikt ook nog eens heerlijk!

Narcis anemoon.

Herderstasje

Tijdens een wandeling pas geleden, zagen we dit ‘herderstasje’ hier in de berm staan. De naam heeft de plant te danken aan de vorm van die kleine dingetjes die aan de stengel zitten. Die hebben de vorm van de tas die een herder vroeger bij zich had. Ook andere namen worden wel genoemd, zoals bijvoorbeeld ‘lepeltjeskruid’. Die kleine tasjes aan de stengel lijken namelijk ook wel wat op lepeltjes.

Met dat herderstasje deden kinderen vroeger altijd spelletjes. Ze lieten hun vriendjes en vriendinnetjes dat plantje zien met de vraag of ze zo’n lepeltje eraf wilden plukken. Deden ze dat, dan werd er plagend geroepen: “Lepeldief, lepeldief, je vindt je vader en moeder niet lief!”.

Vroeger wist ik niet beter dan dat het een hartjesplant was. Waarschijnlijk omdat die kleine ‘tasjes’ ook wel wat op hartjes lijken. Als kleine kinderen hadden we een variant op dat lepeldief rijmpje. Geen idee of we dat misschien wel zèlf hadden verzonnen maar het zal vast met die hartvormige lepeltjes te maken hebben gehad. Met die plant ging je naar je favoriete vriendje toe. Die moest dan zo’n hartvormig lepeltje eraf trekken en dan zong je het rijmpje: “Hartendief, hartendief, vind je mij of die ander lief”. Het was dan de bedoeling dat het vriendje je een kus zou geven. Een ramp natuurlijk als dat niet werd gedaan: een jong en onschuldig meisjeshart zomaar in één klap aan gruzelementen!

Wat betreft liedjes over ‘kusjes vragen’ had je er ook eentje waarbij je midden in een kring van kinderen moest staan. Onder het zingen van het liedje ‘een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, wie zal ik een kusje geven’ draaide je in het rond met je ogen dicht en wijzend met je arm. Bij het laatste woord van het liedje stond je stil en diegene waar je uitgestrekte arm dan naar wees, moest je een kusje geven. Natuurlijk speelde je dan een beetje vals en stiekem kijkend tussen je wimpers door, probeerde je precies stil te staan bij je favoriete klasgenoot. Tjonge, wat voor herinneringen er wel niet allemaal boven komen bij het zien van dat simpele herderstasje!

Ik hoor de kinderen al zeggen: “Dat heet nu oud worden, mam”!