Onze bosbouwers werken hard door. De bomen zijn, op een enkele na, allemaal geveld en uit het dal weggesleept. Wat een geluk trouwens dat het niet regent. Ik zie die machine daar in dat dalletje al tot z’n assen vast staan in de modder! Nu zie je alleen maar grote stofwolken. Op gezette tijden roep ik de vermoeide mannen binnen voor een kop koffie en wat lekkers en aan het einde van de werkdag drinken we nog een biertje buiten in het zonnetje en spreken we de dag door.

Monsieur Gomès moest lachen toen hij onze ‘kunstkippen’ in het gras zag scharrelen en vertelde over z’n eigen kippen. Vanmorgen kwam hij met twee dozen kakelverse eieren aanzetten. Wel grappig om te zien wat een verschillende eieren het zijn. Groot, groter, klein, kleiner, verschillende tinten bruin en zelfs een wat groen blauwig ei! Ik vertelde hem in m’n beste Frans dat er in Nederland een kinderliedje bestaat over het waarom van zo’n blauwig ei.

Kip, zei de boer, wat zie ik nou?
Dit ei is blauw!
Dat, zei de kip,
komt door de kou.
Het vriest en daarom is mijn ei zo blauw van de kou.

Poule, le fermier dit, qu’est-ce que je vois ?
Cet œuf est bleu !
Ça, dit le poule,
C’est le froid.
Il gèle, et c’est pourquoi mon oeuf est si bleu
de froid.

(vrij vertaald)

In het Frans rijmt het natuurlijk niet zo mooi maar hij begreep het liedje wel. Met glimmende pretoogjes zei hij dat hij dat verhaal straks ook aan z’n vrouw, de baas van de kippen, zal vertellen.