Vorige week zijn we naar de Corrèze geweest om even Bonne Année te wensen bij mijn zus en zwager. Dit is de eerste keer dat ze ‘overwinteren’ in Frankrijk. Voorgaande jaren zaten ze vanaf begin mei tot eind oktober in hun Franse huis en de overige maanden van het jaar in Engeland. Door Corona zijn ze nu hier gebleven: heerlijk rustig op het Franse platteland. Als je de verhalen hoort over het aantal zeer snel oplopende besmettingen in Engeland, dan mogen ze heel erg blij zijn dat ze daar op dit moment niet zitten.

Zoals gebruikelijk zijn we ook dit keer weer lekker binnendoor gereden. Halverwege maken we altijd een tussenstop in Riom-ès-Montagnes. Niet eens zozeer om het plaatsje te bewonderen als wel om een bezoekje te brengen aan de kaasfabriek, of beter gezegd, het winkeltje dat eraan vastgeplakt zit en waar ze de heerlijkste kazen verkopen!

Als echte liefhebbers staan we likkebaardend achter de vitrine die gevuld is met allemaal lekkere lokale kazen. De kaasdame laat ons altijd van alle soorten een stukje proeven en vertelt dan tegelijkertijd iets over de achtergrond van de kazen. Kiezen blijft een moeilijke klus dus komen we iedere keer eigenlijk met een veel vollere tas dan bedoeld, weer naar buiten.

Nederlanders worden in de volksmond kaaskoppen genoemd. Van oudsher een scheldwoord maar wij als echte kaaseters, vinden het eigenlijk wel een eretitel!

Nog wat leuke ‘kaasweetjes’.
De naam ‘kaaskop’ stamt uit de tijd van Napoleon. Het verhaal gaat dat Franse soldaten onze lekkere kazen wilden stelen. De Hollandse kaasboeren vonden dat natuurlijk niets en verdedigden hun kazen met man en macht. Om zichzelf te beschermen maakten ze van de houten kaasvaten een soort helm, die ze op hun hoofd plaatsten. Sinds die tijd werden de kaasboeren ook wel kaaskoppen genoemd.

Een ander kaaskoppenverhaal komt uit België. Tijdens de Belgische opstand in 1830, waarin de Belgen ervoor kozen om niet meer bij ons, hun noordelijke buren, te willen horen, werden wij in het heetst van de strijd regelmatig uitgescholden voor kaaskop. Dat zou dan te maken hebben met het feit dat de Belgen onze ronde kazen wel wat op een hoofd vonden lijken!

Om nog even door te gaan op die kaas in combinatie met de Nederlander: ook de Engelsen schijnen ooit een wat onaardige beschrijving van ons gegeven te hebben: “De Nederlander is een wellustige, dikke tweebenige kaasworm”. Mwah……klinkt wat onvriendelijk en weinig flatteus. Geef mij dan maar die kaaskop!

Frankrijk heeft natuurlijk ook wat met kaas. Per jaar wordt er bijna 15 kilo kaas per persoon gegeten. Ik zal eens gaan bijhouden op hoeveel wij zitten!

Dat kaas hier belangrijk is, komt ook wel tot uitdrukking in deze opmerking van Monsieur Brillat-Savarin, een Franse lekkerbek en schrijver van culinaire boeken uit de negentiende eeuw. “Un repas sans fromage est une belle à laquelle il manque un oeil. oftewel: een maaltijd zonder kaas is als een mooie dame die een oog mist. (brrr!)

President De Gaulle heeft vast wel eens moeite gehad om z’n land te bestieren. Hij schijnt namelijk een keer verzucht te hebben: “Comment voulez-vous gouverner un pays où il existe 246 variétés de fromage? ” Hoe kun je nu toch regeren over een land met wel 246 kaassoorten? Waren er toen al veel kaassoorten, nu wordt het aantal geschat op zo’n 500! Tjonge, dan hebben wij er nog heel wat te gaan!

Premier Churchill moet ook iets met Franse kazen hebben gehad. Toen Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog Frankrijk bezette, schijnt hij gezegd te hebben: “Een land dat de wereld zo’n 300 kazen kan geven, mag niet ten onder gaan”.

Om nog even terug te komen op de kazen die we gekocht hebben in de kaasfabriek: ze zijn al bijna op!