We liepen pas geleden in een achteraf straatje langs een kleine garage waar deze oude Deux Chevaux op de brug stond. Iedere keer als ik er zo eentje zie staan, heb ik de neiging om er even genietend omheen te lopen en de auto bij wijze van spreken een flinke aai over z’n bol te geven. Datzelfde heb ik trouwens ook met een Renault 4 of met een ‘Snoek’: pure nostalgie! Toen ik net m’n rijbewijs had, mocht ik samen met m’n zus de oude Eend van m’n broer ‘oprijden’. Ideaal om zo wat rijervaring op te doen. Het was wel even wennen aan die versnellingspook die uit het dashboard stak. Regelmatig hoorde je flink gekraak bij het schakelen, helemaal als je van z’n tweede versnelling terug wilde schakelen naar z’n één! Zo her en der zie je de Eend nog wel rijden. Het mooist is het natuurlijk om met de klapramen omhoog, het canvas dak naar beneden gerold en met de zon op je hoofd, over de ontelbare weggetjes van het Franse platteland te rijden.

Het is wel grappig trouwens dat deze auto zoveel bijnamen heeft gekregen. In Frankrijk wordt hij ‘La Deuche’ genoemd, in België ‘de Geit’, in Engeland ‘Tin Snail’ en in Nederland dus de Eend of Lelijke Eend. Bij het ontwerpen van de Deux Chevaux was het uiterlijk niet zo belangrijk, als het maar een kleine zuinige auto zou zijn en geschikt voor het ruige Franse platteland. De auto moest in ieder geval twee boeren kunnen vervoeren met zo’n vijftig kilo aardappelen bij zich of een vat met vijftig liter wijn. Ook moest de auto zoveel vering hebben dat tijdens het rijden over flinke hobbels er geen enkel eitje in de meegevoerde mand kapot zou gaan. Het zou dus eigenlijk een ideale auto zijn voor ons hobbelige toegangspad! Misschien toch maar eens informeren bij de garage?